By Chantal van den Engel | Algemeen | 27 February 2020 | 8 min. reading time
Van het auteursrecht hebben we allemaal wel gehoord. Maar de bijbehorende persoonlijkheidsrechten? Die zijn iets minder bekend.
De persoonlijkheidsrechten staan in artikel 25 van de Auteurswet. In artikel 25 staat dat de maker van een beschermd werk kort gezegd de volgende rechten heeft:
- het recht op naamsvermelding;
- het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van het werk onder een andere naam dan de zijne en tegen het aanbrengen van wijzigingen in de benaming van het werk of de aanduiding van de maker;
- het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk;
- het recht zich te verzetten tegen misvorming/verminking/aantasting van het werk als dit nadeel kan toebrengen aan (o.a.) de eer of de naam van de maker.
In december 2018 – een vonnis dat pas onlangs gepubliceerd is – deed de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak over de volgende vraag:
Worden de persoonlijkheidsrechten geschonden, of is er sprake van misbruik van recht, als een kunstwerk wordt verwijderd zonder dat de kunstenaar daar weet van heeft?
De feiten: een kunstwerk
In 1993 heeft het Suydeveldtcollege, inmiddels het ROC, een zogenaamde tender uitgeschreven voor kunstenaars om een kunstwerk te realiseren. Het kunstwerk moest een verbinding vormen tussen de openbare ruimte en een nieuw te bouwen parkeerplaats.
Het Suydeveldtcollege (‘het College’) besluit de opdracht te geven aan eiser, die daar 7.632,00 gulden aan honorarium voor ontvangt.
De kunstenaar en het College sluiten in het kader van de samenwerking een overeenkomst, waarin staat:
“Lid 1 Kunstenaar behoudt het auteursrecht op de hem vervaardigde schetsontwerpen, definitieve ontwerpen, maquettes, tekeningen en op het kunstwerk.
(…)
Lid 5 Indien in de situatie zodanige wijzingen worden aangebracht dat dit een aantasting van het kunstwerk zal inhouden, zal opdrachtgever in overleg met kunstenaar bezien hoe het kunstwerk aan de gewijzigde situatie kan worden aangepast c.q. hoe het kunstwerk in een nieuwe situatie kan worden opgenomen. Indien dit niet mogelijk is, zal kunstenaar instemmen in de verwijderering van het kunstwerk.”
Het kunstwerk is in 1994 opgeleverd, en zag er als volgt uit:
bron: zie vonnis
Diefstal
In de loop der jaren zijn de koperen elementen van het kunstwerk verschillende keren gestolen. In oktober 2017 ontving de kunstenaar hierover bericht, en hoorde hij ook dat het ROC tot verwijdering van het kunstwerk was overgegaan. De kunstenaar heeft vervolgens contact opgenomen met het ROC, en het ROC heeft toen bevestigd dat het kunstwerk is verwijderd.
Het College schrijft namelijk dat het frame behoorlijk beschadigd was naar aanleiding van de diefstallen en dat besloten is het kunstwerk te verwijderen, o.a. in het kader van de veiligheid.
De vorderingen
De kunstenaar vordert nu dat de rechtbank primair het ROC veroordeelt tot vergoeding van zijn schade ter hoogte van 64.000 euro wegens:
- niet-nakoming van de overeenkomst (artikel 6 lid 5);
- dan wel onrechtmatig handelen;
- dan wel misbruik van bevoegdheid.
Subsidiair vordert de kunstenaar dat de rechtbank het ROC veroordeelt de kunstenaar de opdracht te geven tot het reproduceren van het kunstwerk.
De kunstenaar legt aan deze vorderingen ten grondslag dat hij nooit is ingelicht over de diefstallen en over het voornemen om het kunstwerk te verwijderen. Ook vindt hij het relevant dat het ROC bekend was met eiser als kunstenaar van het kunstwerk, dat het kunstwerk is gedocumenteerd op de website Drenthe Kunstbreed en dat het werk veel waarde vertegenwoordigt voor eiser.
Het verweer
De belangrijkste verweren van het ROC houden in dat zij van mening is dat artikel 6 lid 5 van de overeenkomst niet is geschonden omdat er onder de omstandigheden geen verplichting bestond om contact op te nemen met de kunstenaar. Ook had zij de contactgegevens niet, en is er bij de kunstenaar geen schade ontstaan.
Daarnaast is zij van mening dat het ROC het werk niet heeft vernietigd, maar dat het in etappes is gestolen door derden. Het ROC heeft alleen moeten besluiten het leeggeroofde, beschadigde en gevaarlijk geworden frame te laten verwijderen. Er was toen al geen sprake meer van een kunstwerk, aldus het ROC.
Het oordeel
Artikel 6 lid 5 niet van toepassing
De rechtbank oordeelt dat artikel 6 lid 5 van de overeenkomst niet van toepassing is. Als gevolg daarvan kunnen de daarop gebaseerde vorderingen niet worden toegewezen.
Jelles/Zwolle-arrest
Vervolgens gaat de rechtbank in op een voor dit onderwerp belangrijk arrest: het Jelles/Zwolle-arrest. In die zaak is geoordeeld dat vernietiging van een auteursrechtelijk beschermd werk onder omstandigheden misbruik van recht c.q. onrechtmatig handelen kan opleveren.
