Door Nick Vrugt | Contractenrecht | 13 september 2021 | 9 min. leestijd
De Hoge Raad heeft in een recent arrest een antwoord gegeven op de vraag of een betaling van een vervalste factuur op een bankrekening van een fraudeur kan worden gezien als een bevrijdende betaling aan de daadwerkelijke schuldeiser. Feitelijk zou dit betekenen dat de schuldeiser geen geld van de schuldenaar heeft ontvangen, maar dat de schuldenaar toch bevrijd is van zijn betalingsverplichting. De Hoge Raad oordeelt dat dit onder omstandigheden kan. De omstandigheden van de betreffende kwestie en de beoordeling van de Hoge Raad behandel ik in deze blog.
Wat speelt er?
Partijen
De zaak speelt tussen het Nederlandse Hascor B.V. (“Hascor”) en Devante Minerals Trading Ltd. (“Devante”), gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Devante is een dochteronderneming van Yildirim Holding A.S (“Yildirim”).
Devante heeft zich toegelegd op de internationale handel in onder meer ferrochroom. Dit is een legering van chroom en ijzer. Hascor houdt zich ook bezig met de internationale handel in metalen.
Jarenlange handelsrelatie
Hascor en Yildirim hebben een jarenlange handelsrelatie. Doorgaans plaatst Hascor een order bij Yildirim, waarna Yildirim een van haar dochterondernemingen aanwijst die de overeenkomst zal uitvoeren en die het metaal aan Hascor zal leveren.
De bestelling van Hascor
Zo ook in dit geval. Op 22 september 2015 heeft Hascor bij Yildirim een bepaalde hoeveelheid ferrochroom besteld. Yildirim heeft als verkopende dochteronderneming Devante aangewezen. De koopprijs van de ferrochroom bedraagt $ 363.394,13.
Vervolgens stuurt Yildirim op 28 oktober 2015 aan Hascor een e-mail met de verzenddocumenten en een factuur voor de bestelling. Deze e-mail is afkomstig van een e-mailadres eindigend op “@yildirimgroup.com”.
Enkele minuten later ontvangt Hascor een tweede e-mail van hetzelfde e-mailadres. In deze e-mail staat het verzoek om de eerdere e-mail met de documenten te negeren. Ook bevat de e-mail de mededeling dat Yildirim dit zal herstellen en dat zij de correcte documenten opnieuw zal sturen.
Ongeveer een halfuur later ontvangt Hascor een derde e-mail afkomstig van wederom hetzelfde e-mailadres. Deze e-mail zouden de correcte documenten bevatten. Bij deze e-mail zitten exact dezelfde verzenddocumenten als bij eerste e-mail. De e-mail bevat daarnaast een gewijzigde factuur. Deze factuur vermeldt een andere bankrekening voor het te betalen bedrag. Hascor gaat niet na wat er ten aanzien van de documenten en de factuur is aangepast. Zij is dus niet op de hoogte van het andere bankrekeningnummer op de factuur. Achteraf blijkt dat deze factuur vervalst is en dat deze kennelijk door een fraudeur aan Hascor is verzonden.
Hascor betaalt het factuurbedrag op het bankrekeningnummer dat vermeld is op de laatst ontvangen factuur.
Vervolgens ontvangt Hascor de aangekondigde originele verzenddocumenten en de originele factuur per post.
De betaalde factuur blijkt een vervalste factuur
Naar aanleiding van een latere koop door Hascor bij Yildirim komt Hascor erachter dat dit niet een bankrekeningnummer van Devante of een andere vennootschap van Yildirim is en dat de e-mails met de facturen waarop dit rekeningnummer vermeld is, niet door Devante of Yildirim zijn verzonden. Bij deze later koop heeft Hascor naar aanleiding van een ontvangen factuur weer een bedrag overgemaakt naar het bankrekeningnummer op de factuur uit de derde e-mail. Deze laatste betaling kan na deze ontdekking nog worden gestorneerd. Het eerder betaalde bedrag van $ 363.394,13 kan echter niet meer worden gestorneerd.
