Nog niet zo lang geleden schreven we een blog over de volgende vraag: hoe kan je een gestolen idee terugclaimen? Mijn kantoorgenoot Sjors besprak daarin de mogelijkheden om een octrooi op te eisen.

Onlangs oordeelde de rechter over het opeisen van modelrechten. Ik bespreek hieronder kort wat modelrechten inhouden en wat de mogelijkheden zijn om een modelrecht terug te claimen.

Modelrechten

Het modellenrecht beschermt vormgeving. Vormgeving kan via een modelregistratie worden beschermd als de vormgeving nieuw is en een eigen karakter heeft.

De door een model verleende bescherming omvat vervolgens elk model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt.

Met andere woorden: door vormgeving als model te registreren kan er worden opgetreden tegen elk model dat zodanig op het geregistreerde model lijkt, dat er geen andere algemene indruk wordt gewekt.

Ook over het modellenrecht schreven we eerder verschillende blogs (zie hier en hier).

Modelrechten: aan wie komt het recht toe?

Voor bescherming in Nederland kan gekozen worden voor 1) de registratie van een Beneluxmodel of 2) de registratie van een EU-model (“Gemeenschapsmodel”).

In de Gemeenschapsmodellenverordening – die op de Gemeenschapsmodellen van toepassing is – staat in artikel 14 lid 1:

Het recht op het Gemeenschapsmodel komt toe aan de ontwerper of zijn rechtverkrijgende.

Met andere woorden: de ontwerper, of degene die de rechten van de ontwerper verkregen heeft, heeft het recht op het model in handen.

Modelrechten opeisen

In artikel 15 van de Gemeenschapsmodellenverordening staat:

[…] wanneer een ingeschreven Gemeenschapsmodel is aangevraagd of ingeschreven op naam van een persoon die uit hoofde van artikel 14 daarop geen recht heeft, kan de rechthebbende uit hoofde van genoemde bepaling, onverminderd andere door rechten of maatregelen, vorderen dat hij als rechtmatig houder van het Gemeenschapsmodel wordt erkend.

Kortom: als het model door iemand anders dan de ontwerper of de rechtverkrijgende is aangevraagd of is ingeschreven, dan kan rechthebbende vorderen dat hij als rechtmatig houder wordt erkend.

De zaak van 21 april 2021: ontwerpers van een truss

In de zaak van 21 april 2021, stond de opeising van modelrechten centraal.

Eiseres 1 is Unlimited Productions BV (“UP”). UP heeft een zogenaamde ’truss’ ontwikkeld. Een truss is een constructiesysteem dat gebruikt wordt voor de bouw van stands, theaters en podia. Eiser 2 is een van de ontwerpers van deze truss.

Gedaagde partijen zijn de curator van Prolyte Group B.V., en Prolyte B.V. Prolyte Group B.V. is failliet verklaard, maar heeft in 2016 onderhandeld met UP. Die onderhandelingen gingen over een samenwerking voor de productie en exploitatie van de truss. In dat kader is er tussen partijen een ‘business partner contract’ gesloten.

Internationale modelregistraties

Tijdens die onderhandelingen ging het ook over de intellectuele eigendomsrechten op de truss. UP zou deze rechten onder bepaalde voorwaarden overdragen aan Prolyte Group B.V. In 2017 heeft Prolyte Group vervolgens – met toestemming van UP – een aantal internationale modelregistraties gedaan.

De curator van Prolyte Group heeft de internationale modelrechten voor de truss inmiddels verkocht aan Prolyte. Ze zijn nog niet geleverd of op naam van Prolyte gesteld.

De vraag die voorligt is: in hoeverre kan UP deze modelrechten opeisen?

Is Prolyte de rechtsverkrijger van UP geworden?

De rechter stelt vast dat UP en eiser 2 de truss hebben ontwikkeld en om die reden als de rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

Als gevolg daarvan hebben zij het recht om als rechtmatig houder van de modelrechten te worden erkend, wanneer een ingeschreven model is aangevraagd of ingeschreven op naam van de persoon die daarop geen recht heeft.

De vraag is nu: heeft Prolyte Group dat recht verkregen? Om daarachter te komen kijkt de rechter naar het ‘business partner contract’. Als het antwoord op de vraag “ja” is, dan kunnen UP en eiser 2 de modelrechten niet opeisen.

terugclaimen modelrechten

De inhoud van het contract

In het contract staat dat de rechten op de truss pas overgaan zodra de contractspartijen een definitief businessmodel en een definitief strategisch partnerschapscontract zijn overeengekomen. Daarnaast moet Prolyte Group een bedrag van 15.000,- euro betalen aan ontwikkelingskosten.

In dat kader stelt de rechter vast dat het aan de curator is om aan te tonen dat de overeengekomen voorwaarden in vervulling zijn gegaan. Het zogenaamde bewijsvermoeden uit de Europese Gemeenschapsmodellenverordening, wat inhoudt dat de inschrijver van modelrechten vermoed wordt de rechthebbende te zijn, maakt dat niet anders.

Wordt er voldaan aan de voorwaarden voor overdracht?

Het lukt de curator om aan te tonen dat de voorwaarden voor de overdracht allemaal in vervulling zijn gegaan. De conclusie is dan ook dat Prolyte Group B.V. rechtsverkrijger is. UP en eiser 2 hebben geen sterkere rechten. Ze kunnen de modelrechten dan ook niet opeisen. De vorderingen worden afgewezen.

Conclusies

In de bovenstaande zaak ging de opeising niet door. Dat zou anders zijn geweest als er niet aan de voorwaarden uit het contract was voldaan en/of partijen geen afspraken hadden gemaakt over de overdracht van intellectuele eigendomsrechten. In die gevallen hadden eisers de modelrechten waarschijnlijk wel kunnen opeisen, en stond de curator (en Prolyte) met lege handen.

Kortom: het opeisen van modelrechten is mogelijk, maar gaat niet door indien de andere partij de rechten geldig verkregen heeft. Of opeising van modelrechten mogelijk is, moet daarom ook goed in kaart worden gebracht met het oog op de relevante feiten en omstandigheden.

Zelf vragen over modelrechten en/of het terugclaimen van rechten? We helpen graag!

 

Naar blog overzicht

conflict, let op