Partijen komen vaak bij ons met de vraag hoe zij van een overeenkomst af kunnen. Er zijn verschillende manieren om een overeenkomst te beëindigen. Een overeenkomst kan eindigen door nakoming, ontbinding of vernietiging. Maar een andere veelvoorkomende manier is opzegging.

Opzegging

Opzeggen is het beëindigen van een overeenkomst volgens de gemaakte afspraken. Vaak bestaat er een opzegmogelijkheid aan het eind van de afgesproken duur van de overeenkomst. Maar er wordt bijvoorbeeld ook vaak afgesproken dat een partij kan opzeggen als de andere partij, bijvoorbeeld, failliet gaat.

Een algemene wettelijke regeling over opzegging is er niet. Voor ontbinding vereist de wet in beginsel een tekortkoming van de andere partij, maar voor opzegging geldt dat niet. Opzeggen is dus relatief eenvoudig. Als er maar aan de gemaakte afspraken daarover is voldaan.

Onder omstandigheden is het overigens ook mogelijk om een overeenkomst op te zeggen zonder dat een opzegmogelijkheid is afgesproken. Daarover meer in de rechtszaak die ik hieronder ga bespreken. Of meer uitgebreid in deze blog.

Onrechtmatige opzegging

Wat nu als een partij een overeenkomst opzegt, terwijl dit eigenlijk niet mocht. Denk bijvoorbeeld aan het niet in acht nemen van een opzegtermijn. Of het opzeggen tegen een eerdere datum dan contractueel is toegestaan.

In dat geval spreken we van een onrechtmatige opzegging. Eind 2022 deed de rechter een interessante uitspraak over de onrechtmatige opzegging van een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de ontwikkeling en exploitatie van een webinarplatform.

De samenwerking (en het einde daarvan)

In deze zaak speelt het volgende. Een geanonimiseerde V.O.F. (hierna: de ‘V.O.F.‘) heeft een overeenkomst gesloten met de enig bestuurder en aandeelhouder van WebinarGeek – Call4Community B.V. (hierna: ‘C4C‘). De V.O.F. houdt zich bezig met het ontwerpen, ontwikkelen en exploiteren van software en websites. WebinarGeek houdt zich bezig met de exploitatie van een webinar platform onder de naam ‘WebinarGeek’. Via dit platform kunnen gebruikers webinars organiseren.

Door C4C is aan de V.O.F. de opdracht gegeven om het WebinarGeek platform te ontwikkelen. Op het moment dat de V.O.F. het platform oplevert, kan het platform door C4C gebruikt worden. Maar het platform is dan nog niet geschikt voor gebruik door het grote publiek. C4C wil graag dat het platform ook kan worden gebruikt door het grote publiek. Partijen raken daarom in gesprek over een verdere samenwerking.

Uiteindelijk wordt aan de V.O.F. een opzet voor een samenwerkingsovereenkomst gestuurd. Deze opzet is in lijn met wat partijen samen hebben besproken en behelst onder meer de afspraak de V.O.F. tegen een laag uurtarief van € 17,- per uur gaat werken. Daartegenover staat dat partijen gezamenlijk een nieuwe vennootschap zullen oprichten die het platform zal gaan exploiteren. Op die manier kan de V.O.F. ook de vruchten plukken van het eventuele succes van het platform.

Ondanks dat de overeenkomst uiteindelijk niet door partijen is ondertekend, gaan partijen aan de slag met het project. De V.O.F. verricht werkzaamheden en stuurt daarvoor facturen aam C4C. Deze facturen worden in eerste instantie ook betaald door C4C.

Op enig moment begint de samenwerking stroever te verlopen. Onder andere wordt er een factuur niet door C4C betaald. De indirect directeur-grootaandeelhouder van C4C geeft uiteindelijk aan de samenwerking met de V.O.F. op te zeggen. Vervolgens zijn er meningsverschillen gerezen over enkele vragen, zoals wie de exploitatie van het platform toekomt, bij wie de auteursrechten zouden liggen en over hoe hoog de door C4C aan de V.O.F. verschuldigde vergoedingen zijn.

Door de V.O.F. wordt een voorstel gedaan om de kwestie op te lossen. Voordat C4C daarop inhoudelijk reageert, zet zij het platform over naar een andere server. Vanaf dat moment heeft de V.O.F. geen toegang meer tot en geen betrokkenheid meer bij de ontwikkeling van het platform.

