Op 9 maart 2021 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) een nieuwe uitspraak gedaan over auteursrechten en internet. De uitspraak zat al een tijdje in de pijplijn. Mijn kantoorgenoot Sjors blogde eerder al over het advies van de advocaat-generaal in deze zaak. Het HvJ EU oordeelt dat het niet is toegestaan om technische maatregelen te omzeilen om zo content op een website te “framen”. Althans niet zonder toestemming van de auteursrechthebbende. In deze blog behandel ik de uitspraak kort. Voor meer achtergrond verwijs ik naar de blog “Het embedden van content en auteursrecht: the saga continues” van Sjors.

Wat is “framen” van een werk?

Allereerst is het voor het begrip van de uitspraak van belang om te weten wat “framen” of “framed linken” is.

De meest bekende vorm van linken naar content, is het linken door middel van een hyperlink. Onder een bepaald woord of een bepaalde zin wordt dan door middel van een hyperlink verwezen naar andere content. De gebruiker klikt op het woord of de zin met de hyperlink en komt terecht op de pagina waarnaar wordt gelinkt. Voorbeelden hiervan zijn de links in de inleiding van deze blog.

Maar er zijn andere vormen van linken mogelijk. Zo bestaan er een vormen van linken waarbij de gebruiker van een website nergens op hoeft te klikken, maar waarbij de content op de website wordt “geframed“. Het lijkt dan net of er een kopie van de content op de website staat, maar dit is technisch niet het geval. Er wordt geen kopie van de content gemaakt op de server. Het frame is gekoppeld aan de content op de oorspronkelijke website. Als de content op de oorspronkelijke website verdwijnt, dan is de content in het “frame” dus ook niet meer zichtbaar. Er is dus echt sprake van linken. Technisch is er dus een verschil tussen het kopiëren van content en het framen van content, maar de gebruiker merkt dat verschil doorgaans niet.

Een voorbeeld van framen is het door middel van een link tonen van een YouTube video op de eigen website. Het lijkt dan net of deze video op de eigen website is geplaatst, maar in feite wordt er gelinkt naar de YouTube video.

Framen is (normaal gesproken) auteursrechtelijk toegestaan

Niet alleen technisch is er een verschil tussen kopiëren van content en framen van content. Ook juridisch zijn er verschillen.

Het auteursrecht geeft de auteursrechthebbende het uitsluitend recht om werken te verveelvoudigen en/of openbaar te maken. Een kopie is een verveelvoudiging. Je mag (beschermde) content dus niet zonder toestemming van de auteursrechthebbende op jouw website kopiëren. Wettelijke beperkingen op het auteursrecht daargelaten.

Maar wanneer je content framet, maak je geen kopie van het werk. Er is dus geen sprake van een verveelvoudiging. Het HvJ EU heeft in eerdere zaken geoordeeld dat door middel van framen geen “nieuw publiek” wordt bereikt, waardoor ook geen sprake is van een auteursrechtelijk relevante openbaarmakingshandeling. Kortom, framing van legale content is toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende. Althans in beginsel.

Framen

Maar wat als technische maatregelen worden omzeild om een werk te framen?

Maar wat als de auteursrechthebbende technische maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de content wordt geframed. Is het dan nog steeds toegestaan om de content te framen?

Over die vraag ging de procedure tussen VG Bild-Kunst en SPK waarin het HvJ EU op 9 maart uitspraak deed.

Het HvJ EU beantwoordt de vraag of het framen van legale content op een website wel als een mededeling aan het publiek (en dus: een aan de auteur voorbehouden openbaarmakingshandeling) moet worden gezien als daarmee getroffen technische maatregelen tegen framing worden omzeild. Het HvJ EU oordeelt dat dit het geval is en overweegt het volgende:

52 Indien wordt aangenomen dat het opnemen, door middel van de techniek van framing, op de website van een derde van een werk dat eerder met toestemming van de houder van het auteursrecht op een andere website is meegedeeld, terwijl die houder voorzieningen tegen framing heeft getroffen of verlangd, geen beschikbaarstelling van dat werk aan een nieuw publiek vormt, zou dit erop neerkomen dat een regel van uitputting van het recht van mededeling wordt aanvaard (zie naar analogie arrest van 7 augustus 2018, Renckhoff, C‑161/17, EU:C:2018:634, punten 32 en 33).

