Door Sjors van der Hoeven | Auteursrecht | 12 september 2020 | 5 min. leestijd
Auteursrecht en internet: deze combinatie blijft vragen opleveren, terwijl het internet toch echt al sinds 1983 bestaat (en het auteursrecht nog veel langer). Het EU-Hof van Justitie buigt zich as we speak over de vraag of het embedden van auteursrechtelijk beschermd materiaal van een ander op je website is toegestaan, wanneer die ander technische maatregelen heeft getroffen om dat te (proberen te) voorkomen.
Eerdere rechtspraak over hyperlinken, embedden, en auteursrecht
Auteursrecht
Iedereen weet dat je een foto die je op het web aantreft niet zonder toestemming van de rechthebbende mag kopieren en hergebruiken op de eigen website: dat levert auteursrechtinbreuk op.
Hyperlinken
Wat wel zonder toestemming van de rechthebbende is toegestaan, is het plaatsen van een hyperlink op je eigen website naar die foto (HvJ 13 februari 2014, Svensson e.a., C‑466/12). Tenzij je een commercieel oogmerk hebt en redelijkerwijs wetenschap kon hebben van het illegale karakter van content waar je naar linkt (HvJ 8 september 2016, GeenStijl/Sanoma (C‑160/15) – de bekende Britt Dekker zaak, waarin GeenStijl linkjes plaatste naar gelekte Playboy-foto’s, die zich bevonden op een obscure server in een moeilijke jurisdictie).
Embedden
Embedden is een variant op hyperlinken waarbij geen klik op een link nodig is om de doelcontent te laden. Wanneer je embedt, maak je zelf geen kopie van het werk dat je op je eigen website wil gebruiken. Door te embedden vul je een stukje van je eigen website met materiaal dat zich elders op het web bevindt. Je kadert bestaande, externe content ‘in’ in je eigen website. Maar je kopieert dat werk daardoor in technische zin niet: je maakt geen eigen kopie op je eigen server. Voor de gebruiker van een website is er geen verschil tussen een (gekopieerd) bestand dat op het domein is opgeslagen dat hij bezoekt, of een (origineel) bestand dat zich bevindt op een ander domein en op de door de bezoeker bezochte website is embed.
Embedden zonder toestemming van de rechthebbende is in beginsel toegestaan (HvJ 21 oktober 2014, C‑348/13, Bestwater). In de Nederlandse rechtspraak is daar overigens -het ging toen over de website Nederland.fm- nog even anders over gedacht (Rechtbank ’s-Gravenhage, 19 december 2012, Buma/Souren). Zowel de Bestwater-uitspraak als de Nederland.fm uitspraak zijn flink becommentariseerd.
En wellicht is het laatste woord over embedden nog niet gesproken, en wordt de huidige juridische (on)toelaatbaarheid van embedden een dezer dagen weer wat verder genuanceerd.
Embedden ook toegestaan als rechthebbende dat duidelijk niet wil?
Er zijn technische voorzieningen die websitebouwers kunnen toepassen om te voorkomen dat (delen van) hun websites op derde websites worden embed. Dat blijkt uit een zaak tussen VG Bild-Kunst en SPK, die onenigheid kregen over de inhoud van een licentieovereenkomst. In die overeenkomst zou moeten komen te staan dat dergelijke technische maatregelen tegen embedden zouden moeten worden toegepast, hetgeen aanleiding gaf tot vragen aan het Hof van Justitie.
De vraag luidt:
„Vormt het opnemen, door middel van framing, van een met toestemming van de rechthebbende op een vrij toegankelijke website beschikbaar werk in de website van een derde een ,mededeling aan het publiek’ in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 indien daarbij door de rechthebbende getroffen of geïnitieerde voorzieningen ter bescherming tegen framing worden omzeild?”
Opinie Advocaat-Generaal
Voordat het Hof van Justitie bovenstaande vraag beantwoordt, stelt een Advocaat-Generaal een advies voor het Hof op. Het Hof is niet aan dat advies gebonden.
In dit geval beargumenteert Advocaat-Generaal Szpunar, die veelvuldig opinies opstelt in auteursrechtzaken die betrekking hebben tot het internet, dat de technische maatregelen die embedden moeten voorkomen niet het doel hebben om de content beperkt te houden tot een beperkt publiek, maar heeft zo’n maatregel tot doel de wijze van weergave van die content te controleren. Nu dat laatste niet het onderwerp van de Auteursrechtrichtlijn (InfoSoc) is, geeft de Advocaat-Generaal om de hierboven weergegeven vraag afwijzend te beantwoorden:
“Om alle hierboven uiteengezette redenen geef ik in overweging de prejudiciële vraag aldus te beantwoorden dat artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 aldus moet worden uitgelegd dat het door middel van framing insluiten op de website van een derde van een werk dat met toestemming van de rechthebbende vrij toegankelijk beschikbaar is gesteld op een website, geen mededeling aan het publiek in de zin van die bepaling vormt wanneer daarbij door de auteursrechthebbende genomen of geïnitieerde voorzieningen ter bescherming tegen het gebruik van frames worden omzeild.”
Maar, zo gaat de Advocaat-Generaal verder, het omzeilen van technische voorzieningen die websitebouwers toepassen om embedden door derden te voorkomen levert volgende de Advocaat-Generaal wèl een auteursrechtelijk probleem op:
“Technische voorzieningen ter bescherming tegen het insluiten in een webpagina van auteursrechtelijk beschermde werken die met toestemming van de auteursrechthebbende vrij toegankelijk aan het publiek ter beschikking zijn gesteld op andere websites, op zodanige wijze dat zij, zodra die pagina wordt geopend, daarop automatisch worden weergegeven zonder verder toedoen van de gebruiker, vormen doeltreffende beschermende voorzieningen in de zin van artikel 6 van richtlijn 2001/29.”
Wachten tot arrest Hof van Justitie
Ik zal de opinie zodra de uiteindelijke uitspraak er is er nog eens bijpakken – de A-G heeft er een interessante uiteenzetting van gemaakt, waarin ook veel aandacht wordt besteed aan een juridisch onderscheid tussen aanklikbare links en links die automatisch (zonder klik) laden. Ik kijk uit naar de uitspraak. Het eindresultaat zal naar verwachting wel zijn dat het omzeilen van deny-tags en andere technische maatregelen binnen het domein van de auteursrechtinbreuk zal worden gebracht.