Vordering, verweer, eerste aanleg en hoger beroep
Devante vordert in deze procedure betaling van de koopprijs van het ferrochroom ten bedrage van $ 363.394,13. Zij heeft die betaling namelijk nooit ontvangen. Hascor voert het verweer dat zij bevrijdend heeft betaald omdat zij er op grond van de vervalste factuur van uit mocht gaan dat het daarin genoemde bankrekeningnummer van Devante was.
In eerste aanleg wijst de rechtbank de vordering van Devante toe. Maar in hoger beroep vernietigt het hof deze uitspraak. Volgens het hof zijn er omstandigheden die rechtvaardigen dat aan Devante wordt toegerekend dat Hascor de vervalste factuur voor echt heeft gehouden en redelijkerwijze mocht houden:
“3.6 Gegeven het voorgaande dient de onderhavige zaak te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf, gegeven in het arrest van de Hoge Raad van 7 februari 1992, NJ 1992, 809, ECLI:NL:HR:1992:ZC0498, luidende dat wanneer iemand door valselijk de handtekening van een ander te plaatsen iets voor die ander verklaart, deze ander zich in het algemeen tegen degene tot wie de verklaring is gericht, erop kan beroepen dat de handtekening en daarmede de verklaring niet van hem afkomstig is, ook wanneer degene tot wie de verklaring was gericht, heeft aangenomen en redelijkerwijze mocht aannemen dat de handtekening echt was. Uit het beginsel dat ten grondslag ligt aan de artikelen 3:35, 3:36 en 3:61 lid 2 BW, in samenhang met artikel 6:147 BW, vloeit evenwel voort dat dit onder bijzondere omstandigheden anders kan zijn. Deze omstandigheden moeten dan wel van dien aard zijn dat zij tot de slotsom nopen dat aan degene wiens handtekening is vervalst, valt toe te rekenen dat de wederpartij de handtekening voor echt heeft gehouden en redelijkerwijze mocht houden. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer degene wiens handtekening is vervalst, ofschoon hij de onbetrouwbaarheid van degene die zijn handtekening heeft vervalst, kende of behoorde te kennen, eraan heeft meegewerkt of zonder voorzorgsmaatregelen te treffen heeft toegelaten dat deze de mogelijkheid kreeg door het vervalsen van zijn handtekening jegens de wederpartij de schijn te wekken dat het een door hem ondertekende verklaring betrof.
3.7 Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval sprake van bijzondere omstandigheden in de hiervoor bedoelde zin. De aan Hascor verzonden e-mails waren afkomstig van het juiste e-mailadres van Yildirim. Dat e-mailadres werd ook bij eerdere bestellingen door Yildirim gebruikt om facturen aan Hascor te verzenden. Zowel de e-mail van 28 oktober 2015, om 10:11 uur, met de verzenddocumenten en de factuur, de daarna op dezelfde datum om 10.29u verzonden e-mail met de tekst: “Please neglect previous shipping documents due to mistakes. We will correct immediately and resend to you”, als de vervolgens op dezelfde datum verzonden e-mail van 10:51 uur met als bijlage dezelfde shipping documents en de gewijzigde factuur met de andere bankrekening, zijn verzonden van hetzelfde (juiste) e-mailadres: “[e-mailadres]@yildirimgroup.com”. Het onderwerp van de e-mails was ook steeds hetzelfde, te weten: “C9 HC FeCr to Hascor – REF1935”. In de e-mail van 28 oktober 2015 van 10:29 uur stond vermeld dat slechts de shipping documents waren gewijzigd. Voor Hascor bestond geen reden naar aanleiding hiervan de factuur te controleren. De vermelding in de e-mail van 28 oktober 2013 van 10:51 uur dat bij deze e-mail de juiste shipping documents waren bijgesloten, noopte Hascor naar het oordeel van het hof evenmin tot nader onderzoek. Bij het voorgaande is nog van belang dat, naar Hascor niet (voldoende) weersproken heeft aangevoerd, Hascor de door haar van Yildirim gekochte metalen steeds afnam van een andere, door Yildirim als verkoper aangewezen, dochtervennootschap. Het was de eerste keer dat Devante door Yildirim werd aangewezen als verkopende partij. Devante heeft de wijze van factureren voorgeschreven, waarbij haar betalingsverzoeken per e-mail aan Hascor werden verzonden. Door