Door Wouter Dammers | ICTrecht | 22 augustus 2025 | 10 min. leestijd
In ons eerste blogdeel zagen we hoe het fenomeen ‘verkuttificatie‘ — het onontkoombare proces van platformverval — niet langer is beperkt tot consumentenplatforms, maar zich ook manifesteert in de B2B-SaaS-sector. Dit roept de vraag op: hoe staat u als ondernemer juridisch in uw recht wanneer de kwaliteit van een dienst ongemerkt verslechtert? Dit tweede deel van onze blogreeks beantwoordt die vraag en biedt concrete juridische strategieën. We leggen uit hoe wanprestatie en dwaling de sleutel kunnen zijn tot het aanvechten van onredelijke veranderingen en het afdwingen van de kwaliteit die u verwacht.
1. Van B2C-concept naar B2B-risico
Het fenomeen ‘verkuttificatie’ is een term die populair is gemaakt door techniekcriticus Cory Doctorow. De Nederlandse vertaling is “platformverval”. VPRO Tegenlicht bestempelde dit als “nogal braaf” en kwam met de Nederlandse term “verkuttificering”. Het beschrijft het ogenschijnlijk onvermijdelijke proces waarbij online platforms en diensten de kwaliteit en waarde voor hun gebruikers geleidelijk uithollen om hun eigen winstgevendheid te maximaliseren.
Doctorow definieert proces van enshittification in drie duidelijke fasen: in de eerste fase worden platforms aantrekkelijk gemaakt voor gebruikers, vaak met verlies, om zo een kritieke massa op te bouwen.
In de tweede fase verschuift de focus van de gebruikerservaring naar het maximaliseren van de waarde voor zakelijke klanten, zoals adverteerders en verkopers, die de onmisbare toegang tot de inmiddels opgebouwde gebruikersbasis krijgen.
In de derde en laatste fase worden zowel gebruikers als zakelijke klanten uitgebuit om de winst direct naar de aandeelhouders te sluizen, waarna het platform uiteindelijk sterft.
Deze cyclus is volgens Doctorow geen ongelukkig neveneffect, maar een bewuste, strategische techniek die wordt toegepast door de leiders van techbedrijven. De continue, kleine aanpassingen aan het systeem – door Doctorow ’twiddling’ genoemd – hebben slechts één doel: het maximaliseren van winst, zonder rekening te houden met andere doelen zoals de kwaliteit van de dienst.
Deze dynamiek is niet beperkt tot consumentenplatforms zoals Facebook en Amazon; zij vindt een verontrustende spiegel in de B2B-SaaS-sector. B2B SaaS, dat wordt geprezen om zijn schaalbaarheid, kosteneffectiviteit en automatische updates, vertoont vergelijkbare patronen van waardevermindering. Eén van de meest voorkomende manifestaties is de abrupte verhoging van prijzen of een volledige herziening van het prijsmodel. Waar sommige bedrijven hun prijzen baseren op de waarde die zij leveren aan de klant, zien we steeds vaker dat functionaliteiten die voorheen in een standaardpakket zaten, plotseling achter een duurdere paywall worden geplaatst. Deze verandering in strategie kan leiden tot aanzienlijke budgetproblemen voor de klant. Voorbeelden in de consumentenmarkt, zoals WeTransfer en WhatsApp, tonen aan dat een gebrek aan transparantie en het opdringen van veranderingen kan leiden tot een sterke publieke afkeuring en zelfs het terugdraaien van de plannen. De impact op de gebruikerservaring is ook aanzienlijk. Onnodige functies worden toegevoegd, de gebruikersinterface verslechtert, en technische problemen zoals slecht functionerende mobiele apps en notificaties nemen toe. Klanten merken dat de kwaliteit van support afneemt (of er in het geheel niet is) en dat de communicatie over wijzigingen onduidelijk is, waardoor ze zich machteloos voelen.
2. Juridische kwalificaties: Wanprestatie en dwaling
De kernvraag voor een B2B-onderneming die met ‘verkuttificatie’ te maken krijgt, is hoe dit fenomeen juridisch te vangen. Dit kan op verschillende gronden, waarvan wanprestatie en dwaling de meest relevante zijn.
