Durch Nick Vrugt | aansprakelijkheid | 16 März 2018 | 5 Min. Lesezeit
De bestuurdersaansprakelijkheid is in beginsel onderdeel van het ondernemingsrecht. Dit kan ook zeker relevant zijn in het geval van ICT-conflicten, waar wij in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Bijvoorbeeld in het geval van een faillissement van een rechtspersoon.
Omdat voor de verschillende soorten bestuurdersaansprakelijkheid verschillende vereisten gelden, kan het lastig zijn om te bepalen of sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Hieronder zal ik daarom een overzicht geven van de verschillende soorten bestuurdersaansprakelijkheid, en de vereisten die daarvoor gelden.
Interne aansprakelijkheid
Artikel 2:9 BW bepaalt dat een bestuurder tegenover de rechtspersoon verplicht is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Een bestuurder is aansprakelijk tegenover de rechtspersoon (interne aansprakelijkheid) voor onbehoorlijk bestuur van de rechtspersoon, tenzij hem geen ernstig verwijt treft. Er gelden dus twee vereisten voor het aannemen van interne aansprakelijkheid:
- Er is sprake van onbehoorlijk bestuur door de bestuurder; en
- De bestuurder treft hierin een ernstig verwijt.
Onbehoorlijk bestuur
Of sprake is van (on)behoorlijk bestuur kan worden vastgesteld door te beoordelen of de taak is uitgevoerd met het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult.
Er dient dus te worden gekeken naar hoe een zorgvuldige bestuurder de taak zou hebben uitgevoerd. Als de bestuurder bijvoorbeeld in strijd heeft gehandeld met een wettelijke regeling, zoals de boekhoudplicht, dan zal vaak worden aangenomen dat sprake is van onbehoorlijk bestuur.
Ernstig verwijt
Of de bestuurder een ernstig verwijt treft, is afhankelijk van alle relevante omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden kunnen bijvoorbeeld zijn de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen en de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen.
Een voorbeeld waarbij meestal sprake zal zijn van een ernstig verwijt is wanneer de bestuurder in strijd heeft gehandeld met de statutaire bepalingen van de rechtspersoon.
Externe aansprakelijkheid
Naast de aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover de rechtspersoon kan een bestuurder ook aansprakelijk zijn tegenover een derde. Dit is de externe aansprakelijkheid. Deze aansprakelijkheid is gebaseerd op de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).
Op grond van artikel 6:162 BW is hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden.
Ten aanzien van de externe bestuurdersaansprakelijkheid is in de rechtspraak uitgewerkt dat van een onrechtmatige daad van de bestuurder tegen een derde alleen sprake is als de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de bestuurder namens de rechtspersoon een overeenkomst aangaat, waarvan de bestuurder weet dat de rechtspersoon niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst kan voldoen.
Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement
Ook in het geval van faillissement kan de bestuurder van een failliete rechtspersoon aansprakelijk zijn. In dat geval is de bestuurder aansprakelijk tegenover de boedel (artikel 2:138 BW / artikel 2:248 BW).
Een bestuurder is aansprakelijk tegenover de boedel in het geval sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Bovendien dient sprake te zijn van een causaal verband tussen dit kennelijk onbehoorlijk bestuurder en het faillissement van de rechtspersoon. Als hiervan sprake is, dan is de bestuurder aansprakelijk tegenover de boedel voor het tekort in het faillissement.
Kennelijk onbehoorlijk bestuur
Van kennelijk onbehoorlijk bestuur is sprake indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden op deze wijze zou hebben gehandeld. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Causaal verband
Voor wat betreft het causaal verband is niet vereist dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling de enige oorzaak van het faillissement is. Het is voldoende dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling hieraan in belangrijke mate heeft bijgedragen.
Artikel 2:11 BW
Het is mogelijk dat de bestuurder van een rechtspersoon zelf ook een rechtspersoon is. De benadeelde zou dan slechts verhaal kunnen halen ter hoogte van het vermogen van die rechtspersoon. Er is dan immers geen natuurlijk persoon waarop de schade kan worden verhaald. Voor de benadeelde is dit niet wenselijk.
De wetgever heeft daarom artikel 2:11 BW ingevoerd:
“De aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is.”
Met andere woorden, indien sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid en de rechtspersoon wordt bestuurd door een rechtspersoon, dan is ook de bestuurder van die rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk. Het mechanisme van dit artikel kan zo lang worden gebruikt totdat uiteindelijk bij een natuurlijk persoon wordt uitgekomen.
Conclusie
Kortom, voor de verschillende soorten bestuurdersaansprakelijkheid (intern, extern, in faillissement) gelden verschillende vereisten. Indien je een bestuurder aansprakelijk wil stellen, stel dan eerst vast op welke soort bestuurdersaansprakelijkheid je een beroep wilt doen. Vervolgens kunnen de gedragingen van de bestuurder worden getoetst aan de voor die soort bestuurdersaansprakelijkheid geldende vereisten.
