Door | Merkenrecht | 1 juni 2022 | 3 min. leestijd
Over merken schreven wij al diverse blogs. Daaruit blijkt dat de rechten van merkhouders ver kunnen gaan, maar ook weer niet onbeperkt zijn. Zo schreven we vorig jaar over de uitzondering genaamd “uitputting“, wat betekent dat de merkhouder zich niet altijd tegen de doorverkoop van merkproducten kan verzetten.
Onlangs boog de rechter zich over de vraag of er sprake was van merkinbreuk bij het doorverkopen van merkproducten die bestemd waren voor de Turkse markt. Hieronder bespreek ik kort wat er aan de hand was en wat de rechter heeft geoordeeld.
De feiten
Eiseres, Marmarabirlik, is gevestigd in Turkije. Marmarabirlik produceert en distribueert producten voor landen in de Europese Economische Ruimte (EU + Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) en voor landen daarbuiten. Op de producten staan onder andere codes die ervoor zorgen dat Marmarabirlik kan nagaan waar zij haar producten in de handel heeft gebracht. Op de producten staat ook een merk.
Gedaagde, Omur Markt uit Amersfoort, verkoopt (onder meer) blikken met olijven. Op de blikken staat het merk van Marmarabirlik. Ook staat er een zogenaamde “T.E.T.T”-stempel op de producten, wat betekent dat de producten bestemd zijn voor de Turkse interne markt.
De centrale vraag
De vraag die voorligt is: levert dit gebruik door Omur Markt merkinbreuk op?
Het korte antwoord is: ja. Ik leg hieronder uit hoe de rechter tot dit oordeel gekomen is.

De beoordeling
Op grond van de Uniemerkenverordening is het een merkhouder (onder meer) toegestaan iedere derde die niet zijn toestemming heeft verkregen het gebruik van een teken te verbieden als het teken gelijk is aan het merk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven.
Omur Markt heeft verklaard dat zij de blikken olijven heeft ingekocht bij een groothandel in Turkije. Deze groothandel heeft de blikken rechtstreeks aan Omur Markt geleverd. Daarmee heeft Omur Markt erkend dat zij de producten die bestemd waren voor de Turkse markt zelf in de EU op de markt heeft gebracht.
Omdat Omur Markt hiervoor geen toestemming had verkregen van Marmarabirlik, is er in dit geval sprake van ongeoorloofde parallelhandel. Dit betekent dat er sprake is van merkinbreuk.
Vorderingen toegewezen
Omdat er sprake is van inbreuk, worden de vorderingen grotendeels toegewezen. Omur Markt moet onder meer het gebruik van het merk staken en informatie aanleveren over o.a. de hoeveelheid verkochte producten. Daarnaast moet Omur Markt een schadevergoeding betalen die nog in een aparte procedure moet worden vastgesteld.
Conclusie
Dit vonnis toont aan dat je merkproducten niet altijd kunt doorverkopen. Heb je hier vragen over? We adviseren dagelijks over merkenrechten en helpen graag. E-mail ons op: info@lawfox.nl, of bel ons op 013-2077107