Opmerkelijk nieuws uit Engeland: een Australische academicus kreeg door de High Court een verbod opgelegd om zich voor te doen als Satoshi Nakamoto, de bedenker van Bitcoin. Ook mocht hij niet meer procederen tegen mensen die deze claim betwisten. Hoe heeft het zo ver kunnen komen, en zou iemand in Nederland ook zulke verboden opgelegd kunnen krijgen? In deze blog leg ik het uit.

recht

Wie is Satoshi Nakamoto?

De white paper for Bitcoin werd in 2009 gelanceerd door iemand die de naam Satoshi Nakamoto gebruikte. Er wordt nog altijd uitvoerig gespeculeerd over wie Nakamoto is of was. Een groot aantal namen passeerden inmiddels de revu, waaronder Dorian Satoshi Nakamoto (een libertarische programmeur uit Californië), de in 2014 overleden Hal Finney (ontvanger van de eerste Bitcoin-transactie, tevens buurman van Dorian Nakamoto) en Nick Szabo (cryptograaf en smart contract-theoreticus). Dorian en Szabo hebben stellig ontkend Nakamoto te zijn, Finney overleed te vroeg om er veel over te zeggen.

En Craig Wright dan?

Dr. Craig Steven Wright, oorspronkelijk afkomstig uit Australië maar sinds lange tijd woonachtig in Groot-Brittannië, was minder verlegen. Ook hij werd soms genoemd als mogelijke Satoshi, en hij ontkende dit niet. Sterker nog: hij wakkerde het vlammetje juist aan. Vanaf 2016 begon Wright uitvoerig te procederen tegen mensen die publiekelijk aan zijn stelling twijfelden. Het crypto-betalingenbedrijf Blocks, de nieuwe onderneming van Twitter-oprichter Jack Dorsey, kreeg bijvoorbeeld een claim van 1,2 biljoen (!) aan de broek voor inbreuken op de vermeende IE-rechten van Wright op Bitcoin. 

De zaak in Engeland

De cryptowereld was de claims en rechtszaken van Wright al snel behoorlijk beu. Een aantal belangrijke partijen, waaronder Dorsey’s Blocks en Facebook-moeder Meta, verenigden zich in de Crypto Open Patent Alliance (COPA), een organisatie met als primaire doel het stoppen van Dr. Wright. De rechtszaak, die COPA in 2021 tegen hem begon, kreeg in juli 2024 een vernietigend vonnis van Lord Justice Mellor (zelf een aan Cambridge afgestudeerd ingenieur): Wright was Nakamoto niet, en had bovendien veelvuldig de rechtbank voorgelogen, onder meer door documenten te vervalsen. Wright wilde naar het Hooggerechtshof, maar het daarvoor vereiste verlof werd niet gegeven. 

Het procedeerverbod

Wright ging echter vrolijk door, en kwam vervolgens met een claim van 900 miljard pond tegen SquareUp. Wederom ging het om vermeende IE-inbreuken. Op verzoek van SquareUp en COPA is vervolgens door – wederom  – Lord Justice Mellor een procedeerverbod aan Wright  opgelegd. Om precies te zijn: een General Civil Restraint Order (GCRO), de zwaarst mogelijke vorm van een civiel procedeerverbod die in Engeland en Wales mogelijk is. Het directe gevolg van de GCRO is dat Wright vanaf nu eerst de toestemming van een rechter zal moeten krijgen voordat hij mag procederen. De GCRO geldt voor een periode van drie jaar, maar kan verlengd worden.

Envelop-blauw

Hoe zou dit in Nederland gaan?

