topleveldomein

Een topleveldomein (ook wel: TLD) is het ‘hoogste niveau domein’. Het betreft de extensie die (meestal) rechts van een internetdomeinnaam (achter de punt) wordt weergegeven. Zo is .nl de Nederlandse TLD. België kent .be als domeinnaamextensie. Meestal hebben TLD’s twee letters die zijn ontleend aan ISO 3166-1. Deze norm geeft codes voor alle landen, grondgebieden of belangrijke geografische gebieden.
Sinds 2012 is het daarnaast mogelijk om eigen, generieke TLD’s aan te vragen.  Denk hierbij aan domeinnaamextensies zoals .amsterdam, .frl, .vlaanderen of .brussels.
Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten TLD’s:

  1. gTLD’s, of wel generieke TLD’s, deze hebben meestal drie of meer tekens. Deze kan men onderverdelen in:
    1. sTLD’s, of wel sponsored Top-Level Domains – gesponsorde TLD’s;
    2. uTLD’s, of wel unsponsored TLDs – niet-gesponsorde TLD’s;
  2. ccTLD’s, of wel Country-Code Top-Level Domains, voorbehouden voor landen, overzeese gebieden en supranationale structuren zoals de Europese Unie;
  3. het .arpa-TLD (Address and Routing Parameter Area domain), deze is voorbehouden voor internet-infrastructuurdoeleinden.

uitleg
Topleveldomeinen moeten worden onderscheiden van secondleveldomeinen (SLD). Dit is de naam voor die van het topleveldomein, ook wel ‘subdomein’. Secondleveldomein van lawfox.nl is dan ‘lawfox’ van het topleveldomein ‘.nl’. Hier staat de subleveldomein dus gelijk aan de domeinnaam.
Dat hoeft echter niet zo te zijn. Sommige TLD’s kennen een tweede niveau binnen hun topleveldomein. Bijvoorbeeld om aan te geven wat voor een soort organisatie de naam heeft geregistreerd. Zo kent het Verenigd Koninkrijk naast de extensie “.uk” een secondleveldomein. “.co” (.co.uk) is bijvoorbeeld gereserveerd voor bedrijven. Non-gouvernementele organisaties maken daar bijvoorbeeld gebruik van “.org.uk”.

Naar Lexicon overzicht