Onlangs heeft het Netherlands Commercial Court (NCC) uitspraak gedaan in een zaak waarbij de vraag centraal stond of er eigendomsrecht bestaat op digitale gegevens. De uitspraak is belangrijk, want het NCC oordeelde dat er onder Nederlands recht geen eigendomsrechten kunnen worden geclaimd op digitale gegevens.

Internationale rechtszaken voor het Netherlands Commercial Court

Het Netherlands Commercial Court (NCC) is een Nederlandse rechtbank die in 2018 werd opgericht om commerciële geschillen op internationaal niveau op te lossen. Het is een gespecialiseerde rechtbank die is gevestigd in Amsterdam en die zaken behandelt in het Engels.

De NCC behandelt zaken met een internationaal karakter en is bedoeld voor partijen die geen Nederlandse nationaliteit hebben, of die hun woonplaats niet in Nederland hebben. Het is opgericht om de positie van Nederland als aantrekkelijke vestigingsplaats voor internationale bedrijven te versterken en om bij te dragen aan de ontwikkeling van het Nederlands recht op het gebied van commerciële geschillen.

Het NCC heeft twee afdelingen: de NCC District Court en de NCC Court of Appeal. De District Court behandelt zaken in eerste aanleg (zoals een gewone rechtbank), terwijl de Court of Appeal fungeert als hoger beroepsinstantie (zoals een gewoon gerechtshof). De NCC biedt geschillenbeslechting in het Engels aan en heeft als doel om snel en efficiënt te werken, met een focus op alternatieve geschillenbeslechting.

recht

Welk recht is van toepassing? Contractuele forumkeuze versus eigendomsrecht

In deze zaak ging het om een vordering tot revindicatie van documenten en digitale gegevens tussen DiaMedica en PRA. Het recht van New York was van toepassing op de contractuele verhouding tussen partijen, maar het Nederlandse recht bepaalt of er een eigendomsrecht kan worden gevestigd op documenten en digitale gegevens die zich in Nederland bevinden.

Welke wet van toepassing is verschilt namelijk per vraagstuk. De NCC behandelt het toepasselijk recht op de vier vraagstukken van de zaak als volgt:

De interpretatie van de Overeenkomst

Deze vraag valt binnen het bereik van de Rome I-verordening, die het toepasselijke recht bij contractuele verplichtingen in burgerlijke en handelszaken bepaalt. Het is van toepassing ongeacht of het naar het recht van een EU-lidstaat wijst of niet. Onder Artikel 3 van de Rome I-verordening wordt een overeenkomst beheerst door het recht dat door de partijen is gekozen. De partijen bij de Overeenkomst hebben de wetten van de staat New York (VS) als het toepasselijke recht gekozen. De interpretatie van de Overeenkomst wordt daarom beheerst door de wetten van de staat New York.

Het bestaan van een recht om contractuele verplichtingen op te schorten

Onder Artikel 12 (1)(c) van de Rome I-verordening wordt deze vraag, die betrekking heeft op de gevolgen van een (vermeende) schending van contractuele verplichtingen, ook beheerst door het recht dat van toepassing is op de Overeenkomst. In dit geval: het recht van de staat New York.

Het bestaan van een eigendomsrecht

Dit is geen contractuele kwestie maar een kwestie van eigendomsrecht. De Rome I-verordening is daarop niet van toepassing. Aangezien er geen verdrag of regeling is die deze kwestie regelt, zijn de regels van het Nederlandse binnenlandse internationaal privaatrecht van toepassing. Volgens Artikel 10:127(1) van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het eigendomsrechtregime met betrekking tot zaken in principe het recht van de staat waarin de zaak zich bevindt (lex rei sitae). De ‘zaak’ in kwestie zijn de Documenten die zich in Nederland bevinden. Daarom bepaalt het Nederlandse recht de wijze waarop zakelijke rechten ontstaan, of dergelijke rechten kunnen worden gecreëerd, en zo ja, wat de vereisten zijn voor overdracht of creatie van rechten. Ook de vraag of een revindicatievordering kan worden ingesteld, en zo ja door wie, wordt beheerst door de lex rei sitae. Dus: Nederlands recht.

