Ja hoor, het is weer zo ver. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Carnaval nadert, en dus, heel gezellig:

In deze laatste categorie hebben de “Henken” (Henk Westbroek v. Henk Temming – voorheen samen in de band Het Goede Doel) het maar weer eens met elkaar aan de stok gekregen, over Westbroek’s carnavalsparodie “Carnaval, wie viert het niet” (vs. “Sinterklaas, wie kent het niet”).

Maar hoe zit het nu juridisch met die carnevaleske “parodie-nummers”? Mag het nou zonder toestemming van de oorspronkelijke maker, of niet? We bekijken het voorbeeld van Westbroek.

Parodie, persoonlijkheidsrechten

Hoewel voor een geslaagde parodie inderdaad geen toestemming nodig is, moet aan voorwaarden worden voldaan. Bovendien spelen de persoonlijkheidsrechten van Henk Temming een rol.

Hieronder wordt geanalyseerd waarom Westbroek wel of niet door kan gaan met het nummer.

1. De Parodie-exceptie: Heeft Westbroek gelijk?

Westbroek beroept zich op het parodierecht. Artikel 18b van de Auteurswet bepaalt dat de openbaarmaking of verveelvoudiging van een werk in het kader van een parodie, karikatuur of pastiche geen inbreuk op het auteursrecht vormt, zolang dit in overeenstemming is met de regels van het maatschappelijk verkeer,.

  • Geen toestemming nodig: Westbroek heeft gelijk dat voor een wettige parodie géén voorafgaande toestemming van de rechthebbende (Temming) nodig is.
  • De criteria (Deckmyn-arrest): Of “Carnaval, wie viert het niet” juridisch kwalificeert als parodie, hangt af van de criteria van het Europese Hof van Justitie in de zaak Deckmyn:
    1. Er moet sprake zijn van duidelijke verschillen met het bestaande werk (oorspronkelijkheid).
    2. Er moet sprake zijn van humor of spot.
  • Toetsing: Als het nieuwe lied slechts de melodie van de hit gebruikt om makkelijk mee te liften op het succes (een zogenoemd contrafact: nieuwe tekst op bestaande melodie) zonder humoristisch of spottend karakter, is het geen parodie maar een ongeoorloofde bewerking. Gezien de context van carnaval (vaak humoristisch bedoeld) en de titel die direct verwijst naar het origineel, is de kans aanwezig dat het als parodie wordt gezien, maar dit is aan de rechter.

2. De obstakels: Waarom Temming het toch kan verbieden

Zelfs als het nummer een parodie is, heeft Temming juridische munitie om het te stoppen. De parodie-exceptie is namelijk niet absoluut.

A. Persoonlijkheidsrechten (Morele rechten) Temming heeft als maker zogeheten persoonlijkheidsrechten, die hij behoudt zelfs als hij exploitatierechten heeft overgedragen of als er sprake is van een parodie,.

  • Recht op naamsvermelding: In het artikel wordt vermeld dat Temmings naam niet op Spotify staat. Dit is een inbreuk. Een maker heeft het recht dat zijn naam wordt vermeld (Art. 25 lid 1 sub a Aw). Ook bij parodieën moet de bron en naam van de maker “voor zover redelijkerwijs mogelijk” worden vermeld,. Westbroek erkent dit foutje in het artikel.
  • Recht op integriteit (Droit au respect): Temming kan zich verzetten tegen het nummer als er sprake is van een “misvorming, verminking of andere aantasting” van het werk die nadeel toebrengt aan zijn eer of naam (Art. 25 lid 1 sub d Aw),,. Als Temming kan aantonen dat de nieuwe “carnavals-tekst” zijn reputatie als serieuze componist schaadt of de artistieke integriteit van het oorspronkelijke nummer geweld aandoet, kan de rechter de parodie verbieden. Dit vereist een belangenafweging,.

B. ‘Fair Balance’ en Maatschappelijk Verkeer Het Hof van Justitie eist bij parodieën een rechtvaardig evenwicht (“fair balance“) tussen de belangen van de rechthebbende (Temming) en de vrijheid van meningsuiting van de parodiërende gebruiker (Westbroek),. Als de parodie bijvoorbeeld een discriminerende boodschap zou hebben, mag de rechthebbende optreden. Hoewel dat hier waarschijnlijk niet speelt, kan Temming betogen dat het commerciële, platte karakter van de carnavalsversie inbreuk maakt op zijn legitieme belangen.

