Door Wouter Dammers | Procesrecht | 15 september 2020 | 8 min. leestijd
Als je nog nooit te maken hebt gehad met een rechtszaak, dan is het prettig om van te voren te weten waar je aan toe bent. In deze blog leg ik uit hoe een kort geding verloopt.
Kort geding als snelle vorderingsprocedure
Een kort geding is een speciale vorm van een gerechtelijke procedure. Je kunt er snel achter komen of je daarmee te maken hebt of zal hebben. Allereerst kan je je afvragen of er sprake is van een verzoekschriftprocedure of een vorderingsprocedure.
Voor een verzoek (zoals: voor het mogen leggen van conservatoir (bewijs)beslag, afgifte van inbreukmakende producten, of het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek) is een verzoekschriftprocedure vereist. Daarvoor is het inleidende processtuk een verzoekschrift.
Voor een vordering (zoals de vordering tot schadevergoeding, een gebod tot het staken en gestaakt houden van inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, of de vordering tot ontbinding van een overeenkomst) is een vorderingsprocedure de juiste ingang. Een vorderingsprocedure kan bij dagvaarding worden gestart. Een kort geding is een bijzonder soort vorderingsprocedure. De normale procedure heet een bodemprocedure.
Dagvaarding in kort geding
Aan de dagvaarding kan je zien dat er sprake is van een kort geding procedure. De kop luidt vaak “Dagvaarding in kort geding”. Of uit de oproeping blijkt dat de gedaagde wordt verzocht te verschijnen in kort geding voor de Voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank.
Kort geding geeft een spoedeisende voorziening
Een kort geding is een procedure waarmee je een spoedeisende voorziening kan vragen. De rechtbank kent daarvoor een speciale rechter, de Voorzieningenrechter.
Een spoedeisende voorziening kan bestaan uit een voorlopige maatregel. Dit kan gevraagd worden voordat je een gewone bodemprocedure start. Overigens kan je ook tijdens een bodemprocedure een voorlopige maatregel treffen, door daartoe een zogenaamd incident op te werpen.
Kort geding geeft geen eindoordeel over het geschil
In een kort geding gaat het dus om een voorlopige maatregel. Dit betekent ook dat de Voorzieningenrechter geen beslissing kan nemen waarmee het geschil tussen partijen juridisch inhoudelijk wordt beslecht. Zo kan een Voorzieningenrechter niet oordelen welke schadevergoeding op zijn plaats is. Wel kan de Voorzieningenrechter een ordemaatregel treffen. Zoals het in stand houden van een bepaalde overeenkomst. Uiteraard dient dat wel een juridische grondslag te hebben, maar de maatregel hoeft geen einde te maken aan een juridische kwestie.
Soms is een bodemprocedure vereist na een kort geding
Het instellen van een bodemprocedure is niet altijd vereist bij een kort geding. Alleen als er een voorlopige voorziening wordt getroffen, zoals in geval van het gestaakt houden van een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, is er wel een bodemprocedure vereist. De Voorzieningenrechter kan daarvoor een termijn bepalen. Normaal gesproken dient dan binnen zes maanden na het kort geding vonnis een bodemprocedure te worden gestart. In andere gevallen hoeft een bodemprocedure niet te volgen. In de praktijk zien we vaak dat partijen zich bij de uitkomst van een kort geding neerleggen.
Kort geding in superspoedeisende zaken
Het voordeel aan een kort geding is dat het op korte termijn kan plaatsvinden. Indien het nodig is kan het zelfs buiten kantooruren, op een locatie buiten de rechtbank, en op zeer korte termijn plaatsvinden. Vereist is wel een voldoende spoedeisend belang.
Afwijkende procesregels in kort geding
Dat het kort geding is beperkt tot spoedeisende zaken, betekent ook dat de gewone procesregels niet van toepassing zijn. Zo gelden er andere bewijsregels en een speciaal procesreglement. Een getuigenverhoor of een bewijsopdracht kan normaal gesproken niet in kort geding plaatsvinden. De Voorzieningenrechter beoordeelt de zaak dus enkel op basis van de informatie uit de dagvaarding en hetgeen ter zitting naar voren komt.
Hoe verloopt een kort geding?
Aanvragen van een kort geding
Een ‘normaal’ kort geding vindt plaats nadat er een datum is verleend via (het bureau van) de Voorzieningenrechter. Er moet dus eerst een datum worden aangevraagd voor het kort geding. Om zo’n aanvraag te kunnen doen is een concept van de dagvaarding vereist. De Voorzieningenrechter kan dan inschatten hoe spoedeisend de zaak is. Daarbij dient de aanvrager ook zijn verhinderdata op te geven, en indien bekend ook die van de gedaagde partij. Indien de gedaagde partij door een advocaat wordt bijgestaan, is de advocaat van de eisende partij verplicht om de verhinderdata van de gedaagde op te vragen. De Voorzieningenrechter kan ermee rekening houden dat de kort geding zitting dan niet op de verhinderdata wordt bepaald.
Vrijwillige verschijning van partijen
Gaat het om een zeer spoedeisende kort geding, dan hoeft soms niet eens een dagvaarding te worden uitgebracht. Partijen kunnen dan vrijwillig bij elkaar komen. De gedaagde partij moet daarmee wel instemmen.
