Door Wouter Dammers | ICTrecht | 8 december 2025 | 6 min. leestijd
Vandaag de dag kom je heel gemakkelijk aan een drone. Van kinderspeelgoed van enkele tientjes tot geavanceerde modellen van duizenden euro’s. Het luchtruim ziet weliswaar nog niet zwart van de onbemande luchtvaartuigen, maar de media staan er zeker wel vol van. De oorlog in Oekraïne heeft de militaire mogelijkheden van drones aangetoond, maar ook in andere landen van Europa vinden ongewilde drones steeds meer de vlucht naar journalistieke aandacht. Ondertussen staan gemeenten voor een voldongen feit, vergelijkbaar met de eerdere, snelle opkomst van fatbikes en flitsbezorgers: drone-overlast.
En dat is voor gemeenten een lastig verhaal. De regelgeving is namelijk Europees en de handhaving landelijk, waardoor lokale overheden de controle dreigen te verliezen. De kern van de nieuwe dronewetgeving is verschoven van het object naar het risico, zoals ik recent in het Financieele Dagblad toelichtte:
‘Vroeger was de vraag in luchtvaartwetgeving: wat vliegt er, een Boeing of Cessna? In de nieuwe wetgeving is de vraag: wat is het risico van de vlucht?’
Dronewetgeving is bijzonder complex, en daarover blogde ik al vaker. Meer specifiek kan je hier lezen over de nieuwe dronewetgeving, over de Europese droneverordening, over de privacyschending door politie met inzet van drones, over de strafbaarheid van vliegen met drones, over de analogie met een beveiligingscamera en een lezing die ik over de regulering van drones gaf. In deze blog duiken we dieper in dit complexe speelveld: de onvermijdelijke groei, de machteloosheid van gemeenten en de oplossingen voor de toekomst.
De onvermijdelijke groei: Duizenden drones aan de horizon
Dronegebruik is niet langer alleen voor hobbyisten. De prognoses zijn duidelijk: in 2035 zullen de brandweer, politie en pakketbezorgers duizenden drones inzetten. Honderden meer zullen worden gebruikt voor cruciale taken zoals de inspectie van bruggen, sluizen en andere infrastructuur. Deze groei van medische en commerciële toepassingen vraagt om een robuust en helder kader. Maar wie is er precies verantwoordelijk als er iets misgaat?
Nieuwe spelregels niet voor objecten, maar voor risico’s
Om een lappendeken aan nationale regels te voorkomen, is er één Europese wetgeving die de basis vormt. Deze wetgeving stapt af van de traditionele luchtvaartlogica en focust volledig op risico.
- Laag risico (open categorie): Dit zijn de meeste vluchten van hobbyisten en lichte professionele toepassingen. De piloot moet zich registreren en vaak een basiscertificaat halen, maar er is geen specifieke vergunning per vlucht nodig.
- Middel risico (specifieke categorie): Denk aan industriële inspecties of complexere commerciële vluchten. Hiervoor is een operationele vergunning van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) vereist.
- Hoog risico (gecertificeerde categorie): Dit is het domein van de toekomst: vracht- en mogelijk zelfs personenvervoer per drone. Zowel de drone als de operator moeten aan extreem hoge veiligheidseisen voldoen.
De Nederlandse overheid heeft een handige website in het leven geroepen voor de praktische invulling.
Gemeenten zijn machteloos
Terwijl de drones opstijgen, blijven gemeenten aan de grond.

Deze infographic is gegenereerd met AI, vandaar nog foutjes als “poliie”, “probliem” en “liuchruim”.
Het luchtruim valt namelijk onder het bevoegd gezag van het Ministerie van Infrastructuur en
Waterstaat (IenW) en het Ministerie van Defensie. De ILT is de bevoegde toezichthouder en handhaver voor dronegebruik en de Koninklijke Marechaussee (KMAR): houdt toezicht op de beveiliging van de burgerluchtvaart en kan bij grote evenementen ingeschakeld worden om een droneverbod te handhaven.
Op de grond ligt het gezag over luchthavens vast in de Wet luchtvaart en zijn de provincies veelal bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing van start- en landingsplaatsen. Gemeenten hebben daarbij slechts een beperkte rol, meestal via een verklaring van geen bezwaar (openbare orde en veiligheid).
Qua regelgeving heeft de gemeente een beperkte bevoegdheid aangezien de meeste regelgeving bij het Rijk en de provincies ligt. Als handhaver kan de gemeente slechts iets doen voor bescherming van de leefomgeving en bescherming van de inwoners tegen overlast of risico’s
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) luidt daarom de noodklok: handhaving is hierdoor, zoals ik in het FD bevestig, ‘heel erg lastig voor gemeenten’.
Gemeenten kunnen geen drones neerhalen of dwingen te landen. Zelfs het opnemen van regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is juridisch complex en biedt weinig houvast. Het gevolg is een frustrerende situatie:
- Burgers die klagen over privacy-inbreuk of geluidsoverlast moeten worden doorverwezen naar landelijke instanties (of zijn erop aangewezen dit onderling op te lossen).
- De angst voor “dronefiles” en onveilige situaties groeit, en gemeenten vrezen opnieuw verrast te worden, net als bij de snelle opkomst van flitsbezorgers en fatbikes.
Burgers kloppen vaak bij de gemeente aan, maar zijn dan in feite bij het verkeerde loket. De gemeente kan bijvoorbeeld wel een no-fly zone (of een U-space zone) aanvragen. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) kunnen wel overtredingen van drone-regels signaleren en noteren, maar zij hebben geen bevoegdheden om op te treden tegen overtredingen van de Wet luchtvaart. Die bevoegdheden liggen bij de politie en de KMAR.
Dronepaniek
De zorgen worden gevoed door een golf van recente incidenten. We zien een zekere “dronepaniek”, waarbij niet elke melding van een drone boven een vliegveld of militaire basis daadwerkelijk een drone blijkt te zijn.
Toch zijn de dreigingen reëel. Er waren serieuze incidenten bij vliegbasis Volkel en vliegveld Eindhoven. Internationaal zien we hetzelfde beeld met sluitingen van luchthavens in Dublin, Kopenhagen en München na drone-observaties. Deze incidenten hebben een enorme economische en maatschappelijke impact en onderstrepen de urgentie om de controle op het lagere luchtruim serieus te nemen.
Toekomst aan de horizon: U-Space
De mogelijke oplossing voor het managen van het luchtruim heet U-space. Dit is in feite een digitaal verkeersleidingsysteem voor het lage luchtruim, ontworpen om conflicten tussen drones (en met bemande luchtvaart) te voorkomen.
Het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat werkt aan de ontwikkeling van U-space in Nederland. Cruciaal hierbij is de belofte van ‘gedegen participatie met lokale overheden’. Dit is essentieel, want zonder de betrokkenheid en kennis van gemeenten kan een centraal systeem nooit effectief de lokale veiligheid en leefbaarheid garanderen.
Duidelijkheid is cruciaal
De verdere opkomst van drones lijkt niet te stoppen. De uitdaging is niet om deze de nek om te draaien, maar om haar in goede banen te leiden. Gemeenten staan nu nog aan de zijlijn, maar hun rol is onmisbaar voor het maatschappelijk draagvlak en de lokale veiligheid. En burgers moeten weten waar ze terecht kunnen met eventuele klachten of zorgen.
Heldere communicatie, een duidelijke rolverdeling en de actieve betrokkenheid van gemeenten bij de ontwikkeling van systemen als U-space zijn dus cruciaal voor een veilige, effectieve en vertrouwde inzet van drones.