Door Iris van Beers | Merkenrecht | 31 januari 2024 | 3 min. leestijd
Een patroon beschermen in het intellectuele eigendomsrecht
Bekende merken maken voor hun producten vaak gebruik van een bepaalde print of patroon. Denk aan de prints van merken zoals Burberry, Louis Vuitton en Gucci. De prints of patronen kunnen door het publiek – zeker modeliefhebbers – worden geassocieerd met een bekend merk. Dat is bijvoorbeeld het geval als het patroon veel wordt afgebeeld op een product zoals een sjaal of tas. Maar is dat ook voldoende voor een merkregistratie?
Board of Appeal
De Board of Appeal van het EUIPO (het Europese Merkenbureau) heeft onlangs een beslissing gewezen in een zaak die ging over de registratie van een patroon van Prada als merk. Hieronder is het patroon afgebeeld.

Prada had verzocht om dit patroon in te schrijven als merk voor een groot aantal waren en diensten, waaronder cosmetica, sieraden, tassen en kleding.
De Board of Appeal oordeelde dat het patroon voor de meeste waren en diensten niet als merk kon worden ingeschreven. Volgens de Board of Appeal stelt het teken het relevante publiek niet in staat om waren en diensten die door Prada met gebruikmaking van het patroon worden aangeboden, te onderscheiden waren en diensten met een andere herkomst. Het patroon van Prada is een ‘basic’ en ‘gangbaar’ patroon dat bestaat uit een herhaling van eenvoudige geometrische figuren (driehoeken). Het wijkt niet significant af van veel gebruikte patronen die bestaan uit driehoeken, aldus de Board of Appeal. Omdat het gebruikelijk is dat veel van de waren waarvoor Prada het merk had aangevraagd (o.a. kleding en tassen) zijn voorzien van vergelijkbare patronen, kon het patroon voor die waren niet worden ingeschreven als merk.
Vereisten merkregistratie
Een geldig merk heeft onderscheidend vermogen. Dat betekent dat het merk het publiek in staat moet stellen om de waren en diensten van een onderneming te onderscheiden van waren en diensten met een andere herkomst. Als een teken slechts bestaat uit eenvoudige geometrische vormen, kan het worden geweigerd als merk. Het teken vervult dan niet de essentiële herkomstgarantiefunctie die een geldig merk dient te bezitten. Het komt nogal eens voor dat patronen die bestaan uit geometrische vormen daarom niet geschikt worden bevonden als merk. Dat gold onder meer voor de volgende patronen:

‘Beige en bruin motief’, Gerecht EU 21 april 2015, ECLI:EU:T:2015:215

‘Twee strepen op een broek’, Gerecht EU 15 december 2015, ECLI:EU:T:2015:973.

‘Ruitmotief’, Board of Appeal 19 mei 2014, R0136/2014-5.
Een patroon beschermen
Betekent dit dan, dat een patroon dat bestaat uit geometrische vormen niet onder het intellectuele eigendomsrecht kan worden beschermd? Zeker niet. Er zijn diverse manieren om toch bescherming te verkrijgen, ook binnen het merkrecht.
Een merk dat van huis uit geen onderscheidend vermogen heeft, kan onderscheidend vermogen verkrijgen door inburgering. Daarvan is sprake als een aanzienlijk gedeelte van het publiek het teken als merk is gaan zien. Degene die het merk heeft aangevraagd, zal moeten bewijzen dat van inburgering sprake is. Dat kan bijvoorbeeld door aan te tonen dat het teken gedurende lange tijd intensief wordt gebruikt, er veel geld wordt geïnvesteerd in marketing en reclame en dat het merk bekend is bij het publiek. Prada heeft in de hierboven besproken zaak overigens geen beroep gedaan op inburgering.
Daarnaast kan een patroon beschermd worden als model of als werk op grond van het modellenrecht of het auteursrecht, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Bootst iemand een patroon van iemand anders na, dan kan mogelijk ook een beroep worden gedaan op onrechtmatig handelen c.q. slaafse nabootsing.