3. De kwestie van ‘Co-auteurschap’

Westbroek stelt: “De auteursrechten houdt hij gewoon”.

  • Muziek en tekst zijn gescheiden: In het Nederlandse recht worden de tekst en de muziek van een lied doorgaans gezien als afzonderlijke werken, en niet als één onscheidbaar werk (tenzij ze niet afzonderlijk beoordeeld kunnen worden, wat bij popliedjes zelden zo is).
  • Bewerking: Het plaatsen van een nieuwe tekst op een bestaande melodie (waarvan Temming de componist is) geldt als een bewerking (muziekschikking) van het muziekwerk.
  • Hoofdregel: Voor zo’n bewerking is normaal gesproken toestemming van de componist (Temming) vereist. Westbroek kan dit alleen omzeilen als zijn versie daadwerkelijk slaagt als parodie.

Conclusie

Henk Westbroek heeft gelijk dat hij voor een zuivere parodie geen toestemming nodig heeft. Echter, Temming staat sterk op twee punten:

  1. Naamsvermelding: Het ontbreken van zijn naam is een directe inbreuk op zijn persoonlijkheidsrecht (maar eenvoudig door Westbroek op te lossen).
  2. Reputatieschade: Als Temming de rechter kan overtuigen dat deze specifieke carnavalsversie afbreuk doet aan zijn eer of de waarde van het origineel (het “redelijk belang” of integriteitsrecht), kan hij het nummer alsnog laten verbieden, parodie of niet.

De opmerking van Westbroek dat Temming “gewoon zijn rechten houdt” (geld krijgt via Buma) klopt financieel gezien, maar ontneemt Temming niet zijn recht om zich op morele gronden te verzetten tegen een uitvoering die hij onwenselijk vindt.

Onderscheid tekst en muziek?

Hoe zit het dan met het onderscheid tussen tekst en muziek? Tekst en muziek zijn in beginsel afzonderlijke werken zijn, maar de parodie-exceptie werkt niet ‘selectief’ op slechts één onderdeel van een song. De exceptie rechtvaardigt juist het gebruik van de elementen die nodig zijn om het origineel op te roepen (in dit geval de melodie), zolang het eindresultaat maar aan de voorwaarden van een parodie voldoet.

Hier is hoe dit juridisch en in de praktijk werkt:

1. Juridische analyse: Waarom de melodie wél gebruikt mag worden

De parodie-exceptie (art. 18b Auteurswet) is een verdedigingsgrond die het gebruik van een auteursrechtelijk beschermd werk rechtvaardigt, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

  • Noodzaak van herkenbaarheid: Om van een parodie te kunnen spreken, moet het publiek het originele werk herkennen. Het Hof van Justitie (in het Deckmyn-arrest) eist dat een parodie het bestaande werk “nabootst”. Bij een liedje zit die herkenbaarheid vaak juist in de muziek (de melodie). Als je de tekst verandert én de muziek verandert, is er geen referentie meer en dus ook geen parodie. Het overnemen van de melodie is dus functioneel noodzakelijk en onvermijdelijk voor de parodie.
  • Contrafact: Nieuwe tekst op bestaande melodie is een klassieke vorm van parodiëren, in de muziekgeschiedenis bekend als een contrafact. Zolang er sprake is van (1) duidelijke verschillen (de nieuwe tekst) en (2) een humoristisch of spottend karakter, valt het gehele nieuwe werk (dus de combinatie van gestolen melodie en nieuwe tekst) onder de parodie-exceptie.
  • Rechtspraak: In de zaak over het nummer Jelle (een parodie op een nummer van De Kast) oordeelde de rechter dat de nieuwe tekst op de bestaande muziek een geldige parodie was. Het feit dat de melodie identiek was, maakte het geen inbreuk, zolang de nieuwe tekst maar voor voldoende contrast (humor/spot) zorgde.

