Door Nick Vrugt | Contractenrecht | 8 juli 2020 | 4 min. leestijd
Het Europese betalingsbevel (EBB) maakt het binnen de Europese Unie (EU) mogelijk om een onbetwiste geldvordering op een buitenlandse schuldenaar relatief eenvoudig en snel via de rechter in te vorderen.
Het bijzondere aan de EBB-procedure is dat een EBB kan worden verkregen zonder dat partijen daadwerkelijk voor de rechter hoeven te verschijnen. De EBB-procedure is een procedure die kan worden gevolgd op grond van een Europese verordening.
Hieronder zal ik kort toelichten wat de procedure inhoudt en in welke gevallen deze procedure uitkomst kan bieden.
Vereisten voor een EBB
Een EBB is niet mogelijk in iedere zaak. Er gelden namelijk enkele vereisten waaraan een zaak moet voldoen om aanmerking te komen voor een EBB-procedure.
Grensoverschrijdende zaak
Allereerst is een EBB-procedure alleen mogelijk in grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken. Van een grensoverschrijdende zaak is sprake als ten minste een van de partijen haar woon- of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure wordt gestart. Dit is bijvoorbeeld het geval als de schuldeiser en de schuldenaar zijn gevestigd in verschillende lidstaten en de procedure wordt ingesteld bij de rechtbank van de woonplaats van de schuldenaar of die van de schuldeiser.
Inning van een geldvordering
Daarnaast is het volgen van een EBB-procedure alleen mogelijk als het een incasso(zaak) betreft. Dit betekent dat de procedure moet gaan om de inning van een geldvordering. De verordening vereist dat de geldvordering een specifiek bedrag betreft dat opeisbaar is op het moment dat het verzoek tot een EBB wordt ingediend.

Als het uiteindelijk te vorderen geldbedrag nog niet bekend of nog niet opeisbaar is, dan is de EBB-procedure dus niet de aangewezen route.
Procedure voor een EBB
Hierboven zijn enkele vereisten voor de EBB-procedure genoemd, maar hoe verloopt zo’n procedure nu precies.
Indienen verzoek bij de bevoegde rechtbank
De procedure vangt aan doordat de schuldeiser een verzoek bij de bevoegde rechtbank indient door middel van een standaardformulier. Welke rechtbank bevoegd is, moet worden beoordeeld aan de hand van een andere Europese verordening. Namelijk de herziene EEX-verordening (EEX-Vo-II), ook wel aangeduid als de Brussel-I-bis-verordening.
In het standaardformulier moet onder meer worden aangegeven:
- Op welke grond de rechtbank bevoegd is;
- Waarom de zaak een grensoverschrijdend karakter heeft; en
- Hoe hoog de hoofdvordering is en of er rentes zijn verschuldigd.
N.B. bij de EBB-procedure is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht.
Beslissing op het verzoek door de bevoegde rechtbank
De rechtbank beslist vervolgens op dit verzoek zonder de schuldenaar op te roepen. Als het verzoek voldoet aan de vereisten uit de verordening, dan zal de rechtbank het bevel (doorgaans binnen 30 dagen) uitvaardigen aan de schuldenaar. De schuldenaar wordt dan in de gelegenheid gesteld om het verschuldigde bedrag te voldoen of om verweer te voeren.
De schuldenaar krijgt de mogelijkheid verweer te voeren
Nadat de schuldenaar in kennis is gesteld van het EBB, heeft hij 30 dagen om verweer te voeren tegen de vordering. Dit verweer moet – net als de aanvraag – worden ingediend door middel van een standaardformulier.
De gevolgen van het (niet) voeren van verweer
Als door de schuldenaar verweer wordt gevoerd, dan zal de rechter het EBB niet uitvoerbaar verklaren en verandert de procedure in een normale gerechtelijke procedure bij de bevoegde rechtbank, tenzij de schuldeiser bij de aanvraag heeft aangegeven dat hij de procedure wil staken in het geval de schuldenaar verweer voert.
Maar als de schuldenaar geen verweer voert, dan wordt het EBB uitvoerbaar verklaard door de rechter. Daarmee kan het EBB – na het verstrekken van enkele documenten aan de deurwaarder – ten uitvoer worden gelegd in de landen die partij zijn bij de verordening.
Conclusie: EBB is eenvoudig en snel
In bepaalde zaken kan het dus aantrekkelijk zijn om een EBB-procedure te starten. Het is een eenvoudige procedure, waarbij vertegenwoordiging door een advocaat niet is vereist. Ondanks dat is het overigens wel aan te raden om een advocaat te raadplegen, met name om te bepalen welke rechtbank bevoegd is.
Als de wederpartij geen verweer voert, kun je erg snel beschikken over een uitvoerbaar EBB. Voert de wederpartij toch verweer, dan kun je besluiten de zaak voort te zetten als een normale gerechtelijke procedure bij de bevoegde rechtbank.
Als de zaak aan de vereisten voor een EBB-procedure voldoet, is het voeren van zo’n procedure zeker het proberen waard!