Door Nick Vrugt | Onrechtmatige daad | 3 augustus 2023 | 9 min. leestijd
Eerder heb ik al eens een blogpost geschreven over de grens tussen de vrijheid van meningsuiting en een onrechtmatige uitlating. Recent heeft een rechter uitspraak gedaan in een spraakmakende zaak tussen Sierd de Vos, commentator bij Ziggo Sport, en de Kroatische voetballer Domagoj Vida – bij Ajacieden ook wel bekend als de ‘knipoog-Kroaat’. De rechter oordeelt dat De Vos tijdens zijn commentaar weliswaar een misplaatste en smakeloze grap maakte, maar dat dit niet onrechtmatig is.
Wat was er aan de hand?
Op woensdag 24 november 2021 speelde Ajax een Champions League wedstrijd tegen het Turkse Besiktas – de club waar Vida op dat moment speelde. Bij Ziggo Sport deed De Vos commentaar van de wedstrijd. Op het moment dat Vida en de aanvoerder van Ajax de toss deden om te bepalen wie er mocht aftrappen, kwam het gezicht van Vida in beeld. Op dat moment zei De Vos het volgende:
“Besiktas heeft ontheffing aangevraagd voor het laten meespelen van Vida. Die is namelijk zó lelijk. Normaal gesproken mag hij op dit tijdstip niet spelen omdat er veel kinderen kijken.”
Ziggo Sport heeft het fragment met daarin het bovengenoemde commentaar op Twitter geplaatst. Kort daarna heeft Ziggo Sport het fragment weer van Twitter verwijderd. De uitlating van De Vos is door de Nederlandse en internationale opgemerkt en daarin ter sprake gebracht.
De vorderingen van Vida
Vida vordert bij de Nederlandse rechter dat voor recht wordt verklaard dat de uitlating van De Vos onrechtmatig is én dat De Vos wordt veroordeelt om een rectificatie te plaatsen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Daarnaast vordert Vida een immateriële schadevergoeding van € 5.000,-.
De argumentatie van Vida en het verweer van De Vos
Standpunten Vida
Vida beweert dat de uitlating van De Vos onrechtmatig is. Deze zou niet alleen misplaatst en onnodig (grievend) zijn, maar ook duidelijk vernederend en beledigend. De maatschappelijke zorgvuldigheid brengt mee dat een uitlating die het gevolg heeft dat de eer en goede naam wordt aangetast slechts in het openbaar mag worden geuit als daarvoor een voldoende feitelijke onderbouwing is. Dit zou temeer gelden omdat de uitlating is gedaan in een live-uitzending en het effect daarvan groot zou zijn. De Vos heeft de uitlating echter niet feitelijk onderbouwd. Ook heeft De Vos met zijn uitlating geen algemeen en/of maatschappelijk belang gediend, waardoor er minder gewicht moet toekomen aan het recht op vrijheid van meningsuiting.
Door de uitlating van De Vos zou Vida (immateriële) schade hebben geleden. Zijn eer en goede naam zouden door de uitlating zijn aangetast. Vida meent dat Ziggo Sport, als werkgever van De Vos, ook aansprakelijk is voor die schade. Door het plaatsen van het fragment op Twitter is Ziggo Sport niet alleen als werkgever van De Vos aansprakelijk, maar handelt zij ook zelf onrechtmatig tegenover De Vos en is zij uit dien hoofde ook aansprakelijk voor de schade. Door het plaatsen van het fragment op Twitter heeft Ziggo Sport een essentiële en onmisbare rol gespeeld in de aantasting van de eer en goede naam van Vida.
Verweer
Het verweer van De Vos en Ziggo Sport is dat de uitlating “slechts”een grap is. Een grap die je wel of niet leuk kan vinden. Een grap die je gevat of juist misplaatst en smakeloos vinden. Dat mag allemaal. Maar iemand lelijk noemen is niet onrechtmatig.
