Door Lawfox | Contractenrecht | 1 juli 2021 | 4 min. leestijd
Sinds 1 juli 2015 is het auteurscontractenrecht opgenomen in hoofdstuk Ia van de Auteurswet (artikel 25b-25h). Auteurs hebben sindsdien onder meer het recht op een “billijke vergoeding” en het recht op een aanvullende vergoeding bij groot succes (de “bestseller-bepaling”). Ook kan een auteur een overeenkomst met de exploitant ontbinden als het werk niet in voldoende mate wordt geëxploiteerd (de “non usus-bepaling”).
Als gevolg van de implementatie van de DSM-richtlijn (Richtlijn (EU) 2019/790 van 17 april 2019) gelden er vanaf 7 juni 2021 nieuwe regels. Ik licht de belangrijkste wijzigingen hieronder kort toe.
De bestseller-bepaling
De eerste belangrijke wijziging vond plaats in artikel 25d Auteurswet, de bestseller-bepaling.
Tot 7 juni 2021 luidde de bepaling als volgt:
Lid 1: De maker kan in rechte een aanvullende billijke vergoeding vorderen van zijn wederpartij, indien de overeengekomen vergoeding gelet op de wederzijdse prestaties een ernstige onevenredigheid vertoont in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie van het werk.
Lid 2: Indien de ernstige onevenredigheid tussen de vergoeding van de maker en de opbrengst van de exploitatie van het werk is ontstaan nadat het auteursrecht door de wederpartij van de maker aan een derde is overgedragen, kan de maker de vordering als bedoeld in het eerste lid tegen de derde instellen.
Het woord “ernstige” is uit lid 1 en lid 2 geschrapt. Hierdoor lijkt het criterium minder streng te zijn geworden.
Aan lid 2 zijn de woorden “aan een derde is overgedragen” vervangen door “aan een derde is overgedragen of gelicentieerd”. Kortom: de auteur kan op grond van deze nieuwe bepaling ook bij de licentienemer aankloppen.
De zinsnede “voor zover de opbrengst van de exploitatie van het werk aan deze derde toekomt” is aan lid 2 toegevoegd. De auteur kan dus alleen bij de derde (aan wie het recht is overgedragen of aan wie het recht is gelicentieerd) terecht voor zover de (onevenredig hoge) opbrengst bij die derde terechtkomt.
De non usus-bepaling
Het eerste lid van de non usus-bepaling (artikel 25e Auteurswet) luidde tot 7 juni 2021 als volgt:
De maker kan de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden indien de wederpartij het auteursrecht op het werk niet binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst in voldoende mate exploiteert of, na het aanvankelijk verrichten van exploitatiehandelingen, het auteursrecht niet langer in voldoende mate exploiteert. De voorgaande zin is niet van toepassing indien het aan de maker is toe te rekenen dat het auteursrecht binnen de termijn niet in voldoende mate wordt geëxploiteerd of indien de wederpartij een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij instandhouding van de overeenkomst dat het belang van de maker daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
De zinsnede “of indien de wederpartij een zodanig zwaarwichtig belang heeft bij de instandhouding van de overeenkomst dat het belang van de maker daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken” is geschrapt. In de memorie van toelichting is hierover opgenomen dat de richtlijn dit voorbehoud niet expliciet mogelijk maakte.
Een transparantieplicht (artikel 25ca Auteurswet)
Een andere belangrijke wijziging gaat pas vanaf 7 juni 2022 gelden. Het eerste lid van deze bepaling luidt:
De maker die aan zijn wederpartij een exploitatiebevoegdheid heeft verleend, wordt door die wederpartij of zijn rechtsopvolger ten minste eens per jaar en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector geïnformeerd over de exploitatie van het werk, met name wat betreft de exploitatiewijzen, de daarmee gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding. De informatie dient actueel, relevant en volledig te zijn.
Kortom: de maker heeft recht op inzicht in de exploitatiewijzen, de gegenereerde inkomsten en de verschuldigde vergoeding.
Deze bepaling kent een uitzondering (lid 3):
De informatieverplichting geldt niet, indien het aandeel van de maker bij de totstandkoming van het gehele werk niet significant is, tenzij de maker aantoont dat hij de informatie nodig heeft om een beroep op artikel 25d [de bestseller-bepaling] te kunnen doen.
In de memorie van toelichting is opgenomen dat bij “niet significant” moet worden gedacht aan de figuranten in een film.
Tot slot
Tot slot is relevant dat ook het toepassingsbereik van het auteurscontractenrecht is gewijzigd (artikel 25b Auteurswet). Belangrijk is dat het auteurscontractenrecht niet van toepassing is op overeenkomsten die zien op computerprogramma’s (artikel 45n in verbinding met artikel 10 lid 1 onder 12 Auteurswet).
Heb je vragen over het auteurscontractenrecht? Stel ze gerust!
