De bakfiets, je ziet hem werkelijk overal. Onlangs moest de voorzieningenrechter in kort geding oordelen over de volgende vraag: kan een bakfiets auteursrechtelijk beschermd zijn?

Het antwoord was: ja. Ook een bakfiets kan onder omstandigheden auteursrechtelijk beschermd zijn. De verweren van de wederpartij, waaronder het standpunt dat de vormgeving te technisch was, gingen niet op. Ik leg hieronder uit wat er precies aan de hand was.

Feiten: twee bakfietsen

Eiser in deze zaak is Smart Urban Mobility (“SUM”). SUM brengt de volgende bakfiets op de markt, de “Family” geheten:

bron: vonnis

Gedaagde is Azor Bike (“Azor”). In juli 2020 heeft Azor aan haar dealers een e-mailbericht gestuurd met daarin de aankondiging dat in het najaar van 2020 de volgende bakfiets op de markt zal komen, genaamd de “Shepherd”:

bron: vonnis

De vorderingen

SUM is van mening dat de Shepherd inbreuk maakt op haar auteursrechten. SUM vordert (kort gezegd) onder andere een verbod om inbreuk te maken op het auteursrecht ten aanzien van de Family-bakfiets. SUM vordert een verbod voor de hele EU.

De beoordeling

Toepasselijk recht

SUM roept auteursrechtelijke bescherming in voor Nederland en voor de overige EU-lidstaten. Volgens de voorzieningenrechter moeten de vragen die in dit kort geding beantwoord moeten worden (is de Family-bakfiets beschermd? Is er sprake van inbreuk?) beoordeeld worden naar het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd. Kortom: naar het recht van Nederland en naar het recht van iedere andere EU-lidstaat.

Gelet op de EU-harmonisatie oordeelt de voorzieningenrechter dat als de Family-bakfiets in Nederland beschermd is en er sprake is van inbreuk, dat dan moet worden aangenomen dat er naar het recht van de andere EU-lidstaten dezelfde conclusies kunnen worden getrokken.

Is de bakfiets in Nederland beschermd?

Of de bakfiets beschermd is hangt af van de vraag of de bakfiets een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de vormgeving van de Family -bakfiets door de volgende elementen wordt gekenmerkt:

I. de van EPP vervaardigde bak die aan de bovenzijde rondom wordt omsloten door aluminium buizen (door SUM ‘protection tube’ genoemd) van steeds gelijke omvang die de lijnen van de bak volgen en aldus – bezien vanaf de zijkanten en vanaf de voor- en achterzijde van de bakfiets – een lichte buiging naar voren maken, en – bezien van de bovenzijde en vanaf de voor-en achterzijde – van achteren naar voren versmallen;

II. de in een rechte lijn uitgevoerde aluminium elementen aan weerszijden van de lange onderkanten en de achterzijde (onderkant) van de bak die vanuit alle hoeken zichtbaar zijn en die – ten opzichte van de aluminium buizen die de bak aan de bovenzijde omsluiten – over gedimensioneerd zijn;

III. het ook van aluminium buizen vervaardigde frame van de bakfiets dat aansluit op de vormgeving van de bak doordat het aan de onderzijde visueel lijkt door te lopen in de over gedimensioneerde elementen aan de onderzijde van de bak en aan de bovenzijde qua buiging vloeiend ‘meegaat’ in de lichte buiging die de aluminium buizen die de bak omsluiten, maken, waardoor een sterke contourwerking en een simpele en herkenbare lijntekening worden gegenereerd;

IV. de in een donkere kleur uitgevoerde overige onderdelen van de bakfiets (waaronder de velgen, de banden, de standaard, het zadel, de trappers en het stuur), waardoor die onderdelen als het ware ‘wegvallen’ uit het beeld dat de vormgeving van de bak en het frame van de bakfiets (gezamenlijk) genereren.

De verweren van Azor

De verweren van Azor zijn:

  1. Een deel van de bovenstaande elementen is technisch bepaald;
  2. Een deel van de bovenstaande elementen bestond al.

Verweer 1: de techniekexceptie

Juridisch is het volgende relevant: voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dit betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van creatieve keuzes. De keuzes van een maker mogen niet een louter technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze.

Volgens Azor fungeren de buizen rondom de bovenzijde van de bak als bescherming van de bak. SUM stelt dat de buizen uitsluitend een esthetische functie hebben. De voorzieningenrechter oordeelt vervolgens dat Azor haar beroep op de techniekexceptie onvoldoende heeft onderbouwd. Daarvoor is met name relevant dat Azor niet heeft aangetoond dat EPP (het materiaal waarvan de bak is vervaardigd) snel beschadigt, verbuigt of breekt.

Zelfs als de bak wel beschermd zou moeten worden, dan kan die bescherming nog op veel verschillende wijzen worden vormgegeven, zo oordeelt de voorzieningenrechter.