2. Verschil tussen ‘Compositie’ en ‘Opname’ (Naburige rechten)

Er is wel een belangrijk onderscheid te maken in hoe de muziek wordt gebruikt:

  • Nagespeeld (Cover): Als de carnavalsartiest de muziek zelf opnieuw inspeelt (of laat inspelen), worden alleen de auteursrechten op de compositie gebruikt. Dit valt zoals hierboven beschreven onder de parodie-exceptie van de Auteurswet.
  • Hergebruik van de opname (Sampling/Karaoke-band): Als de carnavalsartiest de oorspronkelijke opname (de master) van de originele artiest gebruikt en daaroverheen zingt, zijn ook de naburige rechten van de fonogrammenproducent en uitvoerende kunstenaars in het geding.
    • Oplossing: Ook de Wet op de Naburige Rechten (WNR) kent inmiddels een parodie-exceptie (art. 10 sub j WNR). Sinds de implementatie hiervan mag je dus in principe ook de originele opname gebruiken voor een parodie, mits je aan de strenge Deckmyn-voorwaarden voldoet. Echter, bij het één-op-één overnemen van een opname (sampling) ligt de drempel in de praktijk vaak hoger vanwege de strenge regels rondom sampling (zie het Pelham-arrest). Voor carnavalsnummers wordt de muziek daarom meestal opnieuw ingespeeld (een “sound-alike” band).

3. Hoe wordt dit in de praktijk opgelost?

Hoewel de wet zegt “je hebt geen toestemming nodig voor een parodie”, werkt de muziekindustrie in de praktijk vaak via een vergunningenstelsel om discussies te voorkomen:

  1. De ‘Bewerking’ route (Toestemming vragen): Veel artiesten willen het risico op een rechtszaak vermijden. Zij vragen vooraf toestemming aan de oorspronkelijke uitgever/componist om een “bewerking” (nieuwe tekst op bestaande muziek) te maken.
    • Voordeel: Geen ruzie, en de parodie kan officieel geregistreerd worden bij Buma/Stemra.
    • Nadeel voor parodiist: De oorspronkelijke componisten eisen vaak een groot deel (soms 100%) van de auteursrechteninkomsten op. De tekstschrijver van de parodie verdient dan niets aan de ‘airplay’, maar lift mee op de roem (optredens).
  2. De ‘Parodie’ route (Zonder toestemming): Als toestemming wordt geweigerd (zoals in het geval Westbroek/Temming uit je vorige vraag), of als de artiest de royalty’s niet wil afstaan, beroept men zich op de parodie-exceptie.
    • Risico: De oorspronkelijke maker kan naar de rechter stappen en stellen dat het geen parodie is (geen humor, verwarringsgevaar) of dat het werk wordt verminkt (persoonlijkheidsrechten, art. 25 Aw).
    • Praktijk: Bij Buma/Stemra is het lastig om een parodie te registreren zonder handtekening van de originele makers. Vaak worden deze nummers dan niet als ‘nieuw werk’ geregistreerd, maar wordt bij optredens/radio gewoon het originele werk opgegeven. De royalty’s vloeien dan naar de originele makers, terwijl de parodiist zijn geld verdient met de optredens (gage).

Samenvattend: De parodie-exceptie “breekt” het auteursrecht op de muziek (de melodie), omdat die melodie noodzakelijk is om de grap te laten werken. De carnavalsartiest hoeft de muziek dus niet te veranderen om juridisch veilig te zijn, zolang de nieuwe tekst en context maar duidelijk maken dat het om een grap gaat en niet om het origineel.

 

Wilt u met ons van Lawfox carnaval vieren? 013-2077107 / info@lawfox.nl . We zijn daarnaast ook beschikbaar voor juridisch advies.

Naar blog overzicht

parodie, mag dat?

Mannelijke advocaat in donker pak en coltrui, oranje achtergrond. LAWFOX

Sjors van der Hoeven / Over de auteur

Sjors van der Hoeven is advocaat en partner IE-recht. Hij is gespecialiseerd in merken, modellen en auteursrecht. Sjors staat bekend als een ‘verbinder’ die juridische complexiteit vertaalt naar commerciële kansen. Hij is actief lid van de specialistenverenigingen BMM en VIEPA.