Voorpaginanieuws op 12 oktober 2021: Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een aantal Telegram-kanalen weten te sluiten. Onder meer nu.nl, het Algemeen Dagblad, Tweakers.net, Emerce, maar ook het OM zelf wijden er prominente berichtgeving aan.

De Telegraaf verzocht ons om toe te lichten hoe het eigenlijk juridisch is geregeld: wanneer heeft het OM de bevoegdheid heeft om communicatiekanalen uit de lucht te halen?

Op 13 oktober 2021 publiceert de Telegraaf twee artikelen, van zowel de hoofdredactie als de redactie DFT, op basis van de input van Lawfox:

Complotkanalen

kanalen complotdenkers

Bron: Telegraaf 13 oktober 2021

Maar wat is nu de wettelijke basis van deze toch wel uitzonderlijke actie?

Grondrechten: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)

Uitgangspunt is vrijheid van meningsuiting. Dat volgt uit artikel 10 EVRM:

1

Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2

Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

 

Geen enkel grondrecht is absoluut; het komt geregeld voor dat meerdere grondrechten “botsen”, en dat de rechter moet gaan beoordelen welk grondrecht in de specifieke omstandigheden van het geval zwaarder weegt. Uit de tekst van het EVRM blijkt dat de vrijheid van meningsuiting beperkt kan worden beperkt indien dat noodzakelijk is, voor bijvoorbeeld het belang van de nationale veiligheid, openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van gezondheid of de goede zeden.

Nederlands strafrecht

Telegram is een tussenpersoon die een communicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn.

Artikel 125p Sv (Wetboek van Strafvordering) bepaalt dat zo’n partij moet voldoen aan een bevel om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven, ontoegankelijk te maken, van het OM (lid 1), . Zo’n bevel kan pas door het OM worden gegeven na machtiging door de rechter commissaris (lid 4):

1

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, kan de officier van justitie aan een aanbieder van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 138g het bevel richten om terstond alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om bepaalde gegevens die worden opgeslagen of doorgegeven, ontoegankelijk te maken, voor zover dit noodzakelijk is ter beëindiging van een strafbaar feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten.

4

Het bevel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden gegeven na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris. De rechter-commissaris stelt de aanbieder tot wie het bevel is gericht in de gelegenheid te worden gehoord. De aanbieder is bevoegd zich bij het horen door een raadsman te doen bijstaan.

Art. 54a Sr (Wetboek van Strafrecht) regelt dat zo’n partij als Telegram niet wordt vervolgd indien gehoor wordt gegeven aan zo’n bevel:

Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.

In eerdere zaken werd bijvoorbeeld opruiiing (art. 131 Wetboek van Strafrecht) als onderliggend strafbaar feit tenlastegelegd aan de uiteindelijke verdachte:

Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

Eerdere zaken

Het OM heeft met een beroep op dit wetsartikel eerder wel eens websites uit de lucht gekregen, bijvoorbeeld de website JokeKaviaar.nl . Er was daar, zo heeft de strafrechter later bevestigd, ook daadwerkelijk sprake van opruiing als bedoeld in art. 131 wetboek van strafrecht.

Er is dus een wettelijke basis in het Nederlandse strafrecht, en art. 10 EVRM bepaalt ook dat er omstandigheden kunnen zijn die vrijheid van meningsuiting kunnen (mogen) beperken.

 

Toepassing op de Telegram-zaak

De rechter-commisaris zal dus de ernst van de communicatie (filmpjes, haatberichten, opruiende berichten) in die Telegram groepen hebben afgewogen tegen het grondrecht vrijheid van meningsuiting, en tot het oordeel zijn gekomen dat er in dit geval een noodzaak is dat de vrijheid van meningsuiting moet wijken voor bijvoorbeeld nationale veiligheid, openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van gezondheid of de goede zeden.

Meer weten over vrijheid van meningsuiting?

Heeft u een vraag over vrijheid van meningsuiting? Bel of mail gerust: info@lawfox.nl / 013-2077107

Sjors van der Hoeven

 

 

 

 

Naar blog overzicht

recht

Mannelijke advocaat in donker pak en coltrui, oranje achtergrond. LAWFOX

Sjors van der Hoeven / Over de auteur

Sjors van der Hoeven is advocaat en partner IE-recht. Hij is gespecialiseerd in merken, modellen en auteursrecht. Sjors staat bekend als een ‘verbinder’ die juridische complexiteit vertaalt naar commerciële kansen. Hij is actief lid van de specialistenverenigingen BMM en VIEPA.