Door Lawfox | Intellectueel Eigendomsrecht | 14 augustus 2025 | 8 min. leestijd
VPRO Tegenlicht wijdde onlangs een uitzending aan ‘enshittification’. Verplicht kijkvoer!
Enshittification (“verkuttificering”) is een term die de geleidelijke achteruitgang van digitale platforms beschrijft. Hoewel de uitzending vooral ingaat op sociaal-technische en economische aspecten, zijn er ook duidelijke juridische raakvlakken. Bij Lawfox bekijken we dit fenomeen door een juridische bril en zien we dat recht en beleid een cruciale rol spelen in zowel het ontstaan als, hopelijk, de bestrijding van enshittification.
Wat is enshittification?
De term, bedacht door schrijver Cory Doctorow, beschrijft een proces in drie fasen:
- De aantrekkingskracht: Een platform verleidt gebruikers met een uitstekende service. Vaak zonder reclame en met respect voor privacy, om zo een groot netwerk op te bouwen.
- De uitbuiting: Zodra het platform onmisbaar is geworden, verschuift de focus van de gebruiker naar adverteerders en andere zakelijke klanten. De ervaring wordt minder prettig door meer reclame, en de data van gebruikers wordt geëxploiteerd voor winst.
- De neergang: Uiteindelijk wordt de dienst zo slecht dat ook zakelijke klanten en adverteerders eronder lijden. Dit leidt tot een instortend ecosysteem. Men probeert het platform niet meer zo goed mogelijk voor de gebruikers te maken, maar nèt goed genoeg -rekening houdend met de moeilijkheid voor gebruikers om het platform de rug toe te keren- om relevant te blijven.
Dit proces kennen we van platforms als Facebook en Google, maar bijvoorbeeld ook in Nederland en België van Bol.com. Het fenomeen wordt gedreven door het streven naar maximale winst en een gebrek aan concurrentie. Hier komen de juridische aspecten om de hoek kijken.
De rol van het recht: probleemveroorzaker
Juridische valkuilen die enshittification in de hand werken:
- Verzwakt mededingingsrecht: De uitzending benadrukt hoe het gebrek aan strenge antitrusthandhaving, vooral in de Verenigde Staten, techgiganten in staat stelde om concurrenten op te kopen en de markt te monopoliseren. Dit leidt tot een situatie waarin platforms onvoldoende prikkel hebben om te innoveren of de gebruikerservaring te verbeteren. Ze kunnen zich richten op het uitknijpen van zowel gebruikers als zakelijke klanten, omdat er geen alternatieven zijn waar men gemakkelijk naartoe kan overstappen.
- Netwerkeffecten en Vendor Lock-in: Platformen maken gebruik van zogenoemde netwerkeffecten, waarbij de waarde van een dienst toeneemt naarmate meer mensen deze gebruiken. Denk aan sociale media: al je vrienden zitten er, dus overstappen is lastig. Juridisch gezien wordt dit versterkt door zogenaamde ‘vendor lock-in’mechanismen. Dit betekent dat je als gebruiker vastgezet wordt in een ecosysteem. Het onvermogen om data (denk aan foto’s en berichten) eenvoudig mee te nemen naar een ander platform, is een juridisch-technisch probleem. Er wordt gepoogd dit te reguleren in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waar het recht op dataportabiliteit stelt dat je jouw gegevens moet kunnen meenemen. In de praktijk wordt dit echter vaak ingewikkeld gemaakt.
- Intellectueel Eigendom en Technische Belemmeringen: Een ander belangrijk punt is het gebruik van IE-recht om concurrentie buiten te sluiten. De uitzending noemt het voorbeeld van printerfabrikanten die met behulp van software en firmware voorkomen dat consumenten goedkopere inktpatronen van derden kunnen gebruiken. Dit soort praktijken, waarbij intellectueel eigendom (zoals door het auteursrecht beschermde softwarecodes, maar bijvoorbeeld ook het gebruik van het merkenrecht om zoveel mogelijk te voorkomen dat het publiek wordt geattendeerd op een generiek product dat ook in combinatie met het merkproduct gebruikt kan worden, bijvoorbeeld generieke printer-inkt) wordt ingezet om de concurrentie te beperken, illustreert hoe juridische instrumenten misbruikt kunnen worden om monopolies te verstevigen en gebruikers uit te buiten.
Regelgeving: hoop op verbetering?
In de Europese Unie zijn wetgevers actief bezig om de macht van techgiganten in te perken. Onder andere de volgende wetten zijn vermeldenswaardig:
- Platformverordening (P2B-verordening): De verordening, die sinds 2020 van kracht is, heeft als doel om een eerlijke, transparante en voorspelbare omgeving te creëren voor zakelijke gebruikers van onlineplatforms en zoekmachines. Dit doet het door specifieke verplichtingen op te leggen aan deze platforms. De verordening is specifiek gericht op de relatie tussen een onlineplatform en een zakelijke gebruiker. Het probeert de machtsongelijkheid tussen deze twee partijen te verkleinen.
- Digital Markets Act (DMA): De DMA richt zich op het aanpakken van oneerlijke praktijken door “poortwachters” (grote online platforms). Deze wet verplicht platforms om interoperabiliteit te garanderen, zodat diensten met elkaar kunnen communiceren. Ook wordt beoogd het voor gebruikers eenvoudiger te maken om over te stappen, wat de switching costs beoogt te verlagen.