Het bestaan van een retentierecht

De totstandkoming en inhoud van een retentierecht worden bepaald door het recht dat van toepassing is op de onderliggende juridische relatie (Artikel 10:129 BW), dus het recht van de staat New York. Een retentierecht kan echter slechts worden afgedwongen in zoverre het recht van de staat waarin de zaak zich bevindt dit toestaat (in dit geval het Nederlandse recht).

Eigendomsrechten op data?

Het geschil draaide inhoudelijk om de vraag of er eigendomsrechten konden worden geclaimd op een dataset met daarin gegevens van klanten, waaronder persoonsgegevens, van een bedrijf. Het bedrijf dat deze dataset beheerde, beweerde dat zij eigenaar waren van deze gegevens en dat zij het recht hadden om deze te gebruiken en te verkopen aan derden. De eiser in deze zaak, een andere partij die ook geïnteresseerd was in deze gegevens, was het hier niet mee eens en stelde dat deze gegevens niet eigendom waren van het bedrijf dat ze beheerde.

NDCC oordeelt dat digitale gegevens geen goederen zijn

De NCC heeft geoordeeld dat digitale gegevens niet kunnen worden beschouwd als ‘goederen’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Ook op persoonsgegevens rust dus geen eigendom. Volgens de NCC is eigendom van digitale gegevens niet mogelijk omdat deze gegevens niet fysiek bestaan en niet kunnen worden gecontroleerd op dezelfde manier als fysieke eigendommen. Digitale gegevens zijn vluchtig en kunnen gemakkelijk worden gekopieerd en verspreid, waardoor het bijna onmogelijk is om er volledige controle over te hebben. Dit is anders voor de drager waarop de digitale gegevens staan opgeslagen.

Voor partijen in kwestie maakte dit overigens weinig verschil: Er is nog steeds een geldige contractuele verplichting voor de partij die de data beheerde om mee te werken aan de overdracht van digitale data aan de andere partij, omdat dit zo was overeengekomen in artikel 9.0 van de overeenkomst.

Belang voor de praktijk

De uitspraak van de NCC is niet opzienbarend, omdat in het algemeen al werd aangenomen dat op data geen eigendomsrechten rusten. Toch heeft belangrijke gevolgen voor bedrijven die digitale gegevens beheren. Het betekent dat bedrijven op grond van de wet geen eigendomsrechten kunnen claimen op digitale gegevens. Dit kan gevolgen hebben voor bedrijven die afhankelijk zijn van de verkoop van gegevens, zoals marketing- en advertentiebedrijven. Bovendien toont de uitspraak aan dat het van groot belang is om juist contractuele afspraken te maken over wie de data toekomt, en welke handelingen voor een eventuele overdracht daarvan moeten worden verricht, om zodoende dezelfde aanspraken te kunnen maken als op het nationale wettelijke eigendomsrecht.

Gevolgen voor NFT’s?

In mijn optiek is de NCC te kort door de bocht door alle data op een hoop te gooien. Zo is te beargumenteren dat er mogelijk wel eigendom kan rusten op digitale gegevens die niet vluchtig zijn, niet gekopieerd kunnen worden, waardoor het mogelijk is om er volledige controle over te hebben – zoals NFT’s.

Naar blog overzicht

recht

Mannelijke advocaat met bril, donkere kleding, oranje achtergrond. LAWFOX

Wouter Dammers / Over de auteur

Als oprichter van LAWFOX combineert Wouter Dammers cum laude juridische expertise met een diepe technische achtergrond. Hij is de advocaat voor ondernemers die de ‘uitleg-fase’ willen overslaan. Wouter snapt direct wat uw API, blockchain-protocol of IT-stack doet. Hij staat bekend als de juridische rebel die strijdt tegen technologisch machtsmisbruik en ‘vendor lock-in’. Met baanbrekende successen, zoals het eerste NFT-beslag in Nederland, bewijst hij dat het recht ook in Web3 gehandhaafd kan worden. Wouter biedt “Champions League kwaliteit in spijkerbroek”: topniveau advocatuur, maar dan toegankelijk, direct en zonder poeha.