Intrekken van de procedure
Een kort geding hoeft niet altijd plaats te vinden als er een dagvaarding is uitgebracht. De zaak kan voordat de zitting plaatsvindt worden ingetrokken. Er is voor de eisende partij dan ook geen griffierecht verschuldigd. Onder omstandigheden kan het wel zo zijn dat de gedaagde partij dan recht heeft op vergoeding van proceskosten.
De deurwaarder
Maar normaal gesproken is er dus ‘gewoon’ een dagvaarding vereist: de dagvaarding in kort geding. De eisende partij zal de dagvaarding in kort geding aan de deurwaarder sturen zodra deze partij een datum van de Voorzieningenrechter heeft gekregen. De deurwaarder dient ervoor te zorgen dat de dagvaarding op de juiste manier aan de gedaagde partij wordt betekend. De gedaagde partij behoort dan te weten dat het kort geding op de bepaalde datum zal plaatsvinden.
Als eisende partij is de dagvaarding een heel belangrijk stuk in kort geding, die je enkel nog kan toelichten ter zitting.
Verweer en tegeneis door de gedaagde
De gedaagde partij kan dan zelf verweer voeren, maar kan daarvoor ook een advocaat inschakelen. Indien de gedaagde partij een tegeneis wil instellen, is een advocaat vereist.
Als gedaagde partij kan je ter zitting mondeling verweer voeren (eventueel vergezeld van spreekaantekeningen), maar je kan er ook voor kiezen om het verweer op schrift te zetten in een conclusie van antwoord. Een advocaat is voor de gedaagde partij niet vereist, tenzij deze partij een tegeneis wil instellen.
De behandeling van het kort geding
Ter zitting zal de Voorzieningenrechter vragen stellen aan beide partijen, en beoordelen of de zaak geschikt is voor een kort geding en of de vorderingen toegewezen moeten worden. Ook kan de Voorzieningenrechter partijen de gang op sturen om te bespreken of ze er onderling nog uit kunnen komen, zonder dat er een vonnis hoeft te worden gewezen. Lukt dat niet, of willen partijen dat niet, dan komt er een vonnis.
Het vonnis in kort geding
Het vonnis in kort geding kan snel worden uitgesproken door de Voorzieningenrechter. Het kan zelfs in de meest spoedeisende gevallen direct na de mondelinge behandeling plaatsvinden, of in ieder geval zo snel mogelijk daarna. In andere gevallen is een termijn van twee weken na de mondelinge behandeling gebruikelijk.
Hoger beroep, bodemprocedure en executiegeschillen
Als een partij het niet eens is met het kort geding vonnis, dan bestaat er de mogelijkheid open van hoger beroep. Een hoger beroep in kort geding is eveneens een kort geding procedure. Hoger beroep dient binnen 4 weken na het kort geding vonnis te zijn ingesteld. Een andere mogelijkheid is om een bodemprocedure te starten. Beslist de Voorzieningenrechter in hoger beroep, of de rechtbank in de bodemprocedure, anders dan in kort geding, dan vervalt de beslissing van de Voorzieningenrechter. De Voorzieningenrechter kan met de mogelijke uitkomst in een bodemprocedure rekening houden bij zijn beslissing.
Wanneer de winnende partij een vonnis in kort geding (of bodemprocedure) ten uitvoer wil leggen, dan kan de tegenpartij daartegen in het verweer komen. Hij kan dan een executiegeschil beginnen. Dat kan van groot belang zijn als het vonnis “uitvoerbaar bij voorraad” is, wat betekent dat de tenuitvoerlegging daarvan niet geschorst wordt als er een hoger beroep wordt gestart. Een executiegeschil gebeurt vaak via (een aparte) kort geding procedure, hoewel het ook via de gewone procedure of zelfs in de reconventie (procedure t.a.v. de tegeneis) kan plaatsvinden.
Arbitraal kort geding
Indien partijen een overeenkomst met elkaar hebben, kan het zomaar zijn dat er een arbitragebeding is afgesproken. Zeker in ICT-geschillen zien wij dit geregeld terugkomen. Zo bevatten belangrijke ICT-branchevoorwaarden zoals de NL Digital-voorwaarden, Nederland-ICT-voorwaarden, ICT~Officevoorwaarden en de FENIT-voorwaarden een verplichting om te arbitreren in geval van geschillen. Het betreffende arbitrageinstituut, in voornoemde gevallen de SGOA (Stichting Geschillen Oplossing Automatisering), kent dan vaak ook een specifieke procedure voor het arbitraal kort geding. Het is dus altijd even opletten of een kort geding wel bij de ‘gewone’ Voorzieningenrechter kan plaatsvinden, of bij de (gespecialiseerde) arbiter.
Neem contact – ook in spoedgevallen
Kortom: het kort geding is een bijzondere, snelle procedure waarmee voorlopige maatregelen kunnen worden getroffen. Wij staan partijen geregeld bij in kortgedingprocedures met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten, zoals het auteursrecht en het merkerecht, en in geschillen met betrekking tot ICT, IT en andere technologieën. Wil je weten of welke procedure passend is voor jouw zaak? Of ben je gedagvaard? Neem dan contact met ons op. In spoedeisende zaken kunnen wij zeer snel schakelen en zijn wij ook mobiel bereikbaar: 06 13 695 695 of wouter@lawfox.nl (Wouter Dammers, partner ICT) of 06 83 61 13 60 of sjors@lawfox.nl (Sjors van der Hoeven, partner intellectueel eigendom).
