Crypto rechtszaak Rechtbank

Een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 april 2022 (ECLI:NL:RBAMS:2022:1929) toont aan hoe belangrijk het is om rechtszaken over crypto goed bij te laten staan door een gespecialiseerd advocaat. De zaak betrof een Amerikaan die een in Amsterdam woonachtige man misleidde om voor $ 250.000 aan cryptovaluta te investeren in een niet bestaande vennootschap, werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan schadevergoeding.

Overeenkomst tot het opzetten van een crypto platform

Gedaagde en Eiser hebben elkaar gesproken over een door Gedaagde op te zetten start-up (hierna: het ‘’Bedrijf’’). Dit Bedrijf zou zich richten op een nog op te zetten online informatie dashboard voor de handel in cryptovaluta (hierna: het ‘’Platform’’), waarvan klanten voor $ 0,50 per maand gebruik konden gaan maken.

Eiser is een overeenkomst aangegaan, die Gedaagde namens het Bedrijf ondertekend heeft. Eiser zou in ruil voor $ 125.000 in USDT 3,00% van het Bedrijf in handen krijgen, waarbij elk kwartaal 3,00% van het totaal aan dividend aan Eiser uitgekeerd zou worden. Eiser heeft daarop $ 25.000, in USDT, en $ 100.000, in USDT, aan Gedaagde betaald.

Gedaagde Eiser de bedrijfsplanning van het Bedrijf gemaild, waarin onder meer staat:

‘’Fase 3 juli – augustus’’ en ‘’Begin van betalende gebruikers (EOM)’’. Ook heeft Gedaagde Eiser de financiële prognoses gemaild, waaruit onder meer blijkt dat het Bedrijf in september 2020 gelanceerd wordt en dat het Bedrijf vanaf dat moment ook betalende gebruikers krijgt.

Eiser is later wederom een overeenkomst aangegaan, die Gedaagde namens het Bedrijf heeft ondertekend. De tweede overeenkomst is vergelijkbaar met de eerste overeenkomst en bepaalt dat Eiser 3,00% van de aandelen van het Bedrijf verkrijgt tegen betaling van $ 125.000, betaald in Bitcoin (BTC). Ook bepaalt de tweede overeenkomst dat Eiser naar rato van zijn aandelenbelang aanspraak maakt op eventuele opbrengsten bij verkoop van het Bedrijf én dat Eiser per kwartaal 6,00% van het totaal aan dividend uitgekeerd zou krijgen. Eiser heeft daarop 13,56631043 BTC aan Gedaagde betaald.

Livegang van het Platform heeft nooit plaatsgevonden. Intussen had Gedaagde Eiser gevraagd om 6.5000.000 in de cryptovaluta Kardiachain (hierna: ‘’KAI’’) aan Gedaagde te betalen voor het aanschaffen van een KAI validator node (hierna: ‘’Node’’). Eiser heeft daarop 6.500.000 KAI aan Gedaagde betaald.

Enige tijd later heeft Eiser Gedaagde verzocht om terugbetaling van de KAI alsook tot uitkoop van Eiser in het Bedrijf, zodat de volledige investering van Eiser terug zou worden betaald. Ook verzoekt Eiser Gedaagde om betaling van 50,00% van de rendementen, behaald op/met de Node.

Gedaagde heeft hierop gereageerd dat hij gaat proberen de KAI terug te halen. Voorts blijkt uit een door Eiser ingebracht Whatsapp gesprek dat Gedaagde bevestigt dat – 30 dagen na verkrijging van opbrengsten uit inschrijvingen van betalende gebruikers van het Platform – Eiser eerst zijn geïnvesteerde $ 250.000 terug zal krijgen. Betaling aan Eiser bleef echter uit, waardoor Eiser conservatoir derdenbeslag heeft laten leggen alsmede conservatoire beslagen op onder meer cryptovaluta, roerende zaken en aandelen van Gedaagde.

De verwijten van Eiser richten zich in deze crypto rechtszaak op twee onderwerpen: de betalingen van Eiser ten aanzien van het Bedrijf en het Platform, en de betaling van Eiser voor de Node.

cryptovaluta

Betalingen voor het Platform

Eiser heeft diverse betalingen gedaan ten behoeve van de ontwikkeling van het Platform. Eiser meent dat Gedaagde hem heeft misleid om te investeren en ook opzettelijk onjuiste mededelingen heeft gedaan over de lanceerdatum van het Platform en het moment waarop het Bedrijf winst zou gaan maken, alsook over het terugverdienen van de investeringen en dividenduitkeringen. Ook betoogt Eiser dat de door hem gedane investeringen door Gedaagde voor persoonlijke doeleinden zijn gebruikt, in plaats van voor de ontwikkeling van het Bedrijf.