De advocaat van C4C reageert uiteindelijk inhoudelijk op het door de V.O.F. gedane voorstel en wijst het voorstel af. C4C stelt dat een samenwerking tussen de V.O.F. en C4C nooit concreet is geworden, dat aan de V.O.F. de overeengekomen vergoeding van € 17,- per uur is betaald en dat de auteursrechten op het platform bij C4C liggen.

De V.O.F. wil een aanvullend vergoeding en gaat daarvoor naar de rechter.

Beoordeling door de rechter

Is er een samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen?

De eerste vraag die voorligt is of er een overeenkomst tot stand is gekomen. En zo ja, wat de inhoud daarvan is. De rechter stelt vast dat – hoewel partijen nooit een overeenkomst hebben ondertekend – partijen het erover eens zijn dat er ‘een’ overeenkomst is op basis waarvan de V.O.F. de werkzaamheden heeft verricht. Partijen verschillen wel van mening over de inhoud van die overeenkomst.

C4C stelt zich op het standpunt dat, in afwachting van de totstandkoming van een schriftelijke overeenkomst die concreet invulling moest geven aan de voorgenomen samenwerking, er alleen een losstaande afspraak bestond dat de V.O.F. tegen een uurtarief van € 17,- het platform zou ontwikkelen. Nadere voorwaarden zouden er niet zijn overeengekomen.

De rechter is het niet met C4C eens. Hij oordeelt dat uit onder meer e-mails, notulen van gesprekken en de opzet van de samenwerkingsovereenkomst volgt dat partijen zouden gaan samenwerken om het platform samen te exploiteren. Daartoe hebben partijen over en weer concrete voorstellen gedaan over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder zij aan die samenwerking invulling zouden geven, waarmee zij over en weer concrete verwachtingen hebben gewekt. Onderdeel van de afspraken is volgens de rechter dan ook dat partijen een nieuwe vennootschap zullen oprichten die het platform zal exploiteren.

Van een losse afspraak om tegen een uurtarief van € 17,- te werken is volgens de rechter dus geen sprake. Deze afspraak moet worden gezien in het licht van de overige afspraken, onder meer dus de afspraak tot toekomstige gezamenlijke exploitatie van het platform.

"</p

Heeft de V.O.F. recht op een aanvullende vergoeding?

Dan ligt de vraag voor of de V.O.F. recht heeft op een aanvullende vergoeding.

Recht op gebruikelijk / redelijk loon?

Primair voert de V.O.F. aan dat zij (op grond van artikel 7:405 lid 2 BW) recht heeft op gebruikelijk, althans redelijk loon. De rechter oordeelt dat partijen duidelijk afspraken hebben gemaakt over de hoogte van het verschuldigde loon, namelijk een uurtarief van € 17,- en (later) een percentage van de aandelen in een nieuw op te richten vennootschap en management fee/winstuitkering. Het feit dat de samenwerking is beëindigd vóórdat de gemaakte afspraken volledig zijn nagekomen, maakt nog niet dat de hoogte van het loon niet vooraf door partijen is bepaald. De V.O.F. kan daarom geen beroep doen op artikel 7:405 lid 2 BW. Voor een beroep op dit artikel is namelijk vereist dat “de hoogte [van het loon] niet door partijen is bepaald“.

Is C4C ongerechtvaardigd verrijkt?

De subsidiaire grondslag die de V.O.F. aanvoert voor een aanvullende vergoeding slaagt wel.

Ongerechtvaardigde verrijking

Op grond van art. 6:212 lid 1 BW is hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, verplicht, voor zover dit redelijk is, om de schade van de ander te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Dit wordt ‘ongerechtvaardigde verrijking’ genoemd. Een voorbeeld hiervan is de schilder die per ongeluk het tuinhek van het verkeerde huis schildert. De eigenaar van dat huis kan dan op grond van ongerechtvaardigde verrijking verplicht zijn om de waardevermeerdering van zijn huis aan de schilder te vergoeden.

De rechter begrijpt de stellingen van de V.O.F. zo dat zij meent dat C4C is verrijkt door de wijze waarop C4C de samenwerkingsovereenkomst heeft opgezegd terwijl de gemaakte afspraken over de nieuw op te richten vennootschap waarvan de V.O.F. een percentage van de aandelen zou verkrijgen, (nog) niet waren nagekomen. Met die handelswijze heeft C4C zich het platform feitelijk toegeëigend en aan de V.O.F. de mogelijkheid ontnomen om haar investering – in de vorm van aan de ontwikkeling van het platform bestede uren waarvoor zij geen of slechts een zeer laag uurtarief in rekening heeft gebracht – te laten renderen via de verkrijging van een percentage van de aandelen en (later) eventueel een management fee en/of winstuitkering. Daarmee zou C4C volgens de V.O.F. ongerechtvaardigd verrijkt zijn.

