Stel: U koopt een oude schietbaan, en bent van plan om deze privé te gebruiken. U moet nog wel een omgevingsvergunning aanvragen en klaar. En dan… via een twitteraccount van een verslaggever van RTV Noord, komt u, de aanvrager van een omgevingsvergunning, te weten dat uw persoonsgegevens, waaronder voor- en achternaam, alle adresgegevens en zelfs uw BSN, op de openbare website van de gemeente Oldambt staan. Dat overkwam de aanvrager in een zaak waarin de kantonrechter onlangs uitspraak deed. In deze rechtszaak staat de schadevergoeding bij een datalek centraal. (ktr. Rb Noord-Nederland 12 januari 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:106 (datalek gemeente Oldambt))

Dezelfde dag nog maakt de aanvrager melding van een datalek bij de gemeente. Daarbij doet de aanvrager een beroep op de schadevergoedingsbepaling van artikel 82 AVG. De aanvrager stelt:

 “Zo heeft u [red. de Gemeente] mij bijvoorbeeld tot een doelwit gemaakt voor criminelen om wapens te bemachtigen, waarmee u tevens mijn gezin tot doelwit heeft gemaakt. U heeft mij kwetsbaar gemaakt voor identiteitsfraude door het openbaren mijn BSN etc. Voor wat betreft de materiële kosten kunt u bijvoorbeeld denken het extra inbraakwerend maken van mijn woning. Maar ook eventueel misbruik van mijn persoonsgegevens in de toekomst, zoals identiteitsfraude.”

De gemeente wijst de schadeclaims af en de kantonrechter buigt zich over de zaak. De herhaalde datalekken (hetzelfde document was inmiddels vier keer gepubliceerd) worden door de kantonrechter als inbreuk op de privacy ex 4 lid 12 AVG aangemerkt. Als gevolg daarvan heeft de aanvrager in beginsel recht op betaling van schadevergoeding. Op grond van de wet kan schade bestaan uit 1) vermogensschade en 2) ander nadeel (immateriële schade).

Vermogensschade

De aanvrager vordert, kort gezegd, vergoeding van de kosten van de maatregelen die hij naar eigen zeggen na het voorvallen van de datalekken heeft getroffen voor de beveiliging van zijn huis.

Vermogensschade wordt aan de hand van het Nederlandse civiele recht beoordeeld (artikel 6:95 jo. 6:69 Burgerlijk Wetboek). De kosten moeten aan de “dubbele redelijkheidstoets” voldoen. Zowel het nemen van de betreffende maatregelen op zichzelf als de daaraan verbonden kosten moeten redelijk zijn.

In dit geval zijn de getroffen beveiligingsmaatregelen aan de woning van de aanvrager, volgens de kantonrechter, geen redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade als gevolg van de datalek. De kantonrechter oordeelt: 

Dat [aanvrager] door deze datalekken onaangenaam is getroffen en heeft gevreesd voor het (verhoogde) risico dat anderen met deze persoonsgegevens aan de haal zouden kunnen gaan waarbij hem nadeel zou kunnen worden berokkend, acht de kantonrechter begrijpelijk. Gesteld noch gebleken is echter dat zich in dit geval enige concrete dreiging van zodanig nadeel heeft voorgedaan.

De kantonrechter acht relevant dat de gemeente de datalekken steeds snel heeft “gedicht”. Ook had de aanvrager gekozen voor een openbare aanvraag van een vergunning voor een schietbaan. Daarmee geeft de aanvrager sowieso al zijn eigen naam en woonadres vrijwillig prijs. Kortom: de gevorderde vergoeding voor materiële schade wordt afgewezen.

Immateriële schade persoonsgegevens

De kantonrechter is wél van oordeel dat de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager door de gemeente is geschonden. De aanvrager heeft recht op toekenning van een naar billijkheid vast te stellen vergoeding voor geleden immateriële schade. De kantonrechter oordeelt:

Gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval, waaronder de aard, duur, frequentie en ernst van de inbreuk, afgezet tegen de omstandigheid dat niet is gebleken dat de datalekken tot concrete negatieve gevolgen hebben geleid, zal de kantonrechter deze schadevergoeding naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 500,00 (vgl. r.o. 36 van de uitspraak van de Afdeling[red. ECLI:NL:RVS:2020:898]).

De kantonrechter oordeelt nog dat de aanvrager niet, althans onvoldoende, gesteld heeft dat hij psychisch letsel heeft opgelopen. Een meer of minder sterk psychisch onbehagen is ontoereikend voor vergoeding van immateriële schade, zo oordeelt de rechter.

Kortom: de aanvrager heeft zelf voor een openbare aanvraag gekozen voor zijn aanvraag van een privéschietbaan. Dat hij meent dat door het lek zijn huis en gezin en eigendommen in gevaar komen, heeft de kantonrechter begrip voor, maar er heeft zich geen enkele reële dreiging voorgedaan. Omdat de lek viervoudig was, wijst de kantonrechter dus (slechts) een immateriële schadevergoeding toe.

Naar blog overzicht

Datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens