Door Nick Vrugt | Procesrecht | 23 juni 2023 | 4 min. leestijd
Stel: je krijgt gelijk in een Nederlandse gerechtelijke procedure tegen een wederpartij die in een andere EU-lidstaat is gevestigd. De rechter legt de wederpartij een verbod of gebod op of straffe van verbeurte van een dwangsom. Je laat het vonnis betekenen, maar de wederpartij geeft geen gehoor aan het vonnis.
Je zou wellicht zeggen dat de verbeurde dwangsommen dan kunnen worden opgeëist. Als de wederpartij in Nederland gevestigd zou zijn, dan is dit inderdaad het geval. (Alhoewel de wederpartij een executiegeschil kan starten als hij meent dat de dwangsommen niet verbeurd zijn.) In het geval dat de wederpartij in een andere EU-lidstaat gevestigd is, dan kunnen de dwangsommen niet direct worden opgeëist. Er is dan nog een tussenstap vereist: de dwangsommen moeten eerst definitief worden bepaald door het gerecht van herkomst.
De EEX-Vo II (Brussel-I-bis)
Wanneer we te maken hebben met een partij in een andere EU-lidstaat, dan moet de tenuitvoerlegging (ook wel: executie) van het vonnis plaatsvinden in een ander land dan Nederland – het land waar de uitspraak heeft plaatsgevonden. In de herziene EEX-verordening (EEX-Vo II), ook wel aangeduid als de Brussel-I-bis-verordening, zijn de algemene bevoegdheidsregels en de regels voor erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen in de EU opgenomen.

Artikel 55 EEX-Vo II: dwangsommen moet eerst definitief zijn bepaald
Artikel 55 EEX-Vo II bepaalt dat een beslissing met een veroordeling tot betaling van een dwangsom in een andere lidstaat pas ten uitvoer kan worden gelegd als het bedrag ervan definitief is bepaald door het gerecht van herkomst:
De in een lidstaat gegeven beslissingen die een veroordeling tot betaling van een dwangsom inhouden, kunnen in de aangezochte lidstaat slechts ten uitvoer worden gelegd wanneer het bedrag ervan door het gerecht van herkomst definitief is bepaald.
Kortom: voordat dwangsommen in een ander EU-land kunnen worden opgeëist, moet het bedrag eerst definitief worden bepaald door het “gerecht van herkomst”. Dit gerecht van herkomst moet vaststellen of de dwangsommen zijn verbeurd. En tot welk bedrag. Pas daarna kan de dwangsom worden opgeëist.
“Gerecht van herkomst”
Het “gerecht van herkomst” verwijst naar het gerecht dat de oorspronkelijke beslissing heeft genomen waarbij de veroordeling tot betaling van een dwangsom is opgelegd. Het is het gerecht dat bevoegd was om de zaak te behandelen op basis van de internationaal privaatrechtelijke bevoegdheidsregels. Het gerecht van herkomst neemt dus niet alleen de beslissing over de vordering tot het verbeuren van een dwangsom zelf, maar is daarna ook verantwoordelijk voor het definitief bepalen van het bedrag van de dwangsom.
Ter illustratie: als de Nederlandse rechter de veroordeling tot betaling van een dwangsom heeft uitgesproken, dan is die rechter ook bevoegd om de hoogte van het bedrag van de verbeurde dwangsom definitief te bepalen.
Voor het definitief bepalen van de hoogte van de dwangsommen is dus een aparte procedure bij het gerecht van herkomst nodig.
De gedachte achter de definitieve bepaling van de dwangsommen
Artikel 55 EEX-Vo II bevordert de wederzijdse erkenning en uitvoering van dwangsombeslissingen tussen EU-lidstaten. Door ervoor te zorgen dat het bedrag van de dwangsom definitief is bepaald, wordt voorkomen dat de rechter in de aangezochte lidstaat (=de lidstaat waar de tenuitvoerlegging plaatsvindt) twijfelt over de rechtmatigheid of de hoogte van de opgelegde dwangsommen. De dwangsommen zijn dan namelijk al door het gerecht van herkomst getoetst en vastgesteld. Dit draagt bij aan een soepele en efficiënte tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen in verschillende EU-lidstaten.
Tot slot
Al met al is artikel 55 EEX-Vo II dus van vitaal belang voor de tenuitvoerlegging van dwangsombeslissingen binnen de EU.
Het vereiste van definitieve bepaling van het bedrag van de dwangsom heeft echter ook (nadelige) gevolgen voor de snelheid van de tenuitvoerlegging. Aangezien het gerecht van herkomst verantwoordelijk is voor het definitief bepalen van het bedrag, kan dit leiden tot enige vertraging in de tenuitvoerlegging in andere EU-lidstaten.
Heb je zelf te maken met een dwangsombeslissing tegen een partij uit een andere EU-lidstaat, houd er dan rekening mee dat er nog een tussenstop nodig is voordat de dwangsommen kunnen worden opgeëist. Wij adviseren en helpen je hier graag bij.