Ondernemingen gebruiken vaak herkenningstekens of symbolen waarmee hun producten, diensten, of de onderneming zelf, worden aangeduid. In veel gevallen is er sprake van een logo. Zo’n logo vertegenwoordigt niet zelden om uiteenlopende redenen een (zeer) grote waarde. Voorbeeld: een paar schoenen dat is voorzien van de kenmerkende Nike-swoosh, kan voor meer euro’s verkocht worden, dan een paar vergelijkbare merkloze schoenen. Het publiek betaalt graag voor de kwaliteitsgarantie die wordt weerspiegeld in het logo van Nike. En de consument associeert zich ook graag met de waarden die Nike uitdaagt.

Succesvolle merken krijgen vroeg of laat per definitie te maken met (imiterende) concurrenten die vergelijkbare logo’s gaan gebruiken.  Die concurrenten proberen dan mee te profiteren van een stukje van de “brand value” van het succesvolle merk. In die gevallen dient de vraag zich aan of deze logo’s tè veel op elkaar lijken, en of het de concurrent verboden kan worden om dat gelijkende logo te gebruiken. De vraag is dus: wanneer lijken logo’s teveel op elkaar?

Er zijn doorgaans minimaal twee juridische grondslagen die kunnen leiden tot een verbod voor de imiterende concurrent. Indien de oorspronkelijke merkhouder (in het voorbeeld: Nike) het logo heeft beschermd als geregistreerd merk, wordt een merkenrechtelijke beoordeling gemaakt. Daarnaast is een logo vaak ook een auteursrechtelijk beschermd werk. De auteursrechtelijke invalshoek wordt in een aparte blog behandeld.

Merkenrecht en op elkaar lijkende logo’s

Het korte antwoord op de vraag wanneer een merkhouder op basis van het merkenrecht kan optreden tegen een concurrent die een logo gebruikt dat lijkt op het logo van de merkhouder, is dat de merkhouder dat kan zodra er sprake is van verwarringsgevaar. In het specifieke geval van Nike of andere (zeer) bekende merken is er overigens nog een andere invalshoek: bekende merken krijgen aanvullende bescherming. De gemiddelde MKB-merkhouder die te maken krijgt met een imiterende concurrent zal echter verwarringsgevaar moeten beargumenteren.

Verwarringsgevaar

Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van verwarringsgevaar globaal worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, waaronder

  • de mate van overeenstemming van de conflicterende tekens
  • de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten
  • de mate van bekendheid van het oudere merk
  • de mate van onderscheidend vermogen van het oudere merk.

Deze blog beperkt zich tot het geven van toelichting op het eerste hierboven genoemde aspect, de mate van overeenstemming tussen de conflicterende tekens.

Beoordeling overeenstemming tekens

Van overeenstemmende tekens is sprake als de tekens:

  • visueel;
  • auditief; en/of
  • begripsmatig/conceptueel

overeenstemmen. Beslissend is de totaalindruk die de conflicterende tekens bij het relevante publiek achterlaat. Naar gelang van de aard van de betrokken waren en diensten, kan het relevante publiek een laag tot hoog aandachtsniveau hebben. Bij een hoog aandachtsniveau zal er minder snel verwarringsgevaar zijn.

Hoe valt dit in de praktijk uit? Wanneer lijken logo’s teveel op elkaar?

In de rechtspraak wordt regelmatig een relatief brede beschermingsomvang toegekend aan logo’s. Zo kon LaCoste op basis van haar (bekende) krokodillenmerk verhinderen dat een ander logo met krokodil-elementen voor bepaalde waren en diensten werd ingeschreven. Het tourismebureau van bergregio Kitzbühel kon op basis van haar geregistreerde berggeit (gems)-logo verhinderen dat een ander berggeiten (gemsen)-logo werd geregistreerd.

Merkrecht

Merkrecht

In bovenstaande gevallen leken de logo’s dus teveel op elkaar. Toch valt het ook wel eens, soms minder verwacht, de andere kant op. Zo ving de houder van onder meer het onderstaande logo (links), dat onder meer bescherming geniet voor (online) gokdiensten, bakzeil bij het optreden tegen het onderstaande rechter logo:

MerkrechtMerkrecht

Er is kritiek op bovenstaande beslissing, waarin men niet vond dat de logo’s teveel op elkaar leken.  Beide logo’s geven een fantasiefiguur in een bepaalde cartoonstijl weer: een gezicht, met een hoed en dunne armen en benen. Een geregistreerd merk beschermt welliswaar geen concept of idee, maar (alleen) een specifieke uitdrukking daarvan. Toch biedt (veel) oudere rechtspraak houvast voor de gedachte dat er op zijn minst enige sprake is van visuele en conceptuele overeenstemming tussen beide logo’s. Niet in de laatste plaats omdat er wel overeenstemming werd aangenomen tussen deze logo’s:

wanneer lijken logo's teveel op elkaar?

Vooralsnog kan er, ondanks de verrassende beslissing over de goklogo’s (fantasiefiguren met hoed en dunne armen en benen), uitgegaan blijven worden van een relatief brede beschermingsomvang toegekend aan logo’s. De uitspraak toont aan dat het van belang is om altijd zorgvuldig en uitgebreid te motiveren. De dames en heren rechters en board panelists hebben altijd enige vrije ruimte om in te manouvreren. Het is aan u om waar mogelijk te voorkomen dat men onverhoopt de verkeerde afslag neemt.

Hulp nodig?

Hulp nodig bij merkregistratie, of een vraag over een mogelijk te sterk lijkend logo van een concurrent? Of wordt u zelf beticht van het maken van inbreuk op merkrechten van een ander? Bel 013-2077107 of mail naar info@lawfox.nl voor vrijblijvend contact met de merkenrechtspecialisten van Lawfox.

 

 

Naar blog overzicht

Merkinbreuk

Mannelijke advocaat in donker pak en coltrui, oranje achtergrond. LAWFOX

Sjors van der Hoeven / Over de auteur

Sjors van der Hoeven is advocaat en partner IE-recht. Hij is gespecialiseerd in merken, modellen en auteursrecht. Sjors staat bekend als een ‘verbinder’ die juridische complexiteit vertaalt naar commerciële kansen. Hij is actief lid van de specialistenverenigingen BMM en VIEPA.