Op 30 juni 2016 schreef ik een blog over het advies van de advocaat-generaal (hierna: A-G) in een zaak die aanhangig was bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU). De laatste zin van mijn blog was: Wordt vervolgd… Op 10 november 2016 is er daadwerkelijk een uitspraak gedaan in deze zaak. Daarom is hier – zoals beloofd – het vervolg.

De zaak

De aanleiding van de zaak was als volgt.

In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een rapport opgesteld waarin is geconcludeerd dat de uitlening van e-books niet zou vallen onder het leenrecht. Om deze reden kan de uitlening van e-books door openbare bibliotheken dan ook niet vallen onder de uitleenexceptie die is opgenomen in de Auteurswet (artikel 15c Auteurswet).

De Vereniging Openbare Bibliotheken (hierna: VOB) is het met deze conclusie niet eens en wil van rechtbank een verklaring voor recht dat de uitlening van e-books wel degelijk onder het leenrecht valt.

De rechtbank kan deze verklaring niet zonder meer afgeven, omdat zij van oordeel is dat deze verklaring afhankelijk is van de uitlegging van bepalingen van EU-recht – het Nederlandse auteursrecht is namelijk een uitwerking van een Europese richtlijn. De rechtbank besluit om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU. De belangrijkste van deze vragen is of op het uitlenen van e-books valt onder het Europese leenrecht.

leenrecht

Het advies van de A-G

De A-G concludeerde destijds dat het uitlenen van e-books wel onder de uitleenexceptie valt. Hij kwam tot deze conclusie vanwege een drietal overwegingen (voor een meer uitgebreide samenvatting van deze overwegingen, zie mijn eerdere blog):

  • bij de uitlegging van de Europese richtlijn dient rekening te worden gehouden met technologische ontwikkelingen;
  • de belangrijkste doelstelling van het auteursrecht is de bescherming van belangen van auteurs. Deze belangen worden het best behartigd als het uitlenen van e-books onder het leenrecht zou vallen; en
  • bibliotheken hebben in het verleden altijd al boeken uitgeleend zonder hiervoor toestemming te hoeven vragen. Boeken zijn geen normale handelswaar, maar zijn ook van belang voor het behoud van en de toegang tot cultuur.

De uitspraak van het HvJEU

Het HvJEU gaat mee in de conclusie van de A-G en oordeelt dat het uitlenen van e-books wel onder de uitleenexceptie valt. De openbare uitlening van digitale boeken bevordert en beschermt immers culturele activiteiten, zoals ook de openbare uitlening van gedrukte werken dit bevordert en beschermt.

In gevallen waarin de bibliotheek een handeling verricht die vergelijkbaar is met het uitlenen van gedrukte werken, is de uitleenexceptie van toepassing, aldus het HvJEU.

Het HvJEU merkt hierbij wel op dat daarbij zoveel mogelijk dient te worden aangesloten bij het uitlenen van gedrukte werken. Als een bibliotheek één exemplaar van een e-book heeft aangeschaft, dan kan die ook maar aan één persoon tegelijk worden uitgeleend.

Belang

Het belang van deze uitspraak werd in zijn advies goed weergegeven door de A-G. Hij stelde destijds dat het uitlenen van e-books door bibliotheken essentieel was voor het overleven en doorontwikkelen van bibliotheken in het digitale tijdperk. De VOB is dan ook blij met deze uitspraak en meldt in een persbericht dat zij nu snel met betrokken partijen aan tafel om de uitleen van e-books op basis van deze uitspraak verder in de praktijk te brengen.

To blog summary

Nick Vrugt LAWFOX

Nick Vrugt / About the author

Haarlem-based Nick works as an ICT and IP attorney at LAWFOX. After a three-month student internship, he has been one of the permanent faces of the law firm since 2016. He has been an attorney since 2018. The ambitious attorney completed the bachelor’s degree in Law and followed the masters in Private Law and Internet and Intellectual Property and ICT. Nick focuses on litigation, drafting legal documents and answering client questions. He also regularly writes blogs on the LAWFOX website.

Outside his work as an attorney, Nick really enjoys sports, including running. He also enjoys reading, for example during the train ride from Haarlem to Tilburg.