Durch Wouter Dammers | Big Data | 4 Februar 2014 | 3 Min. Lesezeit
Vandaag verscheen in Het Financieele Dagblad het artikel “Nieuwe jacht op btw-fraudeurs” (link verwijst naar artikel achter betaalmuur). Rogier Vanhorick, btw-expert bij Deloitte, geeft in het artikel uitleg over de mogelijkheden van de FIOD die datamining geeft bij de opsporing van btw-fraudeurs. Aan de hand van dit artikel werd ik door BNR Nieuwsradio geïnterviewd: mag datamining wel in het licht van privacyrecht?

Datamining
Datamining is het gericht zoeken naar statistische verbanden in grote verzamelingen gegevens (big data), zodat op basis daarvan profielen kunnen worden opgesteld om opsporing gemakkelijker te maken. Datamining wordt ook vaak gebruikt voor wetenschappelijk, journalistiek of commercieel gebruik (denk aan profiling van consumentengedrag). Er kan ook sprake zijn van datamining door resultaten van eerdere onderzoeken te vergelijken met nieuwe resultaten, en/of om deze te herinterpreteren
In het interview geef ik aan dat, ondanks dat het artikel in het FD anders doet vermoeden, datamining door de FIOD waarschijnlijk wel is toegestaan. De FIOD heeft immers een wettelijke grondslag voor het dataminen, in de Wet politiegegevens (cf. Mandaatbesluit Wet Politiegegevens FIOD-ECD). Deze wettelijke grondslag geeft de FIOD het recht om persoonsgegevens (onder de voorwaarden van dat wettelijke kader) te verwerken. Sterker nog, deze wet geeft zelfs de mogelijkheid om gegevens automatisch te vergelijken met nieuwe gegevens om vast te stellen of daartussen verbanden bestaan. Datamining dus.
Het interview
In het interview geef ik wel aan dat het artikel van het FD past binnen de huidige aandacht voor de bevoegdheden van opsporingsinstanties in het licht van privacywetgeving. Denk daarbij aan de NSA en de onrechtmatige verwerking van metadata. Het is daarbij belangrijk om te onderstrepen dat de verwerking door de FIOD dus niet zonder meer is toegestaan: het moet wel zorgvuldig gebeuren. En ook moet voldaan zijn aan de overige vereisten die de wet aan de verwerking stelt. Het College Bescherming Persoonsgegevens moet daarop toezien.
Ten slotte geef ik aan dat datamining een gemakkelijk instrument is voor de FIOD, maar dat het ook een gevaarlijk instrument is: aan de hand van profiling kunnen gemakkelijk verkeerde conclusies worden getrokken: Wanneer uit data volgt dat – bijvoorbeeld – (i) mannen tussen de 56 en 65 jaar oud eerder btw-fraude plegen dan andere mannen en (ii) alle btw-fraudeurs een snor hebben, dan hoeft dat niet te betekenen dat de besnorde Frits Aude van 58 een btw-fraudeur is, of hoeft te zijn. Met andere woorden: Je kan gemakkelijk (onterecht) in het vizier van de opsporingsdiensten komen, of zelfs verdacht worden – door het trekken van verkeerde conclusies aan de hand van (ironisch genoeg te weinig) data.
Kort samengevat: de FIOD mag dataminen, maar dient zich wel te houden aan de regels die de wet daaraan stelt.
Terugluisteren?
Luister het interview hier terug.