Yildirim werd voorts geen vast rekeningnummer gehanteerd. De aangewezen bank en het rekeningnummer verschilden per bestelling. Het was tevens niet ongebruikelijk dat de shipping documents tussentijds werden aangepast, bijvoorbeeld omdat de leveringscondities of de omvang van de bestelling wijzigden. In die zin vormde de wijziging van de shipping documents voor Hascor geen aanleiding voor onraad. Verder verschilde de opmaak van de facturen van Yildirim, althans haar dochtervennootschappen, per bestelling aangezien iedere dochtervennootschap haar eigen huisstijl had. Dat de valse factuur op veel onderdelen afwijkt van de standaardfacturering van Yildirim en haar dochtermaatschappijen, naar Devante heeft aangevoerd, doet aan het voorgaande niet af. Bij het voorgaande komt dat Devante, ondanks de (korte) betalingstermijn van vijf werkdagen na het verzenden van de digitale documenten op woensdag 28 oktober 2015 en het verstrijken van die termijn op 5 november 2015, Hascor eerst na enkele weken heeft gerappelleerd, op welk moment het terugdraaien van de betaling van Hascor (op 2 november 2015) niet meer mogelijk was en dat Hascor de originele documenten, waaronder de (juiste) schriftelijke factuur, ook eerst op 5 november 2015 per post van Devante heeft ontvangen. Tegen deze achtergrond is het hof van oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden die van dien aard zijn dat zij tot de slotsom nopen dat aan Devante valt toe te rekenen dat Hascor de e-mail met factuur voor echt heeft gehouden en redelijkerwijze mocht houden.”
Dit betekent volgens het hof dat Hascor bevrijdend heeft betaald. Devante kan daarom niet opnieuw nakoming van de betalingsverplichting vorderen, waardoor de vordering moet worden afgewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Oordeel van de Hoge Raad
Devante laat het er niet bij zitten en gaat in cassatie tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt evenwel dat het hof het bij het juiste eind heeft en dat Hascor inderdaad bevrijdend heeft betaald.
De Hoge Raad overweegt dat het uitgangspunt is dat wanneer een fraudeur zich valselijk voordoet als de schuldeiser en de fraudeur in die hoedanigheid iets verklaart, dat de daadwerkelijke schuldeiser zich er tegen de schuldenaar op kan beroepen dat de verklaring niet van hem afkomstig is. Ook wanneer de schuldenaar heeft aangenomen en redelijkerwijze mocht aannemen dat de verklaring wel van de schuldeiser afkomstig was.
Maar dit kan volgens de Hoge Raad onder omstandigheden anders zijn. Deze omstandigheden moeten dan wel van dien aard zijn dat zij rechtvaardigen dat aan de schuldeiser, volledig of deels, wordt toegerekend dat de schuldenaar de verklaring van de fraudeur voor echt heeft gehouden en redelijkerwijze mocht houden.
Bij de beoordeling hiervan kan onder meer een rol spelen in hoeverre partijen adequate voorzorgsmaatregelen hebben genomen om te voorkomen dat een fraudeur in staat is om zich voor een van hen uit te geven. Van partijen mag worden verwacht dat zij kunnen uiteenzetten welke inspanningen zij hebben verricht om te achterhalen op welke wijze de fraudeur zich valselijk als een van hen heeft kunnen voordoen en wat deze inspanningen hebben opgeleverd.
De Hoge Raad komt in deze zaak tot het oordeel dat het hof het juiste toetsingskader heeft gebruikt en geen onjuiste beslissing heeft genomen. De Hoge Raad laat het oordeel van het hof dus in stand met als gevolg dat Hascor bevrijdend heeft betaald. Ondanks dat Devante de betaling ooit heeft ontvangen.
Tot slot
Als er een les te trekken is uit dit arrest, dan is het wel om de beveiliging goed op orde te hebben en ervoor te zorgen dat fraudeurs zich niet als jou(w onderneming) kunnen voordoen.
Maar let ook op als je aan de andere kant zit. Het uitgangspunt is nog steeds dat het betalen van een vervalste factuur voor rekening en risico komt van degene die de betaling verricht. Wees dus alert op e-mailadressen waarmee je communiceert en bankrekeningnummers waarop je betalingen verricht!