Ook in Nederland is het mogelijk dat een rechter een procedeerverbod oplegt. Toevalligerwijs heeft de Hoge Raad zeer recentelijk voor het eerst uitdrukkelijk bepaald dat de civiele rechter zo’n verbod mag opleggen. Veelzeggend is echter dat de Hoge Raad in die zaak niet vond dat er een procedeerverbod opgelegd mocht worden. Dat kan immers slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. De toegang tot de rechter maakt per slot van rekening deel uit van het recht op een eerlijk proces onder art. 6 EVRM. Dat betekent dat een beperking op dat recht slechts in extreme gevallen mogelijk is. Wel kent ons rechtssysteem een barrière die zorgt dat dit type zaak minder snel voor de rechter zal komen: de verplichte procesvertegenwoordiging. Waar je in Engeland in (vrijwel) alle gevallen mag procederen zonder advocaat, kan dat in Nederland slechts in een aantal soorten zaken. Vaak zal een Dr. Wright dus eerst langs een advocaat moeten. En hoewel het geen waterdicht systeem is, behoren advocaten in Nederland geen zaken aan te nemen die wij onrechtvaardig achten. Dat is zelfs onderdeel van de eed die wij afleggen. Advocaten vervullen dus al een poortwachtersfunctie om dit soort gevallen af te stoppen.

Juridische stalking en SLAPPS

De zeldzame gevallen waar er wél een procedeerverbod wordt gegeven hebben meestal te maken met zogenaamde ‘juridische stalking’. Dat is het constant procederen tegen een ander, vooral om hem of haar het leven zuur te maken. Soms is de stalking het gevolg van een stukgelopen relatie,  maar het kan bijvoorbeeld ook voortkomen uit een zakelijke ruzie. Ook de zogenaamde SLAPPs (Strategic Lawsuit Against Public Participation) kunnen als een vorm juridische stalking worden gezien. SLAPPs zijn rechtszaken door machtige bedrijven of personen met als enige doel journalisten, activisten of andere critici de mond te snoeren. Daarbij maakt de eisende partij gebruik, c.q. misbruik, van het feit dat hij veel meer geld tot zijn beschikking heeft dan de verweerder.

In extreme gevallen kan juridische stalking ertoe leiden dat iemand wordt verboden tegen een bepaalde wederpartij te procederen. In de kern draait het er dan om dat de procederende partij begrijpt of behoort te begrijpen dat zijn vorderingen volledig kansloos zijn. Bovendien moet hij het dan al vrij bont gemaakt hebben met zijn procedeergedrag, bijvoorbeeld door telkens opnieuw te komen met vorderingen die allang definitief zijn afgewezen. 

Volledige Proceskostenveroordeling

Een maatregel die vaker wordt opgelegd om te voorkomen dat een bepaalde partij blijft procederen is een veroordeling tot betaling van de reële proceskosten. In Nederland is het namelijk gebruikelijk dat de verliezende partij slechts een gedeelte van de advocatenkosten van de winnaar betaalt. De rechter heeft echter wel de mogelijkheid om een partij te veroordelen de volledige proceskosten van de ander te betalen, met name wanneer hij vindt dat er misbruik van procesrecht is gemaakt. Deze maatregel zien we (veel) vaker terug bij  – bijvoorbeeld – juridische stalking. De toegang tot de rechter wordt immers niet geblokkeerd, maar slechts ontmoedigd. In tegenstelling tot het procedeerverbod is er daarom geen inbreuk op de grondrechten van de betrokkene.

Kortom: als Dr. Wright in Nederland zou gaan procederen tegen mensen die zijn claims over het uitvinden van Bitcoin ter discussie stellen, dan zou hij het vrij bont moeten maken voordat hij een procedeerverbod zou krijgen. Wel zou hij waarschijnlijk al snel veroordeeld worden tot het betalen van forse proceskosten. 

Procedeerverbod voor SLAPPs?

Nog een kleine kanttekening: bij de eerdergenoemde SLAPPs is het eigenlijk per definitie zo dat de procederende partij aanzienlijk meer geld heeft om te procederen dan de journalist, activist of publicatie die hij probeert af te stoppen. Een proceskostenveroordeling valt dan uiteraard makkelijker op de koop toe te nemen. Naar mijn mening zou een procedeerverbod in die gevallen wel echt effectiever moeten zijn dan een kostenveroordeling. De SLAPPs zijn echter een relatief recent fenomeen, en deze discussie heeft (voor zover ik weet) nog geen procedure in Nederland gehaald. Wanneer dat wel gebeurt, krijgt dit blogje uiteraard een vervolg. 


Meer weten over procederen, crypto of juridische stalking? Neem gerust contact met ons op. 

 

Naar blog overzicht

Lawfox