Vida voelt zich gekwetst, wat begrijpelijk is, maar dit betekent niet dat de uitspraak onrechtmatig is. De vrijheid van meningsuiting omvat namelijk ook het recht om schokkende of aanstootgevende uitspraken te doen. Voor een grap is geen feitelijke onderbouwing nodig, omdat het geen feitelijke beschuldiging is. De uitlating verwees (impliciet) naar de ‘knipoog-Kroaat affaire’ van 2011. Dat incident is namelijk nog steeds pijnlijk voor veel Ajacieden en wordt als ‘lelijk’ gezien. De uitlating zou daarom zien op de kwalificatie van het gedrag van Vida. En niet op zijn uiterlijk.
Het zou voor de kijkers ook duidelijk geweest zijn dat het ging om een grap. En niet dat De Vos serieus commentaar had op het uiterlijk van Vida en ook dat het niet echt zo is dat een club een ontheffing moet aanvragen voor vroege wedstrijden als haar spelers lelijk zijn. De grap zou bovendien onderdeel zijn van de manier waarop De Vos commentaar geeft: “origineel, grappig en soms schurend”. De Vos en Ziggo Sport mogen hun eigen stijl en woorden kiezen.
Daarbij komt dat de uitlating is gedaan in een live-uitzending. Dit betekent dat er niet een vooraf geschreven tekst wordt opgelezen. Er is sprake van een spontane actie. Dat maakt dat de uitlating milder moet worden beoordeeld.
Tot slot is van belang dat Vida een beroepsvoetballer is en dus ook een publiek figuur is. Dit betekent dat hij een (veel) dikkere huid moet hebben en meer kritiek moet dulden dan een niet-publiek figuur.
Een toewijzing van de vorderingen zou een ontoelaatbare beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting vormen.
Oordeel van de rechter
Weergave van het toetsingskader
De rechter begint met het weergeven van het toetsingskader in dit soort zaken.
Bij de vraag of een uiting onrechtmatig is, zijn twee grondrechten aan de orde. Aan de ene kant het recht op vrijheid van meningsuiting van degene die de uitlating doet (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM). Aan de andere kant het recht op eerbiediging van de eer en goede naam van degene over wie de uitlating gaat (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM). Tussen die twee fundamentele rechten bestaat geen rangorde, zodat per geval aan de hand van de specifieke omstandigheden moet worden bepaald welk grondrecht in deze situatie zwaarder moet wegen. Het gaat daarbij niet om een in twee fasen te verrichten toetsing (aldus dat eerst aan de hand van de omstandigheden moet worden bepaald welk van beide rechten zwaarder weegt, waarna vervolgens nog moet worden beoordeeld of de noodzakelijkheidstoets als neergelegd in artikel 8 lid 2 respectievelijk 10 lid 2 EVRM zich verzet tegen het resultaat van die afweging). Deze toetsing moet in één keer gebeuren, waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle relevante omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het desbetreffende lid 2.
Bij de toetsing die moet plaatsvinden om te komen tot het oordeel welk van de botsende grondrechten in dit geval voorrang krijgt, zijn onder meer de volgende omstandigheden relevant.
- de aard van de gedane uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben,
- de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen,
- de aard van het medium waarin de uitlatingen zijn gedaan,
- de maatschappelijke positie van de betrokken persoon.
Genoemde omstandigheden wegen niet allen even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.
Hierna past de rechter het bovengenoemde toetsingskader toe op deze specifieke zaak.
Toetsing
De rechter geeft aan dat De Vos en Ziggo Sport meermaals naar voren hebben gebracht dat het woord “lelijk” niet over het uiterlijk van Vida ging, maar over de ‘knipoog-Kroaat affaire’. De rechter kan zich hierin niet vinden. De gebruikte woorden van De Vos wijzen niet duidelijk op deze oude affaire. Een impliciete verwijzing is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Deze verwijzing zou overigens ook niet logisch zijn, omdat de uitlating gaat over het vragen van een ontheffing door Besiktas voor het laten spelen van Vida omdat er veel kinderen naar de voetbalwedstrijd zouden kijken. Als De Vos werkelijk naar de ‘knipoog-Kroaat affaire’ had verwezen, zou deze opmerking niet nodig zijn geweest. De rechter concludeert dat voldoende duidelijk is dat De Vos met het woord “lelijk” wel degelijk doelde op het uiterlijk van Vida.