Eiser heeft aan Gedaagde in cryptovaluta betaald, nadat hij twee overeenkomsten met het Bedrijf heeft ondertekend. Niet kan worden vastgesteld of het Bedrijf ook daadwerkelijk bestaat of heeft bestaan. Ook blijkt niet uit de stukken dat sprake was van een vennootschap in oprichting. Gedaagde heeft de overeenkomsten opgesteld en ondertekend en heeft doen voorkomen alsof Eiser de overeenkomsten sloot met een daadwerkelijk bestaande vennootschap. Gedaagde heeft Eiser daarmee bewogen tot het doen van investeringen in een niet bestaande vennootschap. Onvoldoende is gebleken dat deze investeringen zijn aangewend om het Bedrijf op te richten. Ondanks meerdere berichten van Gedaagde aan Eiser, inhoudende een datum voor livegang van het Platform, is het Bedrijf niet gelanceerd en ook is onvoldoende duidelijk geworden wat de onderliggende reden hiervan is. Eiser heeft stukken overlegd waaruit blijkt dat Gedaagde weliswaar gestart is met de bouw van het Platform, maar volgens Eiser heeft Gedaagde ontwikkelaars laten werken aan andere projecten van Gedaagde.

De rechtbank is van mening dat het op de weg van Gedaagde had gelegen om zijn betwisting op dit punt nader te concretiseren. Gedaagde heeft dit echter nagelaten. Daarmee is volgens de rechtbank voldoende vast komen te staan dat Gedaagde heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Gedaagde heeft onrechtmatig gehandeld jegens Eiser en dat kan hem worden toegerekend. De enkele omstandigheid dat de vennootschappen uiteindelijk wel daadwerkelijk zijn opgericht, doet hier volgens de rechtbank niets aan af. Gedaagde heeft evenmin via deze vennootschappen voor een livegang van het Platform gezorgd.

De rechtbank komt in deze crypto rechtszaak tot de conclusie dat Gedaagde onrechtmatig jegens Eiser heeft gehandeld door hem te misleiden over investeringen in het Bedrijf. De rechtbank stelt dat de door Eiser geleden schade in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt. Als uitgangspunt neemt de rechtbank de hypothetische vergelijking, zodat Eiser zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis uit zou zijn gebleven (HR 26 maart 2020, ECLI:NL:HR:2010:BL0539). Ten aanzien van het bestaan en de omvang van de schade, alsmede het causaal verband, is de rechtbank bevoegd de schade te begroten op de wijze die met de aard van de schade in overeenstemming is, of de schade in te schatten indien deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (HR 27 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2162).

Geld-oranje

Schadevergoeding

Volgens de rechtbank is voldoende duidelijk geworden dat Eiser niet over was gegaan tot het doen van de investeringen wanneer het onrechtmatig handelen van Gedaagde uit was gebleven. Dit betekent dat de schade gelijk is aan de door Eiser geïnvesteerde bedragen van twee maal $ 125.000, voldaan in 13,56631043 BTC en 125.000 USDT. Eiser vordert schadevergoedingen in BTC en in USDT. De rechtbank stelt echter dat de schadevergoeding wordt voldaan in geld (art. 6:103 BW) en ziet, mede gelet op mogelijke executieproblemen, geen aanleiding om over te gaan tot veroordeling tot schadevergoeding anders dan in geld.

Uit de overeenkomsten blijkt dat de door Eiser gedane investeringen een waarde hebben van $ 250.000, zodat dit de schade is die Eiser heeft geleden. Gedaagde zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Voor aanknoping bij de tegenwaarde van de cryptovaluta in Amerikaanse dollars per 7 maart 2021 – zoals subsidiair in deze crypto rechtszaak door Eiser bepleit – ziet de rechtbank geen grondslag nu dat niet het moment is waarop de schade is geleden. Ook de gevorderde wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) wordt niet toegewezen. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente (art. 6:119 BW) toegewezen, per 7 maart 2021 nu deze ingangsdatum niet afzonderlijk door Gedaagde is betwist.

