Door | Merkenrecht | 12 augustus 2020 | 4 min. leestijd
Bij het merkenrecht telt elke letter. Of een teken te veel op een bestaand merk lijkt, moet (tenzij de merken identiek zijn) beoordeeld worden aan de hand van de vraag of er verwarringsgevaar bestaat tussen het merk en het teken. Of de tekens auditief, visueel of begripsmatig overeenstemmen is daarvoor een belangrijke aanwijzing.
Onlangs sprak de kortgedingrechter zich uit over de volgende tekens:
vs.
De rechter oordeelde dat er geen sprake was van inbreuk. De details lees je hieronder.
De feiten van de zaak: een app om omwonenden te informeren
Eiseres heeft in 2013 de app genaamd “de BouwApp” op de markt gebracht. De BouwApp maakt het mogelijk om bij bouw- en infrastructuurprojecten op een digitale manier met de omgeving (zoals met omwonenden) te communiceren. In 2013 heeft zij het volgende Benelux-beeldmerk laten registreren:
Gedaagde biedt sinds eind 2019 een soortgelijke app aan onder de naam “bouwen.app”. Gedaagde gebruikt de website www.bouwen.app en het logo.
Volgens eiseres maakt gedaagde inbreuk op haar merkenrecht en handelsnaamrecht. Ook zou gedaagde onrechtmatig handelen omdat er sprake zou zijn van slaafse nabootsing.
Merkinbreuk?
De rechter besluit te beoordelen of er sprake is van visuele, auditieve en/of begripsmatige overeenstemming tussen:
- de handelsnaam “bouwen.app” en het merk van eiseres, en;
- het logo van gedaagde en het merk van eiseres.
De rechter begint met de beoordeling van vraagstuk 2.
Visuele overeenstemming?
De rechter stelt vast dat zowel als
bestaan uit een afbeelding van een bouwhelm in combinatie met woorden. Daarbij vallen wel de volgende verschillen op:
- de bouwhelm in het teken heeft een andere kleur (wit in een oranje/rood zeshoekig vlak) dan die in het merk (geel).
- ook zijn bij de bouwhelm in het teken details aangebracht en bij de bouwhelm in het merk niet.
- in het teken is een ander lettertype gebruikt dan in het merk.
- de woorden “bouwen” en “.app” in het teken van [gedaagde] hebben allemaal dezelfde grootte, terwijl in het merk van [eiseres] hoofdletters voorkomen en een lidwoord, dat kleiner is weergegeven dan de andere woorden (de BouwApp).
- ook is het tweede woord in het teken van [gedaagde] een domeinnaamextensie (“.app”), terwijl in het merk geen domeinnaamextensie voorkomt.
Kortom: er is volgens de rechter geen sprake van een gelijk visueel totaalbeeld.
Auditieve overeenstemming?
Omdat het teken van gedaagde wordt uitgesproken als “bouwen punt app” en het merk van eiseres als “de bouw app” bestaan er auditieve verschillen. Het woord “app” en “bouw” zijn ondergeschikt aan het totale klankbeeld, aldus de rechter.
Begripsmatige overeenstemming?
Zowel bij eiseres als bij gedaagde gaat het om een applicatie voor de bouw, dus er bestaat begripsmatige overeenstemming.
Geen merkinbreuk
De rechter oordeelt dat de begripsmatige overeenstemming de visuele en auditieve verschillen niet kan neutraliseren. Het teken van gedaagde laat in zijn geheel genomen een andere totaalindruk achter dan het merk. Om deze redenen beslist de rechter dat er geen sprake is van merkinbreuk.
Ten aanzien van beoordeling 1 (de handelsnaam van gedaagde vs. het merk van eiseres) oordeelt de rechter dat er ook te veel verschillen bestaan.
Geen handelsnaaminbreuk
De rechter moet vervolgens beoordelen of de handelsnaam “bouwen.app” te veel lijkt op de handelsnaam “de BouwApp”. Daarvan is volgens de rechter geen sprake. Ook zonder afbeelding lijken “de BouwApp” en “bouwen.app” niet genoeg op elkaar, aldus de rechter.
Ook deze grondslag slaagt daarom niet.
Geen slaafse nabootsing
Het beroep op slaafse nabootsing slaagt ook niet. Daarvoor acht de rechter relevant dat de app twee soorten publiek heeft. Ten eerste ‘de afnemers’ van de app (bouwbedrijven en overheden), en die zullen volgens de rechter goed geïnformeerd zijn. Tegen die achtergrond heeft gedaagde voldoende afstand genomen van het product van eiseres, aldus de rechter.
Ten tweede bestaat het relevante publiek uit ‘de omgeving’ van bouwprojecten. Deze mensen krijgen via de afnemer te horen welke app ze moeten installeren. Om die reden ligt verwarring niet snel op de loer.
Conclusie
De voorzieningenrechter besluit om alle vorderingen van eiseres af te wijzen. Eiseres moet de proceskosten van gedaagde betalen, wat neerkomt op een bedrag van € 12.333,50.