Wanprestatie door twiddling
De meest voor de hand liggende juridische grondslag is wanprestatie, geregeld in artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt dat een partij die tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis verplicht is de schade die daaruit voortvloeit te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet aan die partij kan worden toegerekend. De ‘verkuttificatie’ kan in deze context worden gekwalificeerd als een ondeugdelijke nakoming, waarbij de SaaS-leverancier weliswaar de dienst levert, maar deze niet voldoet aan de kwaliteit die de cliënt er redelijkerwijs van mocht verwachten. De uitdaging ligt echter in de bewijslast. Omdat ‘verkuttificatie’ een geleidelijk en sluipend proces is, is het lastig om een enkele, kleine wijziging aan te wijzen als een voldoende significante tekortkoming om een claim te rechtvaardigen.
Een effectieve juridische strategie vereist daarom een proactieve houding van de klant, gericht op het systematisch documenteren van het proces. Een losstaande prijsverhoging of een kleine verslechtering van de gebruikersinterface zal de juridische toets waarschijnlijk niet doorstaan. Echter, de optelsom van herhaalde acties van waardevermindering – de “twiddling” zoals Doctorow het noemt – kan wel degelijk een patroon van ondeugdelijke nakoming vormen. De juridische claim moet niet gebaseerd zijn op één incident, maar op een geaggregeerde bewijsvoering die aantoont dat de dienst over de tijd de waarde verliest die de klant in eerste instantie aantrok. Dit omvat het bijhouden van supporttickets over onopgeloste bugs, het documenteren van veranderingen in prijsplannen en de verschuiving van functionaliteiten, het optekenen van schendingen van service level agreements (SLA’s), en het bewaren van correspondentie waarin de afnemende functionaliteit wordt aangekaart.
Het juridisch fundament kan ook worden gezocht in de schending van een zorgplicht. Bij een SaaS-dienst is vaak sprake van een inspanningsverplichting, wat betekent dat de leverancier zich dient in te spannen om de dienst naar behoren te leveren. Een juridische claim kan daarom ook gebaseerd worden op de stelling dat de leverancier niet de zorgvuldigheid heeft betracht die in de branche gebruikelijk is. Door het bewijs te aggregeren, kan de klant aantonen dat de leverancier zijn inspanningen niet langer richt op het leveren van een kwalitatieve dienst, maar op winstmaximalisatie ten koste van de klant.
Dwaling bij het aangaan van de overeenkomst
Naast wanprestatie kan ook dwaling een juridische grondslag bieden, geregeld in artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek. Dwaling is een wilsgebrek, wat betekent dat de wil om een overeenkomst aan te gaan niet op een correcte manier tot stand is gekomen. Een overeenkomst is vernietigbaar op grond van dwaling als deze is gesloten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken en bij een juiste voorstelling niet zou zijn gesloten.
In de context van een B2B-softwareovereenkomst kan dwaling op drie manieren ontstaan:
- Door een inlichting van de wederpartij: De leverancier heeft de klant vóór het sluiten van de overeenkomst onjuiste informatie verstrekt waardoor de klant een verkeerde voorstelling van zaken had.
- Schending van de mededelingsplicht: De leverancier heeft feiten verzwegen die hij kende of behoorde te kennen en waarover hij de klant had moeten inlichten.
- Wederzijdse dwaling: Beide partijen gingen uit van dezelfde onjuiste veronderstelling bij het sluiten van de overeenkomst.
Een belangrijk verschil met wanprestatie is dat dwaling betrekking heeft op een onjuiste voorstelling van zaken die bestond op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Wanprestatie daarentegen richt zich op het niet-naleven van de verplichtingen ná het sluiten van de overeenkomst. Als een beroep op dwaling slaagt, wordt de overeenkomst met terugwerkende kracht geacht nooit te hebben bestaan. Dit kan gunstiger zijn dan ontbinding, omdat reeds verrichte prestaties dan moeten worden teruggedraaid. Ook worden de gevolgen van ontbinding (ongedaanmaking) vaak contractueel beperkt of zelfs uitgesloten. Het bewijzen van dwaling kan echter complex zijn, vooral omdat het vaak lastig is opzet aan te tonen. Daarom wordt in de praktijk vaak een beroep op dwaling gedaan, zelfs als er ook bedrog in het spel is, omdat het bij dwaling niet nodig is opzet aan te tonen.
3. Vendor lock-in en het recht op vertrek
Een cruciaal element van ‘verkuttificatie’ is de macht van de leverancier, die wordt versterkt door vendor lock-in. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door de juridische onzekerheid rondom het eigendom van data. In het Nederlands recht zijn data geen ‘zaak’ en kunnen zij dus niet eigendom zijn in de zin van artikel 5:1 van het Burgerlijk Wetboek. Dit juridische vacuüm leidt in de praktijk tot een situatie waarin de data de facto in het bezit blijven van de partij die ze fysiek onder zich heeft. De enige manier om dit juridische probleem op te lossen is via contractuele afspraken, maar deze binden enkel de contractspartijen en niet derden, (waaronder curatoren bij een faillissement).
