In deze rechtszaak in kort geding verwijt Car Tattoos dat gedaagde auteursrechtinbreuk maakt op haar afbeeldingen met haar patches en pins gebaseerd op zogenaamde biker themes en heavy metal. Car Tattoos houdt zich bezig met het maken van en in de handel brengen van deze afbeeldingen. Gedaagde houdt zich bezig met de handel in (stoffen) patches en metalen pins. Gedaagde stelt dat het internet vol staat met deze en soortgelijke tekeningen, dat hij “deze speler” niet kent, andere producten verkoopt en het in China goedkoop wordt nagemaakt. Tot slot wijst hij op een eigen ontwerp van de tatoeage van zijn zoon. Gedaagde voert verweer in persoon, dus zonder procesgemachtigde of advocaat, en dat loopt niet goed af. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe. Er komen een aantal ‘klassieke’ juridisch onjuiste verweren in deze zaak naar boven, soms ook wel ‘auteursrechtfabels of mythes’ genoemd.

“Werelddekkende copyrightnummers”

Gedaagde wenste graag “werelddekkende copyrightnummers” te ontvangen, zodat hij kan nagaan dat de geclaimde afbeeldingen niet van gedaagde zelf zijn. Terecht wordt aangegeven dat voor Europa geen registratie nodig is voor een beroep op auteursrechtelijke bescherming. Het auteursrecht ontstaat namelijk automatisch op het moment van het creëren van een beschermd werk.

“Internet staat vol met tekeningen en dat in allerlei vormen, afmetingen, kleuren en diktes.” 

Het gebruik van elementen uit een bepaald thema, in dit geval biker themes en heavy metal, levert op zichzelf ook geen auteursrechtinbreuk op. Echter, het overnemen van de onderdelen waarbij, zoals gesteld, creatieve keuzes zijn gemaakt, heeft wel auteursrechtinbreuk tot gevolg. Als voorbeeld kan worden genoemd de precieze belijning, het formaat van ogen en de positie van de jukbeenderen.

“Ik zit al jaren in het vak, ik ken deze speler niet”

Dit is voor het auteursrecht geen valide argument. En wordt in deze uitspraak dan ook niet verder niet besproken. Het zou kunnen bijdragen aan de betrouwbaarheid van de auteursrechtclaims van eiser, en dus de auteursrechtinbreuk, maar daarover weten we in deze zaak te weinig gebaseerd op de tekst van de uitspraak.

“Ik verkoop deze producten niet”

Gedaagde geeft aan 1.000 verschillende patches in voorraad te hebben die hij of zijn vader hebben getekend of ontworpen. Het maakt daarbij niet uit of die ontwerpen zijn aangebracht op patches, pins of op andere voorwerpen zoals t-shirts en stickers. De drager doet er dus niet toe.

“Het wordt in China goedkoop nagemaakt”

Gedaagde geeft aan dat bijna alle ontwerpen (ook) in China wordt nagemaakt en vanuit daar goedkoop worden verkocht. Dit betreffen eveneens de ontwerpen van eiser. Inhoudelijk wordt er niet op dit argument ingegaan. Veel wordt in het ‘vrijere regime van auteursrecht in China’ nagebootst, echter dat is juridisch geen inhoudelijk verweer dat het daarom dan maar is toegestaan. Dat zij die ontwerpen hebben gekopieerd van of ontleend aan reeds bestaande ontwerpen met onder meer doodshoofden, skeletten, apen, verentooien, vlaggen en vlammen en dat dergelijke ontwerpen door meerdere partijen worden gebruikt, doet er niet toe. Immers gaat het eiser om dat deze gedaagde de inbreuk op het auteursrecht staakt.

De voorzieningenrechter verwoordt de vaststelling van de inbreuk subtiel, het is weliswaar geen een-op-een inbreuk, maar de gelijkenis is treffend:

4.1. (…) Hoewel eisers niet zonder meer kunnen worden gevolgd in hun stelling dat de ontwerpen een-op-een zijn overgenomen, is de gelijkenis tussen de ontwerpen van eisers en de producten van [gedaagde] treffend.  Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de producten van [gedaagde] ook veel meer gelijkenis vertonen met de ontwerpen van eisers dan met de door hem overgelegde afbeeldingen. Hiertoe wijst de voorzieningenrechter onder meer op de rebel skull (zie 2.4.7 en 4.8) en de gorilla/aap (zie 2.4.14 en 4.7). (…)

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot het staken en gestaakt houden van de inbreuk. Deze moet tevens opgave doen van de voorraad, de verkoop, naw-gegevens van fabrikanten, tussenpersonen, leveranciers en professionele afnemers. De producten moeten worden vernietigd. Dat alles op straffe van een dwangsom. De proceskosten van eiser dient gedaagde ook te betalen: €6.544,62.

Opvallend beroep op een tatoeage in auteursrecht

gorilla aap tatoeage auteursrecht heavy metalOm te onderbouwen dat voor het ontwerp van een Gorilla met een sigaar in zijn mond er sprake is van een eerder (eigen) ontwerp, heeft gedaagde een beroep gedaan op de tatoeage op de arm van zijn zoon. Deze zou hij hebben laten zetten toen de  zoon 18 jaar werd en daarom zou die datum als bewijsdatum kunnen worden gebruikt.

We hebben in de Nederlandse rechtspraak niet (veel) eerder gezien dat er ter onderbouwing van een eigen auteursrecht een beroep werd gedaan op de tatoeage. Wanneer we het in de uitspraak bekijken, claimt gedaagde dat deze tatoeage in 2012 is gemaakt. Eiser heeft bewijs ingebracht dat het ontwerp door een werknemer in dienstverband is gemaakt in de periode maart 2014 tot juni 2016 en dus toen het auteursrecht is ontstaan. De rechter lijkt hier dus voorbij te gaan aan de eerdere datum, of het bewijs van gedaagde werd terzijde geschoven.

Wij kunnen het op basis van de uitspraak niet reproduceren. Omdat gedaagde niet vertegenwoordigd was door een gemachtigde or advocaat, maar in persoon was verschenen, kunnen we het belang van procesvertegenwoordiging door een juridische expert op het gebied van het intellectuele eigendomsrecht alleen maar benadrukken. Wij kunnen u daarin bijstaan.

Naar blog overzicht

piraterij