Terugbetalingsverbintenis Node

Eiser betoogt dat hij een bedrag van 6.500.000 KAI aan Gedaagde heeft verstrekt als lening voor de Node. Gedaagde betwist dit en stelt zich op het standpunt dat de betaling juist bedoeld was als gezamenlijke investering. Eiser stelt zich voorts op het standpunt dat de verstrekte KAI enerzijds een investering was, maar dat dit anderzijds ook een lening aan Gedaagde was. Bij het verstrekken van de KAI aan Gedaagde zou Eiser Gedaagde immers hebben meegedeeld dat hij het geld zelf nodig had. Gedaagde beloofde Eiser voorts dat Eiser het bedrag binnen twee tot drie maanden terug zou krijgen. Gedaagde heeft dit niet betwist, waardoor de rechtbank aan heeft genomen dat Eiser 6.500.000 KAI aan Gedaagde heeft geleend en dat op Gedaagde uit hoofde van deze leningsovereenkomst een terugbetalingsverplichting rust. Aangezien de door Gedaagde toegezegde termijn inmiddels was verlopen is de vordering tot terugbetaling van de KAI opeisbaar geworden. De rechtbank benadrukt dat dit niet ziet op een schadevergoeding, maar op de verplichting tot nakoming van de terugbetalingsverbintenis uit hoofde van de leenovereenkomst.

De in deze crypto rechtszaak door Eiser gevorderde 50,00% van de met de Node behaalde rendementen wordt niet toegewezen, omdat niet is gebleken dat ook daadwerkelijk rendement is behaald op/met de Node. De gevorderde wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) wordt niet toegewezen. Ook de wettelijke rente (art. 6:119 BW) wordt niet toegewezen, omdat geen sprake is van vertraging in de voldoening van een geldsom, maar van vertraging in de terugbetaling van cryptovaluta.

ict recht

De beslissing

De rechtbank veroordeelt Gedaagde in deze crypto rechtszaak tot betaling aan Eiser van $ 250.000, vermeerderd met de wettelijke rente (art. 6:119 BW), vanaf 7 maart 2021 tot de dag van algemene voldoening. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling aan Eiser van 6.500.000 KAI. Ook wordt Gedaagde veroordeeld in de beslagkosten aan de zijde van Eiser (art. 706 Rv) alsook in de proceskosten.

recht

Heeft u juridische hulp nodig bij een crypto gerelateerde kwestie? Bel of mail onze crypto specialist Wouter Dammers: 013-2077107 of wouter@lawfox.nl.

IT-jurist

Google reviews LAWFOX

9.4 / 10 87 reviews

Iwan Sadhoe

Iris beschikt over een hoge mate van deskundigheid en een sterk luisterend vermogen. Zij denkt proactief mee in oplossingen en weet daarmee niet alleen vertrouwen te wekken, maar dit ook concreet waar te maken. De samenwerking heb ik als zeer professioneel, effectief en prettig ervaren. Binnen een relatief kort tijdsbestek heeft zij mij aanzienlijk ontzorgd en doelgericht geholpen. Op basis hiervan kan ik Iris zonder voorbehoud aanbevelen.

Vulders Trading

Super geholpen door Lawfox. In het bijzonder door Sjors van der Hoeven. Hij heeft enorm veel verstand van zaken en bovenal is hij een erg fijn persoon om mee samen te werken. De communicatie is hierdoor super verlopen. Mocht het nodig zijn, maken we in de toekomst zeker weer gebruik van de kundigheid van Lawfox.

JP Blankert

Ik word geholpen door JJ de Haas, tegen een onterechte uitsluiting van linkedin. Aan de telefoon mompelde hij ‘ik ga wat schrijven’. Na het weekend zag ik de veruit beste Engelse brief die ik ooit gelezen heb! Mijn stress is een stuk minder en ik ben ervan overtuigd dat het weer goed komt voor mij (zonder linkedin ben je beroepsmatig nergens, helaas. En ze sluiten tienduizenden per jaar uit, ‘for no good reason’, ‘compromised account’. Dit bureau weet er alles van af, won in 2021 al de zaak Van Haga vs. Linkedin. In 2024 kwam er de DSA bij, Digital Services Act die bepaalt dat je niet zomaar van een groot platform mag worden geduwd, puur machinaal.