Verweer 2: de elementen bestonden al

Ten aanzien van het tweede verweer oordeelt de voorzieningenrechter allereerst dat er in 2010 een prototype van de Family-bakfiets openbaar is gemaakt. De latere uitvoeringsvormen van de Family-bakfiets hebben te gelden als onzelfstandige bewerkingen van het ‘basisontwerp’ van de Family-bakfiets. Om deze reden moet er alleen worden gekeken naar de fietsen die al bestonden op het moment dat het prototype in 2010 openbaar werd gemaakt.

De fiets die toen al bestond was de Cargo Bike. Als de Cargo Bike (boven) en de Family-fiets (onder) onder elkaar worden gezet, ziet dat er als volgt uit:

bron: vonnis

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vormgevingselementen die de Family-bakfiets karakteriseren en beeldbepalend zijn, niet terugkomen in de Cargo Bike.

Daarvoor is het volgende relevant:

De bak van de Cargo Bike is, anders dan die van de Family, vervaardigd van hout. Voorts is de bak van de Cargo Bike geheel anders gevormd dan die van de Family; de bovenzijden van de bak lopen meer in een rechte lijn, aan de boven- en achterzijde is een verhoging aangebracht (die de rugleuning van een bankje vormt) en de bak is lager en langgerekter. Rondom de bovenzijde van de houten bak van de Cargo Bike ligt bovendien geen aluminium buizenstelsel zoals bij de Family en, anders dan bij de Family, zijn aan weerszijden van de onderzijde van de bak geen, ten opzichte van het buizenstelsel aan de bovenzijde over gedimensioneerde, aluminium elementen aangebracht. Het frame van de Cargo Bike vormt tot slot geen eenheid met de vormgeving van de bak (…). Samen genomen, oogt de Cargo Bike als geheel veel minder organisch dan de Family. De Cargo Bike is een samenstel waarin de hoekiger vormgegeven bak een apart onderdeel is, terwijl de bak van de Family visueel veel meer in het frame is geïntegreerd.

Conclusie: de verweren van Azor gaan niet op en de Family-bakfiets is auteursrechtelijk beschermd. De voorzieningenrechter gaat nog een stap verder: de beschermingsomvang van de Family-bakfiets is aanzienlijk.

Is er sprake van inbreuk?

Vervolgens moet worden beoordeeld of Azor inbreuk maakt op de auteursrechten van SUM.

Het komt in deze beoordeling (kort gezegd) met name aan op de vraag of de Shepherd de karakteristieke trekken van de Family-bakfiets vertoont, en wel zodanig dat de totaalindrukken die de bakfietsen maken te weinig van elkaar verschillen.

De overeenkomsten

Volgens de voorzieningenrechter bestaan er tussen de twee bakfietsen de volgende overeenkomsten:

  • Allebei de bakken zijn gemaakt van EPP;
  • Allebei de bakken zijn aan de bovenzijde omsloten met in materiaal, glans en kleur contrasterende aluminium elementen;
  • Deze elementen zijn aan de zijkanten rond en volgen, van de zijkanten bekeken, de licht gebogen lijn van de bak;
  • De buiging van de lijnen verloopt vrijwel identiek;
  • De belijning loopt bij beide bakfietsen op gelijke wijze door in het frame aan de achterzijde;
  • De aluminium elementen aan weerszijden van de onderzijde van de bak zijn prominent aanwezig en anders gevormd ten opzichte van de aluminium elementen aan de bovenzijde van de bak;
  • De onderzijde van beide bakken oogt stevig en robuust;
  • De overige onderdelen zijn vormgegeven in een donkere kleur.

De voorzieningenrechter concludeert dat deze overeenkomsten ervoor zorgen dat de door Azor genoemde verschillen niet of nauwelijks in het oog springen en niet van doorslaggevende invloed zijn op de totaalindruk die wordt gewekt. Daarbij heeft de voorzieningenrechter meegewogen dat de bak van een bakfiets het meest in het oog springende deel is en juist in die vormgeving veel overeenkomsten te vinden zijn.

Kortom: er is sprake van inbreuk.

Toewijzing vorderingen: een EU-verbod

Het verbod wordt toegewezen voor de hele EU en strekt zich bovendien uit tot alle kleurstellingen van de frame- en bakomsluitende buizen/elementen.

Daarnaast moet Azor haar dealers berichten omtrent het oordeel van de rechter. Ook moet er een Facebook-post worden geplaatst.

Azor moet tot slot 12.939,99 euro aan proceskosten vergoeden.

Conclusie

In dit kort geding werd een EU-wijd verbod opgelegd. De bakfiets was beschermd, de verweren van Azor gingen niet op en de fiets van Azor leek te veel op de Family-bakfiets. Interessant is of dit oordeel anders was geweest als het beroep op de techniekexceptie uitgebreider was onderbouwd en/of als er meer fietsen van voor 2010 aan de rechter waren laten zien.

Ik ben benieuwd of er hoger beroep of een bodemprocedure volgt waarin dit aan de orde komt.

 

Naar blog overzicht

auteursrecht