Gedaagde en Eiser hebben elkaar gesproken over een door Gedaagde op te zetten start-up (hierna: het ‘’Bedrijf’’). Dit Bedrijf zou zich richten op een nog op te zetten online informatie dashboard voor de handel in cryptovaluta (hierna: het ‘’Platform’’), waarvan klanten voor $ 0,50 per maand gebruik konden gaan maken.
Eiser is een overeenkomst aangegaan, die Gedaagde namens het Bedrijf ondertekend heeft. Eiser zou in ruil voor $ 125.000 in USDT 3,00% van het Bedrijf in handen krijgen, waarbij elk kwartaal 3,00% van het totaal aan dividend aan Eiser uitgekeerd zou worden. Eiser heeft daarop $ 25.000, in USDT, en $ 100.000, in USDT, aan Gedaagde betaald.
Gedaagde Eiser de bedrijfsplanning van het Bedrijf gemaild, waarin onder meer staat:
‘’Fase 3 juli – augustus’’ en ‘’Begin van betalende gebruikers (EOM)’’. Ook heeft Gedaagde Eiser de financiële prognoses gemaild, waaruit onder meer blijkt dat het Bedrijf in september 2020 gelanceerd wordt en dat het Bedrijf vanaf dat moment ook betalende gebruikers krijgt.
Eiser is later wederom een overeenkomst aangegaan, die Gedaagde namens het Bedrijf heeft ondertekend. De tweede overeenkomst is vergelijkbaar met de eerste overeenkomst en bepaalt dat Eiser 3,00% van de aandelen van het Bedrijf verkrijgt tegen betaling van $ 125.000, betaald in Bitcoin (BTC). Ook bepaalt de tweede overeenkomst dat Eiser naar rato van zijn aandelenbelang aanspraak maakt op eventuele opbrengsten bij verkoop van het Bedrijf én dat Eiser per kwartaal 6,00% van het totaal aan dividend uitgekeerd zou krijgen. Eiser heeft daarop 13,56631043 BTC aan Gedaagde betaald.
Livegang van het Platform heeft nooit plaatsgevonden. Intussen had Gedaagde Eiser gevraagd om 6.5000.000 in de cryptovaluta Kardiachain (hierna: ‘’KAI’’) aan Gedaagde te betalen voor het aanschaffen van een KAI validator node (hierna: ‘’Node’’). Eiser heeft daarop 6.500.000 KAI aan Gedaagde betaald.
Enige tijd later heeft Eiser Gedaagde verzocht om terugbetaling van de KAI alsook tot uitkoop van Eiser in het Bedrijf, zodat de volledige investering van Eiser terug zou worden betaald. Ook verzoekt Eiser Gedaagde om betaling van 50,00% van de rendementen, behaald op/met de Node.
Gedaagde heeft hierop gereageerd dat hij gaat proberen de KAI terug te halen. Voorts blijkt uit een door Eiser ingebracht Whatsapp gesprek dat Gedaagde bevestigt dat – 30 dagen na verkrijging van opbrengsten uit inschrijvingen van betalende gebruikers van het Platform – Eiser eerst zijn geïnvesteerde $ 250.000 terug zal krijgen. Betaling aan Eiser bleef echter uit, waardoor Eiser conservatoir derdenbeslag heeft laten leggen alsmede conservatoire beslagen op onder meer cryptovaluta, roerende zaken en aandelen van Gedaagde.
De verwijten van Eiser richten zich in deze crypto rechtszaak op twee onderwerpen: de betalingen van Eiser ten aanzien van het Bedrijf en het Platform, en de betaling van Eiser voor de Node.