Stappenplan auteursrechtinbreuk exploitatierechten
Voor het bepalen of sprake is van auteursrechtinbreuk, doorloopt men vaak de volgende zeven stappen:
- Stap 1: is het werk beschermd?
Of een product beschermd is, blijkt uit de pagina Bescherming auteursrecht. Is het product niet beschermd, dan
- Stap 2: wat is de beschermingsomvang?
De beschermingsomvang van een product is afhankelijk van wat er al op de markt bestaat. Dit noemt men ook wel het vormgevingserfgoed of het Umfeld. Hoe meer vergelijkbare producten op de markt bestaan, hoe minder bescherming het product geniet. Andersom geldt hetzelfde: hoe unieker het product is, hoe groter de beschermingsomvang is.
- Stap 3: wie is rechthebbende?
Alleen rechthebbenden of geautoriseerde licentienemers kunnen auteursrechten handhaven. De pagina Rechthebbende auteursrecht bevat meer informatie over het bepalen van de rechthebbende.
- Stap 4: is het een openbaarmaking en/of verveelvoudiging?
Auteursrechtinbreuk door schending van een exploitatierecht is het gevolg van een ongeoorloofde openbaarmaking of verveelvoudiging van een werk.
Openbaarmaken (art. 12-12b Auteurswet)
Een openbaarmaking is een publicatievorm van een werk. Denk bijvoorbeeld aan het verhuren, verspreiden, verkopen of uitlenen van een werk. Dit geldt ook voor digitale varianten. Denk aan linken, downloaden of streamen. Zolang het werk aan het publiek ter beschikking is gesteld, is al snel sprake van een openbaarmaking.
Verveelvoudigen (art. 13-14 Auteurswet)
Verveelvoudigen vereist reproductiehandelingen. Kopiëren, nabootsen en bewerkingen vallen hieronder. Denk bijvoorbeeld aan vertalingen van boeken, opnames of traditionele kopieën.
- Stap 5: stemmen de totaalindrukken (te veel) overeen?
Hierbij filtert men de auteursrechtelijk beschermde elementen van het ‘origineel’ eruit. De vraag is of het mogelijk inbreukmakend product te veel beschermde elementen van het origineel bevat.
- Stap 6: staat ontlening al vast?
Dat de totaalindrukken van twee producten te veel op elkaar lijken, is nog niet voldoende voor auteursrechtinbreuk. Ontlening is ook een vereiste. Het moet vaststaan dat de inbreukmaker bij het ontwerpen van zijn product ontleende aan het ‘origineel’. Als twee producten te veel op elkaar lijken, wordt de inbreukmaker vermoed te hebben ontleend. Dit vermoeden kan de inbreukmaker weerleggen door te bewijzen dat hij zijn product helemaal zelf ontwikkelde.
- Stap 7: zijn er wettelijke beperkingen?
Niet iedere openbaarmaking of verveelvoudiging van een werk leidt tot auteursrechtinbreuk. Soms zijn er wettelijke beperkingen. Denk bijvoorbeeld aan het citaatrecht, parodieën of het portretrecht. Wanneer de potentiële inbreukmaker een (impliciete) licentie heeft, handelt hij niet inbreukmakend.