Verhouding naburige rechten auteursrecht
Het auteursrecht komt toe aan de maker van een werk. Wanneer iemand een liedje schrijft, dan heeft diegene de auteursrechten daarop. De zanger of zangeres heeft evenwel geen auteursrechten op dat liedje (tenzij hij of zij het liedje zelf heeft geschreven). Terwijl er vaak wel een creatieve prestatie wordt geleverd. Omdat de gedachte is dat sommige werken moeten worden uitgevoerd om tot hun recht te komen, wordt het rechtvaardig geacht om ook de uitvoerende personen te laten profiteren van het werk. Om dit mogelijk te maken zijn de naburige rechten in het leven geroepen.
Deze rechten worden “naburige” rechten genoemd omdat de rechten verwant zijn aan het auteursrecht (maar daar niet toe behoren). Naburige rechten worden onder andere als verwant aan het auteursrecht gezien omdat een houder van naburig recht in de regel gebruik maakt van een auteursrechtelijk beschermd werk. Om terug te komen op het zojuist genoemde voorbeeld: een zanger of zangeres heeft voor zijn uitvoering (de prestatie waarop een naburig recht kan rusten) een auteursrechtelijk werk nodig. Namelijk een liedje.
Op grond van een naburig recht kan een ander dan de auteur ook van het werk profiteren. Belangrijk daarbij is wel dat de naburige rechten niet zo ver gaan als het auteursrecht én dat de naburige rechten het auteursrecht van de makers niet aantasten.
Denk daarnaast ook aan persoonlijkheidsrechten.