Onlangs schreef ik een blog over de waarde van een licentieovereenkomst. Als we het hebben over auteursrechten kan de licentieovereenkomst ervoor zorgen dat zowel de auteursrechthebbende (de licentiegever) als de licentienemer weet waarvoor het beschermde werk precies gebruikt mag worden. Ook kan in een licentieovereenkomst worden opgenomen voor hoe lang de licentie wordt overeengekomen, welke rechter bij eventuele geschillen bevoegd zou zijn, et cetera.

In april 2021 boog de rechter zich over een interessante kwestie: als de licentienemer zijn verplichtingen niet (volledig) nakomt, kan de auteursrechthebbende de verleende licentie dan opschorten? Het antwoord is: ja. Ik leg hieronder uit waarom.

De achtergrond: verfilming van Pluk van de Petteflet

Eisende partij, de stichting De Kinderen van Annie M.G. Schmidt (hierna: de Stichting) beheert de auteursrechten op de verfilmingen van de kinderboeken van Annie M.G. Schmidt. De auteursrechten rusten bij de erven van Annie M.G. Schmidt en Querido’s Uitgeverij B.V. Gedaagde partij produceert films.

De hierboven genoemde partijen hebben een licentieovereenkomst gesloten. Onderdeel van deze overeenkomst is dat aan gedaagde een licentie is verleend om het boek “Pluk van de Petteflet” te verfilmen. Een ander onderdeel van deze overeenkomst is dat de Stichting recht heeft op royalty’s. Gedaagde heeft de Stichting een voorschot betaald, met de bedoeling dat dit voorschot op den duur wordt verrekend met de door haar te betalen royalty’s.

De film is in 2004 in de bioscoop uitgebracht. Gedaagde heeft vervolgens overeenkomsten gesloten met o.a. In The Air B.V. (hierna: ITA). De Stichting stelt (kort gezegd en samengevat) dat gedaagde hierdoor verhindert dat de Stichting op het uitbetaalde voorschot in kan lopen.

De primaire vordering van de Stichting: opschorten licentie

De Stichting vordert primair:

[gedaagde] te bevelen iedere inbreuk op het auteursrecht van SKAMGS op het door [gedaagde] geproduceerde filmwerk “Pluk van de Petteflet” te staken en gestaakt te houden, meer specifiek iedere verveelvoudiging, iedere openbaarmaking en iedere andere vorm van exploitatie van dit filmwerk te staken en gestaakt te houden,
i) tot het moment dat daarover in een bodemprocedure is beslist of
ii) zoveel eerder dat de aan ITA toekomende distributievergoeding met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 is verlaagd tot 25% over de “BO” (de bruto-opbrengst in de zin van artikel 4.2.a. van de licentieovereenkomst van 8 juli 2004);

De bovenstaande vordering komt neer op een beroep op opschorting.

Wat betekent opschorting?

Opschorting is geregeld in artikel 262 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Daarin staat:

Lid 1: Komt een der partijen haar verbintenis niet na, dan is de wederpartij bevoegd de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten.

Lid 2: In geval van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming is opschorting slechts toegelaten, voor zover de tekortkoming haar rechtvaardigt.

Met andere woorden: een partij is bevoegd om zijn verplichting op te schorten indien de andere partij haar verbintenis niet nakomt. Op grond van lid 2 is opschorting bij gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming slechts toegelaten voor zover de tekortkoming dit rechtvaardigt.

Opschorting

Is opschorting in dit geval mogelijk?

Volgens de Stichting komt gedaagde haar verplichtingen uit de licentieovereenkomst niet na. De tekortkoming bestaat volgens de Stichting uit het verhinderen van het inlopen op het voorschot. De Stichting wil haar verplichting om niet op te treden tegen een auteursrechtinbreuk (de licentie) daarom opschorten.

De rechter stelt in de eerste plaats vast dat de licentieovereenkomst een wederkerige overeenkomst is en dat het gaat om tegenover elkaar staande verplichtingen. Opschorting is daarom in beginsel mogelijk.

Gelet op de overeenkomst met ITA acht de rechter het vervolgens voldoende aannemelijk dat gedaagde inderdaad (deels) verhindert dat de Stichting kan inlopen op het aan haar uitbetaalde voorschot. Al met al is volgens de rechter voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van benadeling. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter dit als een schending van de licentieovereenkomst dan wel als een schending van de goede trouw tussen contractspartijen zal aanmerken. Het is onder meer relevant dat de Stichting niet in kennis was gesteld van de overeenkomst met ITA.

Het voorgaande kwalificeert volgens de rechter als een gedeeltelijke (niet behoorlijke) nakoming die de opschorting rechtvaardigt. Opschorting van de licentierechten is in dit geval een geoorloofd pressiemiddel. De belangen van gedaagde en/of ITA worden hierdoor ook niet onevenredig geschaad.

Het oordeel

Het voorgaande brengt met zich mee dat het gedaagde verboden is de film verder te exploiteren omdat gedaagde zich niet meer op haar licentie kan beroepen. Ook ITA kan de digitale bestanden van Pluk van de Petteflet niet verder exploiteren.

De rechter oordeelt tot slot dat het oordeel voorlopig is en in tijd wordt beperkt totdat hierover in een bodemprocedure is beslist of totdat partijen erin zijn geslaagd in onderling overleg nadere afspraken te maken. De proceskosten worden voor de helft via het 1019h Rv-kostenregime berekend (zie daarover deze blog).

Conclusie

Deze uitspraak wijst uit dat een licentieovereenkomst een wederkerige overeenkomst is waarbij opschorting onder voorwaarden mogelijk is.

Naar mijn inschatting kunnen de gevolgen van een dergelijke opschorting groot zijn. In dit geval lijken de gevolgen beperkt, nu de rechter vaststelt: “De belangen van [gedaagde] en/of ITA worden hierdoor niet onevenredig geschaad nu aannemelijk is gemaakt dat de exploitatie voor hen geen grote bedragen meer oplevert.”

Of er in een andere zaak op dezelfde wijze zou zijn geoordeeld, is met het oog op het voorgaande dus de vraag.

Heb je zelf vragen over licenties? Stel ze gerust!

 

 

Naar blog overzicht

LAWFOX Advocaten