De Europese Unie heeft de problematiek van ‘vendor lock-in’ erkend en tracht deze aan te pakken via wetgeving. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG of GDPR) introduceerde het recht op dataportabiliteit in artikel 20, maar dit is strikt beperkt tot persoonsgegevens.
De Digital Markets Act (DMA) gaat verder door voor ‘gatekeepers’ – de allergrootste digitale platforms (“Very Large Online Platforms”, of “VLOPs”) – dataportabiliteit en interoperabiliteit af te dwingen. Hoewel dit een stap in de goede richting is, is de DMA niet van toepassing op de overgrote meerderheid van B2B-SaaS-leveranciers, en biedt het dus geen oplossing.
De Digital Services Act (DSA) bevordert transparantie, en de aankomende Data Act zal het delen van bedrijfsdata vergemakkelijken, maar deze wetten bieden nog geen volledige bescherming.
Het contract blijft vooralsnog de enige werkelijke uitweg voor B2B-ondernemingen die zich willen beschermen tegen de gevolgen van ‘verkuttificatie’ en ‘vendor lock-in’. Echter is de onderhandelingsruimte voor klanten van SaaS-diensten vaak beperkt, of zelfs in zijn geheel afwezig. Een vinkje bij de toepasselijkheid van algemene voorwaarden is veelal een vereiste om überhaupt gebruik te kunnen maken van de dienst, zonder enige mogelijkheid tot inspraak.
Is er toch contractuele ruimte, dan moet de overeenkomst, om de ‘right of exit’ (het recht op vertrek) te garanderen, waterdichte bepalingen bevatten die de risico’s afdekken. Een cruciaal contractueel kader regelt expliciet het eigendom, de toegang tot en het gebruik van de data. Het bevat ook een verplichting voor de leverancier om de data, na beëindiging van de overeenkomst, te leveren in een gestructureerd, machinaal leesbaar en gangbaar formaat. Ook tussentijdse resultaten van een ontwikkelingstraject wil je op een dergelijke manier veiligstellen. Ten slotte is het essentieel om niet alleen een SLA voor de beschikbaarheid van de dienst vast te leggen, maar ook voor de beschikbaarheid en de export van de data.
Tabel 1: De juridische kwalificatie en risico’s van ‘Verkuttificatie’
| Technisch fenomeen (“Verkuttificatie”) | Juridische kwalificatie | Relevante wetgeving | Impact op de klant |
| Verslechtering functionaliteit/UX | Wanprestatie: ondeugdelijke nakoming | Artikel 6:74 BW | Operationele inefficiëntie, frustratie |
| Plotselinge prijsverhogingen | Wanprestatie: schending nevenverplichting | Redelijkheid & Billijkheid (6:2, 6:248 BW) | Onvoorspelbare kosten, budgetproblemen |
| Vendor lock-in | Contractueel / Juridisch vacuüm | AVG (GDPR), DMA, DSA, Data Act | Hoge overstapkosten, afhankelijkheid |
| Afbouw support | Wanprestatie: schending zorgplicht | Overeenkomst van opdracht (7:400 BW) | Vertragingen in bedrijfsprocessen |
| Misleidende werving / marketing | Dwaling | 6:228 BW | Onjuiste voorstelling van zaken, frustratie |
Lees hier de andere delen in deze blogserie:
- Juridische implicaties van ‘verkuttificatie’: Een strategische analyse voor B2B-ondernemingene juridische aspecten van ‘verkuttificatie’ in B2B-verband;
- analyse van mislukte automatiseringen in het licht van ‘verkuttificatie’’; en
- het juridische instrumentarium voor B2B tegen ‘verkuttificatie’.
Ontdek hoe jouw onderneming zich kan beschermen tegen verborgen risico’s. Wouter Dammers, advocaat IT-recht bij LAWFOX, is specialist en biedt strategisch juridisch advies om u te beschermen tegen de valkuilen van ‘verkuttificatie’, mislukte automatiseringen en onduidelijke contracten. Neem vandaag nog contact met ons op voor een juridische due diligence, een contract-audit of een adviesgesprek. Samen waarborgen we de toekomst van jouw technologische roadmap.