53 Naast het feit dat die regel in strijd zou zijn met de bewoordingen van artikel 3, lid 3, van richtlijn 2001/29, zou deze de houder de mogelijkheid ontnemen om een passende beloning te eisen voor het gebruik van zijn werk, zoals in herinnering gebracht in overweging 10 van die richtlijn, terwijl het specifieke doel van de intellectuele eigendom, zoals het Hof in herinnering heeft gebracht, met name strekt tot bescherming, ten behoeve van de houders van de betrokken rechten, van de mogelijkheid om het in het verkeer brengen of het beschikbaar stellen van beschermd materiaal commercieel te exploiteren door licenties te verlenen tegen betaling van een passende vergoeding voor elk gebruik van de beschermde voorwerpen (arrest van 7 augustus 2018, Renckhoff, C‑161/17, EU:C:2018:634, punt 34 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

54 Het toestaan van een dergelijke opneming, door middel van de techniek van framing, zonder dat de houder van het auteursrecht zich kan beroepen op de rechten van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29, zou indruisen tegen het in de overwegingen 3 en 31 van die richtlijn bedoelde juiste evenwicht dat in de digitale omgeving moet worden gewaarborgd tussen, enerzijds, het belang van de houders van auteursrechten en naburige rechten bij de door artikel 17, lid 2, van het Handvest gewaarborgde bescherming van hun intellectuele-eigendomsrechten en anderzijds de bescherming van de belangen en fundamentele rechten van gebruikers van beschermd materiaal, met name hun door artikel 11 van het Handvest gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en van informatie, alsmede van het algemeen belang (zie naar analogie arrest van 7 augustus 2018, Renckhoff, C‑161/17, EU:C:2018:634, punt 41).

55 Gelet op de voorgaande overwegingen moet op de vraag worden geantwoord dat artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 aldus moet worden uitgelegd dat de opneming, door middel van de techniek van framing, op de website van een derde van werken die door het auteursrecht worden beschermd en die met toestemming van de houder van het auteursrecht op een voor het publiek vrij toegankelijke andere website zijn geplaatst, een mededeling aan het publiek in de zin van deze bepaling vormt wanneer met die opneming de voorzieningen worden omzeild die de houder tegen framing heeft getroffen of opgelegd.

Met andere woorden: als de auteursrechthebbende duidelijk niet wil dat de content wordt geframed, blijkend uit het feit dat hij technische maatregelen daartegen heeft getroffen, dan is het niet toegestaan om die technische maatregelen te omzeilen en de content alsnog te framen.

Conclusie: de auteursrechthebbende bepaalt of het framen van zijn werk is toegestaan

Als auteursrechthebbende kan je dus zelf bepalen of anderen jouw werk mogen framen.

Als een auteursrechthebbende technische maatregelen neemt, of laat nemen (bijvoorbeeld door dit als verplichting in een licentieovereenkomst op te nemen), om framing van zijn werk te voorkomen, dan moet ervan worden uitgegaan dat de auteursrechthebbende niet heeft ingestemd met het framen van het werk. Voor het framen van het werk is dan (alsnog) de toestemming van de auteursrechthebbende vereist.

De verwachting die mijn kantoorgenoot Sjors in zijn blog al uitsprak, is dus werkelijkheid geworden: het omzeilen van technische maatregelen voor het framen van het werk valt binnen het domein van de auteursrechtinbreuk.

Naar blog overzicht

auteursrecht

Man in lichtblauw overhemd, oranje achtergrond. LAWFOX

Nick Vrugt / Over de auteur

Nick Vrugt is gespecialiseerd IT-advocaat (VIRA/Grotius) en partner in duurzame innovatie. Hij adviseert over softwarelicenties, AI en privacy, en zet zich als ware Green Sensei actief in voor een groenere tech-sector. Nick staat bekend om zijn nuchtere aanpak: geen paniek, maar oplossingen.