Ondanks deze vaststelling van de rechter, betekent dit niet dat De Vos en Ziggo Sport onrechtmatig hebben gehandeld. De rechter houdt daarbij rekening met de volgende omstandigheden.
Relevante omstandigheden
Allereerst is de aard van de uitspraak van belang. De rechter beschouwt de uitlating als een misplaatste en smakeloze grap. Dat het hier een grappig bedoelde opmerking betreft (die volgens de rechter niet grappig ís, maar misplaatst en smakeloos), is ook duidelijk voor het publiek (de gemiddelde kijker van de betreffende voetbalwedstrijd). Niemand heeft de uitlating opgevat als een serieuze mening van De Vos dat Vida erg lelijk is en dat zijn club een ontheffing moet aanvragen omdat er vroeg in de avond kinderen kijken. Ook wordt Vida door De Vos nergens van beschuldigd. De uitlating hoeft daarom ook geen steun te vinden in het beschikbare feitenmateriaal.
De rechter vindt het onwaarschijnlijk dat de uitspraak ernstige gevolgen heeft gehad voor Vida. Vooral omdat deze op de Nederlandse televisie is gedaan en het fragment slechts kort op het Twitteraccount van Ziggo Sport heeft gestaan. Van ernstige gevolgen voor Vida is ook niet gebleken. Sterker nog: uit de door partijen overgelegde mediaberichten, waarin wordt gesproken over de uitlating, volgt juist dat Vida steun kreeg uit Kroatië en dat De Vos scherp werd bekritiseerd.
De rechter benadrukt bovendien dat uitingen die beledigend, vernederend of misplaatst zijn, niet automatisch “onrechtmatig” zijn. Er is meer nodig, namelijk dat een uitlating de grens van het (on)betamelijke heeft overschreden. Door iemand lelijk te noemen is die grens, in dit geval, niet overschreden. Ook niet als Vida zich gekwetst voelt door de uitlating.
Het feit dat de uitspraak in een live-uitzending werd gedaan, waarbij De Vos de voetbalwedstrijd spontaan moest becommentariëren, wordt ook meegewogen. Hoewel dit niet betekent dat alles in een live-uitzending zonder gevolgen kan worden gezegd, moet hiermee wel rekening worden gehouden. Ook acht de rechter van belang dat de uitlating eenmalig is gedaan en dat De Vos in zijn commentaar – of later – geen andere negatieve uitlatingen over Vida heeft gedaan.
Tot slot is het van belang dat Vida een professionele voetballer is en daardoor een publiek figuur, wat betekent dat hij meer (negatieve) publiciteit moet kunnen verdragen dan een gewoon persoon. Het feit dat Vida niet zelf heeft gekozen om een publiek figuur te worden, doet er voor de beoordeling van deze zaak niet toe.

Beslissing
Kortom, na alle omstandigheden te hebben afgewogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat de uitspraak niet onrechtmatig is. Het recht op vrijheid van meningsuiting van De Vos weegt in dit geval zwaarder dan het belang van Vida bij bescherming van zijn goede naam. De rechter wijst de vorderingen van Vida daarom af.
Conclusie: misplaatste en smakeloze uitlatingen zijn niet per definitie onrechtmatig
Zo blijkt maar weer dat de vrijheid van meningsuiting niet absoluut is, maar dat er wel meer voor nodig is dan een (misplaatste en smakeloze) grap om de grenzen daarvan te overschrijden. Een leuke zaak, waarin de rechter het toetsingskader duidelijk uitlegt en – naar mijn idee – juist toepast.
Twijfel je of je een bepaalde uitlating mag doen? Of vraag je je af of een bepaalde uitlating over jou onrechtmatig is? Neem dan gerust contact met ons op.