2. Houder heeft geen legitiem belang bij de domeinnaam
Het tweede vereiste ziet op het ontbreken van een recht op, of legitiem belang bij, de domeinnaam van de huidige domeinnaamhouder. Van een legitiem belang kan sprake zijn als van de volgende omstandigheden sprake is:
- Voordat de domeinnaamhouder kennisnam van het geschil gebruikte hij de domeinnaam om te goeder trouw producten of diensten aan te bieden, of trof de domeinnaamhouder hiervoor voorbereidingen;
- De domeinnaamhouder is algemeen bekend onder de domeinnaam; of
- De domeinnaamhouder gebruikt de domeinnaam voor legitieme niet-commerciële doeleinden, zonder daarbij consumenten op misleidende wijze te lokken.
Indien van (één van) deze omstandigheden sprake is, is nog niet gezegd dat de eis sowieso zal worden afgewezen. Het is enkel een aanwijzing dat domeinnaamhouder een legitiem belang bij de domeinnaam heeft.
Vaak zie je in domeinnaamgeschillen dat daarbij door een merkhouder een eis wordt ingesteld tegen een wederverkoper van die betreffende merkproducten. In dat geval zijn de zogenaamde Oki Data criteria van belang. Deze criteria zijn in de praktijk ontwikkeld en zien op het wederverkopen van producten van een bepaald merk. Deze vier criteria kunnen worden gebruikt om een legitiem belang bij de domeinnaam aan te tonen:
- De domeinnaamhouder moet daadwerkelijk de goederen of diensten van het merk op zijn website aanbieden;
- De domeinnaamhouder moet de website gebruiken om uitsluitend de betreffende merkenrechtelijk beschermde goederen of diensten te verkopen;
- De domeinnaamhouder mag niet zoveel domeinnamen met de merknaam registreren dat het voor de merkhouder niet meer mogelijk is het merk in een domeinnaam te gebruiken; en
- De website moet nauwkeurig omschrijven wat de relatie is tussen de domeinnaamhouder en de merkhouder.