Letterlijk oordeelde de Hoge Raad in het arrest Jelles/Zwolle:
Gaat het om unieke exemplaren, zoals veelal bij gebouwen het geval is, dan kan van de eigenaar onder omstandigheden verlangd worden dat hij slechts dan tot vernietiging overgaat indien daarvoor een gegronde reden bestaat en hij zich de gerechtvaardigde belangen van de maker ten minste in zoverre aantrekt dat hij er desgevraagd voor zorg draagt het bouwwerk behoorlijk te doen documenteren, althans de maker de gelegenheid biedt daartoe zelf het nodige in het werk te stellen.
Om te bepalen of het ROC zich de belangen van de kunstenaar heeft aangetrokken, gaat het er volgens de rechter om of de procedure zorgvuldig is geweest, of de kunstenaar tijdig op de hoogte is gebracht of is aangeboden om het werk te documenteren of dat de kunstenaar zelf daartoe in de gelegenheid is gesteld.
Toepassing Jelles/Zwolle
In deze zaak staat volgens de rechter vast dat:
- het ROC de kunstenaar niet op de hoogte heeft gesteld van de diefstallen en van het uiteindelijk slopen en afvoeren van de resterende delen van het kunstwerk;
- het geen excuus is dat het ROC de contactgegevens niet meer had;
- er op deze wijze onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van de kunstenaar;
- het argument dat het na de diefstallen geen kunstwerk meer was, niet opgaat. Het ROC had in een eerder stadium contact moeten opnemen, om te bekijken of er aanpassingen mogelijk waren om te zorgen dat het kunstwerk beter beschermd was tegen diefstal.
Al met al komt de rechtbank tot de conclusie dat niet gezegd kan worden dat het ROC zich voldoende heeft ingespannen om het kunstwerk te behouden.
Om die reden is het ROC dan ook schadeplichtig jegens de kunstenaar, aldus de rechter.
Schadevergoeding
De kunstenaar vordert vergoeding voor de schade. Hij vindt dat de hoogte van die vergoeding de hoogte moet zijn die nodig is om het werk te kunnen reproduceren. Dit bedrag komt niet voor toewijzing in aanmerking. De rechter oordeelt namelijk dat het ROC, als eigenaar van het kunstwerk, zelf deze materiële schade geleden heeft. Ook kan het ROC er niet toe worden verplicht het kunstwerk op haar kosten te laten reproduceren, nu zij zelf juist haar verlies neemt en geen prijs stelt op de reproductie van het kunstwerk.
Zo een verregaande consequentie acht de rechtbank ook niet evenredig, nu ook gebleken is dat het kunstwerk op goede wijze is gedocumenteerd en er nog een kleine replica bestaat.
Persoonlijkheidsrecht
Omdat de kunstenaar wel is aangetast in zijn persoonlijkheidsrecht acht de rechtbank een schadevergoeding wel op zijn plaats. De rechtbank schat die schade op een bedrag van 7.500,-, gelet op het eerdere honorarium van de kunstenaar.
Conclusies
Dit betreft een bijzonder vonnis. De rechtbank oordeelt namelijk dat het ROC onrechtmatig heeft gehandeld onder verwijzing naar het arrest Jelles/Zwolle, maar kent de schadevergoeding toe op grond van de aantasting van het persoonlijkheidsrecht. In het arrest Jelles/Zwolle zijn misbruik van recht en persoonlijkheidsrechten van elkaar gescheiden: de totale vernietiging van een auteursrechtelijk beschermd werk is namelijk onder omstandigheden geen inbreuk op persoonlijkheidsrechten (althans geen aantasting van een werk zoals staat in art. 25 lid 1 sub d Auteurswet), maar kan dan wel misbruik van recht opleveren of anderszins onrechtmatig zijn jegens de maker (r.o. 4.5-4.7).
Dat de rechtbank dus aanneemt dat er wel sprake is van misbruik van recht (althans de rechtsregel uit Jelles/Zwolle t.a.v. misbruik van recht toepast), maar verder oordeelt dat de schadevergoeding voortvloeit uit de aantasting van persoonlijkheidsrechten, is dan ook opvallend te noemen. Zeker nu de rechter vrijwel geen tekst besteedt aan uitleg hierover. Mogelijk betekent dit dat er door het ROC geen verweer tegen is gevoerd, maar vraagtekens zijn er wel bij te zetten.
Verder geldt dat de rechter in 2013 nog oordeelde dat het verwijderen van een kunstwerk géén schending van artikel 25 Auteurswet betekende en dat er toen ook geen sprake was van misbruik van recht. Het ging in die zaak om een poort (bestaande uit neonglas en spotlights) die telkens kapot ging en veel reparatiekosten met zich meebracht. De rechter oordeelde toen dat de Gemeente gegronde reden had om het werk te verwijderen. Wel is relevant dat de Gemeente toen had aangeboden om het kunstwerk aan de kunstenaar terug te geven en te laten documenteren. Ook had de Gemeente toen veel gedaan om het kunstwerk te laten herstellen.
Mogelijk heeft het feit dat het ROC niet met de kunstenaar heeft overlegd in deze zaak de doorslag gegeven.