- Digital Services Act (DSA): De DSA stelt strengere regels aan platforms over de manier waarop zij omgaan met illegale content, desinformatie en de bescherming van minderjarigen. Het dwingt platforms tot meer transparantie en verantwoordelijkheid.
- Verordening netneutraliteit: Netneutraliteit is het principe dat internetproviders al het internetverkeer gelijk moeten behandelen, zonder bepaalde content of diensten te bevoordelen of te vertragen. Dit is vastgelegd in een specifieke EU-verordening (Verordening (EU) 2015/2120). Dit voorkomt dat internetproviders betaalde afspraken maken met big tech om hun diensten sneller aan te bieden dan die van kleinere concurrenten. Het zorgt ervoor dat de diensten van big tech op dezelfde manier worden behandeld als die van elke andere partij, wat eerlijke concurrentie bevordert.
- AVG (GDPR): De AVG versterkt de rechten van individuen over hun data en legt strenge eisen op aan bedrijven.
- e-Privacyrichtlijn: Deze oudere richtlijn (uit 2002) is de basis voor de cookie-regels en de bescherming van elektronische communicatie. Hoewel er al geruime tijd gewerkt wordt aan een nieuwe e-Privacyverordening (die de richtlijn moet vervangen), blijft de richtlijn tot die tijd relevant. Het stelt dat er toestemming moet worden gevraagd voor het plaatsen van cookies en de verwerking van communicatiedata, een principe dat later in de AVG is overgenomen en aangescherpt. De geplande nieuwe verordening zal de regels naar verwachting verder aanscherpen, vooral met betrekking tot tracking en direct marketing.
- Datagovernanceverordening: De DGA is in 2022 aangenomen en heeft als doel om het vertrouwen in data-uitwisseling te vergroten. Hoewel het niet direct gericht is op big tech, creëert het regels voor het hergebruik van overheidsdata en voor de bemiddeling van data (data-sharing services). Het stimuleert databemiddelaars om als onafhankelijke partijen op te treden en legt de basis voor een gemeenschappelijke Europese dataruimte, wat de positie van grote platforms die nu vaak als enige de data beheren, kan verzwakken.
- Richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt: Deze richtlijn, aangenomen in 2019, is bedoeld om het auteursrecht in het digitale tijdperk te moderniseren. De bepalingen hebben een directe impact op platforms zoals YouTube, Facebook en Google.
- AI-verordening: De AI Act is de eerste uitgebreide wet ter wereld die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van kunstmatige intelligentie.
- NIS2-richtlijn: Platforms, cloud-diensten en andere digitale infrastructuurproviders vallen onder de richtlijn. Ze moeten uitgebreide maatregelen nemen om hun systemen te beveiligen en ernstige cyberincidenten verplicht en tijdig melden aan de bevoegde autoriteiten. Dit legt een grotere verantwoordelijkheid bij hen voor de veiligheid van hun diensten en de data van hun gebruikers. In Nederland gaat deze richtlijn naar verwachting (na implementatie) in werking in lente 2026.
- Cyber Resilience Act: De CRA stelt verplichte cybersecurityeisen voor alle digitale producten met verbinding met het internet, zoals software, hardware en IoT-apparaten. De CRA zal grote software- en hardwareproducenten (zoals Google, Apple, Microsoft) dwingen om hun producten veiliger te maken door duidelijke regels te stellen voor kwetsbaarheidsbeheer, het tijdig uitbrengen van updates en het informeren van gebruikers over beveiligingsrisico’s.
Deze wetten, samen met een hernieuwde focus op mededingingsrecht bieden enige juridische handvatten om de enorme macht van techbedrijven aan te pakken en de belangen van zowel gebruikers als bedrijven te beschermen. Overigens zijn dit soort wetten ook onderwerp van stevige internationale spanningen. Waar de EU de afgelopen jaren de macht van techbedrijven duidelijk heeft proberen te beteugelen, is er met name vanuit de VS stevige politieke druk om (vooral in de VS gevestigde) techbedrijven niet teveel voor de voeten te lopen.
Conclusie
Het fenomeen enshittification laat zien dat technologie niet neutraal is. De afbraak van digitale diensten is een direct gevolg van economische belangen en een juridisch landschap dat dit lange tijd heeft toegestaan. Bij Lawfox zijn we uitgesproken anti-enshittification, en geloven we dat het recht de sleutel is tot een gezondere digitale markt. Wij zijn bijzonder gemotiveerd om alle beschikbare regelgeving die voorhanden is om enshittification te bestrijden aan te grijpen, en te vechten om het evenwicht te herstellen tussen winst en het welzijn van gebruikers. Waar mogelijk zoeken we in dat kader ook graag samenwerking met partijen als de Electronic Frontier Foundation, Bits of Freedom en Privacy First , maar ook politieke partijen die mededinging en soms doorgeslagen IE-wetgeving hoog op de agenda hebben staan. Een in Nederland, en in de EU, actieve partij die zich nadrukkelijk met dit thema bezig houdt is de Piratenpartij.
Meer weten? Sparren? Klaar om de strijd aan te gaan, of behoefte aan hulp bij je lobby? Lawfox – 013-2077107 – info@lawfox.nl – contactformulier.