Auteursrechtelijke vereisten voor Werken
De hoogste Nederlandse rechter, de Hoge Raad der Nederlanden, heeft beslist dat een voortbrengsel voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt wanneer het:
-
Voor menselijke waarneming vatbaar is
Dit vormvereiste beoogt een afbakening te geven ten opzichte van onbeschermde objecten zoals een enkel idee (ingeving), een gegeven of een stijl. Iets krijgt pas een auteursrechtelijke status wanneer het wordt geuit of anderszins waarneembaar is. In het geval van muzikale werken komen elementen gebaseerd op stijlvormen of trends niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan bekende blues toonladders, een ritme, tempo of herhaling.
-
Een eigen, oorspronkelijk karakter (EOK) heeft én een persoonlijke stempel (PS) van de maker draagt
Deze zogenoemde werktoets impliceert originaliteit of uniekheid. De vorm mag niet ontleend zijn aan het werk van een ander (EOK); men mag zich wel laten inspireren, maar niet kopiëren. Daarnaast dient de vorm het resultaat te zijn van scheppende menselijke arbeid en creatieve keuzes (PS van de maker). Van een eigen intellectuele schepping is sprake wanneer het werk een persoonlijke noot van de maker draagt.
-
Het niet enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect
Het auteursrecht strekt zich niet uit over het technisch domein (maar over letterkunde, wetenschap of kunst). Vormgeving van technische aard valt immers onder het octrooirecht. Het enkele feit dat een voorwerp een gebruiksfunctie heeft, sluit dit voorwerp echter niet per definitie uit van auteursrechtelijke bescherming.