Durch Lawfox | Big Data | 10 April 2014 | 2 Min. Lesezeit
Het wetsvoorstel van Opstelten tot het vastleggen en bewaren van kentekengegevens in een kentekenregister staat op losse schroeven. Het voorstel, dat tot gevolg zal hebben dat het kenteken, de locatie, het tijdstip van vastlegging en de foto van het voertuig (passagegegevens) voor een periode van vier weken worden opgeslagen in een database, stuit op veel kritiek. Deze kritiek heeft extra voeten in de aarde gekregen door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van afgelopen week: de opslag van privacygevoelige gegevens zonder enige echte waarborgen ten aanzien van de opslag en toegang daartoe vormt een te grote inbreuk op de privacy.
Interview Trouw
Ook ik deel die kritiek. In Trouw licht ik het als volgt toe:
„De pijn zit hem, net als bij belgegevens, vooral in het feit dat kentekens van iedereen worden opgeslagen. Het Hof vindt dat een grote inbreuk op de privacy, waar een aantal duidelijke waarborgen voor nodig zijn. Dat ontbreekt in het wetsvoorstel van kentekenregistratie.“
Immers, het kenteken van eenieder – verdacht of onverdacht – wordt geregistreerd. Dat lijkt me niet noodzakelijk.
Onder meer hoogleraar recht en technologie Bert-Jaap Koops sluit zich daarbij aan. Hij benadrukt dat de opslag van gegevens van iedereen een dusdanig botte maatregel is dat de overheid wel hele goede argumenten moet hebben om de maatregel door te voeren. De grote vraag is of het wel essentieel is om de kentekens van alle passanten op te slaan voor het oplossen van misdrijven.
Verhouding bewaarplicht en wetsvoorstel t.a.v. kentekens
Verschil tussen de bewaarplicht – waar het Hof van Justitie van de EU over oordeelde – en dit wetsvoorstel zit hem met name in de bewaartermijn: belgegevens moesten tussen de zes maanden tot twee jaar worden opgeslagen, bij de kentekenregistratie gaat het om slechts vier weken. Ook zijn de databases ‘slechts’ toegankelijk voor een speciaal aangestelde opsporingsambtenaar na toestemming van de minister. Het Hof geeft echter duidelijk aan dat er een onafhankelijke rechter bij moet komen om een oordeel te vellen of de toegang wel is beperkt tot het strikt noodzakelijke.
Maar ook andere waarborgen, zoals locatie van opslag, beveiligingsmaatregelen, en andere materiële en procedurele waarborgen t.a.v. de toegang tot de gegevens ontbreken.

Wetsvoorstel = schending privacy
In het licht van het arrest van het Europese Hof kan ik niet anders concluderen dan dat dit wetsvoorstel een ongerechtvaardigde schending van de privacy oplevert.