IE-update januari 2016

Een kernachtig overzicht van de Europese ontwikkelingen in de rechtspraak op IE-gebied in de eerste maand van 2016. In januari hebben zich op Europees niveau onder andere de volgende noemenswaardige ontwikkelingen voorgedaan: 

HvJEU – ARREST – 21 januari 2016 – Zaak C-75/15 – Viiniverla

Geding over het besluit om Viiniverla met ingang van 1 februari 2014 te verbieden een drank genaamd „Verlados” te verhandelen. De naam van de drank zou te veel lijken op de naam “Calvados”.

Hof:

  1. De nationale rechter dient voor de vaststelling of sprake is van een „voorstelling”, uit te gaan van de waarneming van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument, waarbij dit laatste begrip moet worden opgevat als betrekking hebbend op Europese consumenten en niet slechts op consumenten van de lidstaat waarin het product wordt vervaardigd dat de beschermde geografische aanduiding voor de geest roept.
  2. De verwijzende rechter dient voor de beoordeling of de benaming „Verlados” in geval van vergelijkbare producten een „voorstelling” in de zin van die bepaling oproept van de beschermde geografische aanduiding „Calvados“, rekening te houden met de fonetische en visuele gelijkenis tussen die benamingen, alsmede met eventuele gegevens die erop wijzen dat die gelijkenis niet berust op toeval, om op die manier na te gaan of de normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde Europese consument, bij het zien van de naam van een product, als referentiebeeld het product waarvoor de beschermde geografische aanduiding geldt, voor de geest zal komen.
  3. Het gebruik van een benaming dat in de zin van die bepaling als „voorstelling” van een in bijlage III bij die verordening opgenomen geografische aanduiding is aangemerkt, kan ook dan niet worden toegestaan wanneer er geen risico van verwarring bestaat.

HvJEU – CONCLUSIE A-G SZPUNAR – 19 januari 2016 – Zaak C-470/14 – EGEDA e.a.

Over de billijke compensatie voor thuiskopieën: die billijke compensatie mag volgens de Advocaat-Generaal  uit de staatskas worden betaald.

RICHTLIJN 2001/29/EG. De uitzondering voor het maken van thuiskopieën, die de Unierechtelijke bepalingen betreffende het auteursrecht en de naburige rechten ook kennen, is al enkele jaren in diverse arresten van het Hof aan de orde geweest. Deze zaak, die in het verlengde daarvan ligt, kan echter ook een keerpunt vormen in de ontwikkeling van deze rechtspraak. Het oordeel van het Hof in de onderhavige zaak zal namelijk bepalend zijn voor de handelingsmarge van de nationale wetgevers en indirect van de Uniewetgever om de toepasselijke bepalingen van Unierecht met betrekking tot de keuze van de financieringswijze van de uit hoofde van de uitzondering voor het maken van thuiskopieën verschuldigde compensatie om te vormen teneinde een alternatief te bieden voor de tegenwoordig, althans in de rechtsstelsels van continentaal Europa, meest gangbare vorm van een heffing over elektronische installaties.

A-G: Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29/EG verzet zich niet ertegen dat de daarin vermelde billijke compensatie uit de algemene staatsbegroting wordt gefinancierd. Artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29 verzet zich ertegen dat het bedrag van de daarin vermelde compensatie wordt vastgesteld binnen de van tevoren per begrotingsjaar bepaalde grenzen zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de geraamde omvang van het door de rechthebbenden ondervonden nadeel.

Contact

Heeft u vragen over intellectueel eigendom? Neem vrijblijvend contact op met onze gespecialiseerde advocaten. U kunt ons bereiken via e-mail info@lawfox.nl of telefonisch via 013 207 7107.

Naar blog overzicht