Opzegging van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd

De vraag die de rechter in dit kader moet beantwoorden, is de vraag of de opzegging door C4C onrechtmatig is. Meer in het bijzonder de vraag of C4C de overeenkomst rechtsgeldig heeft kunnen opzeggen zonder aan de V.O.F. enige (aanvullende) vergoeding te betalen.

De rechter stelt voorop dat de vraag of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud van die overeenkomst en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een opzegregeling, zoals in dit geval, dan geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De redelijkheid en billijkheid kunnen in dat geval – onder meer – wel meebrengen dat de opzegging samen moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

De rechtbank oordeelt dat de samenwerkingsovereenkomst in de kern de afspraak behelst om tijd te investeren in de ontwikkeling van het platform. Partijen hebben zich twee jaar lang aan die afspraak gehouden. Een ander onderdeel van die afspraak was dat C4C en de V.O.F. via een nieuw op te richten vennootschap waarvan zij beide aandeelhouder zouden worden, zouden delen in het (eventuele) rendement van hun gezamenlijke tijdsinvestering. De opzegging van de samenwerkingsovereenkomst door C4C heeft iedere aanspraak van de V.O.F. op mogelijk rendement van haar tijdsinvestering in het platform teniet gedaan. Dit betekent dat de V.O.F. twee jaar lang tijd en energie in het project heeft gestoken zonder daarvoor de in het vooruitzicht gestelde vergoedingen (het rendement) te kunnen ontvangen. Dat druist volgens de rechter niet alleen in tegen de aard en de inhoud van de gemaakte afspraken, maar is ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

De rechter oordeelt dan ook dat de samenwerkingsovereenkomst alleen rechtsgeldig door C4C kon worden opgezegd als zij daarbij aan de V.O.F. had aangeboden om een redelijke schadevergoeding te betalen waarmee de negatieve gevolgen van de opzegging voldoende werden gecompenseerd. Van een dergelijk aanbod was geen sprake, waardoor de rechter de opzegging bestempelt als ‘onrechtmatige opzegging’.

Ongerechtvaardigd verrijkt door de onrechtmatige opzegging met het bedrag van een redelijke schadevergoeding

Verder oordeelt de rechter dat C4C door die onrechtmatige opzegging ongerechtvaardigd verrijkt is met het bedrag van de redelijke schadevergoeding die zij aan de V.O.F. had moeten betalen indien de samenwerkingsovereenkomst rechtmatig was opgezegd.

De V.O.F. heeft voor de berekening van de door haar primair gevorderde schadevergoeding als uitgangspunt genomen haar  (gebruikelijke) uurtarief van € 75,-. De V.O.F. stelt dat zij minimaal 3.478 uur in de ontwikkeling van het platform heeft gestoken. C4C betwist dat aantal uren en vindt het onacceptabel om een uurtarief van € 75,- te hanteren.

De rechter besluit uiteindelijk om de schade te schatten (op grond van artikel 6:97 BW). Zij neemt daarbij enkele aanknopingspunten uit het partijdebat in aanmerking en komt daarbij op een totale schadevergoeding van € 122.744,80. Dit bedrag is aanzienlijk lager dan het door de V.O.F. gevorderde bedrag van € 75,- * 3.478 uur = € 260.850,-. Het is desalniettemin een significant bedrag dat C4C aan de V.O.F. moet betalen.

Opzegging is niet risicoloos!

Zo zie je maar weer dat de opzegging van een overeenkomst niet risicoloos is. Wil je een overeenkomst opzeggen? Check dan altijd eerst de gemaakte afspraken. Of beter nog: laat een advocaat daar naar kijken. Zo voorkom je dat je achteraf een aanzienlijke (schade)vergoeding moet betalen.

Naar blog overzicht

Document met lijnen en logo van advocatenkantoor.

Man in lichtblauw overhemd, oranje achtergrond. LAWFOX

Nick Vrugt / Over de auteur

Nick Vrugt is gespecialiseerd IT-advocaat (VIRA/Grotius) en partner in duurzame innovatie. Hij adviseert over softwarelicenties, AI en privacy, en zet zich als ware Green Sensei actief in voor een groenere tech-sector. Nick staat bekend om zijn nuchtere aanpak: geen paniek, maar oplossingen.