Blog

De stem = een portret? en een persoonsgegeven?

Onze stem: kenmerkender krijg je het bijna niet. Maar als een opname van jouw stem onderdeel uitmaakt van een theater-show, kan je daar dan iets tegen beginnen?

Op 9 januari deed de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak over deze vraag. Ali B liet in zijn theatershow namelijk een fragment horen waarin een vrouw uitlegde dat haar overvaller een “Ali B-accent” had. De vrouw was niet blij met het gebruik van dit geluidsfragment, en is daarom deze procedure begonnen. De rechter wordt gevraagd om een oordeel te geven over de toepassing van het portretrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Conclusie: de vorderingen van de vrouw worden afgewezen.

De feiten: het gebruik van de stem in Opsporing Verzocht

Even terug. Hoe kwam Ali B aan überhaupt aan het geluidsfragment?

De kwestie begint bij een gewapende overval in een bloemenwinkel. Eiseres in deze rechtszaak is de eigenares van die winkel, en ze besluit mee te werken aan het programma Opsporing Verzocht. In het programma is haar stem te horen als voice-over bij beelden van haar bloemenwinkel, en ze vertelt over de gebeurtenis en de overvallers.

Als ze over de overvallers vertelt, zegt eiseres dat de dader een “Ali B-accent” had. Daar is deze zaak nu om te doen.

Ali B reageert op het fragment en geeft aan geen probleem te hebben met het noemen van zijn naam als dat helpt om de daders sneller te arresteren.

Inmiddels heeft Ali B een theatershow, en daarin laat hij het bewuste fragment horen. De theatershow wordt later nog op tv uitgezonden en het fragment wordt verder nog in het programma College Tour en op de radio laten horen.

Eiseres heeft bezwaar tegen het gebruik van haar stem zonder haar toestemming en baseert haar stellingen onder meer op de AVG en op haar portretrecht. Verweerders in deze zaak zijn Ali B en Spec Entertainment (de producent van het theaterprogramma).

portret

De rechter: het portretrecht is niet van toepassing

De rechter oordeelt dat het portretrecht ziet op:

een afbeelding van (een deel van) het gelaat van een persoon, zodanig dat de geportretteerde, al dan niet door de combinatie met andere factoren, kan worden herkend.

Volgens de rechtbank is de stem geen afbeelding van het gelaat en kan eiseres zich niet beroepen op het portretrecht.

AVG van toepassing?

Verder moet de rechter oordelen of er gehandeld is in strijd met de AVG. Daarbij komt eerst de vraag aan de orde of de AVG van toepassing is, en vervolgens de vraag of er sprake is van een onrechtmatige verwerking.

Stem = persoonsgegeven?

De rechtbank oordeelt dat een stem een biometrisch gegeven is, net zoals een vingerafdruk of de vorm van een iris. Dit soort gegevens kunnen worden gebruikt voor eenduidige identificatie van een persoon.

De rechtbank voegt daar nog aan toe: “Volgens de AVG is er dan sprake van een verwerking van bijzondere persoonsgegevens.”

Ali B en de producent van de theatershow stellen zich op het standpunt dat het in dit geval gaat om anonieme gegevens en dat de AVG daarom niet van toepassing is. Het gaat immers om een anonieme stem en eiseres kan aan de hand van het fragment niet worden geïdentificeerd, aldus de verweerders in deze zaak.

De rechter gaat daar echter niet in mee.

Eiseres heeft namelijk ter zitting gemotiveerd gesteld dat met het op internet zoeken van elementen uit de show redelijk eenvoudig de identiteit van eiseres kan worden achterhaald. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de gegevens door hun onderlinge combinatie dusdanig uniek zijn, dat ze alleen maar betrekking kunnen hebben op eiseres. De AVG is dus wel van toepassing.

Onrechtmatige verwerking?

Nu duidelijk is dat een stem een persoonsgegeven kan zijn, is de volgende vraag of er sprake is van een onrechtmatige verwerking.

De rechter beantwoordt die vraag ontkennend:

Het gebruik van het stemfragment in het theaterprogramma van [verweerder] is namelijk een verwerking ten behoeve van een uitsluitend artistieke uitdrukkingsvorm. Deze verwerking valt (…) onder een rechtmatige verwerking op grond van het bepaalde in art. 6 lid 1 onder f van de AVG. (…) De keuze om het oorspronkelijke geluidsfragment te gebruiken valt onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm.

Ook is relevant dat verweerders op zitting nog hebben aangeboden om alsnog de stem van eiseres te vervangen door een andere stem, maar dat eiseres dit aanbod niet heeft willen aannemen zonder dat verweerders ook een schadevergoeding zouden betalen.

Recht op vergetelheid?

Omdat het hier gaat om een artistieke uitdrukkingsvorm, oordeelt de rechter dat artikel 17 AVG niet van toepassing is. Dit artikel 17 ziet op het zogenaamde recht op vergetelheid. Hierin is opgenomen dat de betrokkene onder omstandigheden het recht heeft om zijn gegevens te laten wissen. De rechter oordeelt dus dat dit artikel nu niet van toepassing is.

Artikel 8 EVRM vs artikel 10 EVRM

Eiseres doet verder nog een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM): het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het recht dat daar nu tegenover staat is het recht op vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM.

Bij de beoordeling ten aanzien van de vraag welke van de twee rechten zwaarder weegt acht de rechter het volgende relevant:

  • Het gebruikte stemfragment komt uit een programma waaraan eiseres zelf medewerking heeft verleend en dus zelf toestemming heeft gegeven;
  • Eiseres heeft Ali B zelf genoemd in een programma waarvan algemeen bekend is dat daders van strafbare feiten worden gezocht, en daarmee heeft ze hem negatief in de publiciteit gebracht;
  • Ali B heeft het recht zijn gevoelens hierover te uiten en hierop te reageren;
  • Dit is gebeurd door het fragment op een artistieke manier te gebruiken in zijn theaterprogramma;
  • Anders dan eiseres meent wordt zij in de show niet weggezet als iemand die discrimineert.

Eiseres stelt nog dat zij ongewild een publiek figuur is geworden. Ze stelt namelijk dat ze door bekenden en onbekenden wordt aangesproken en vaak benaderd wordt door de pers. De rechter gaat hier niet in mee en oordeelt dat deze gevolgen niet aannemelijk zijn.

Wel acht de rechtbank het aannemelijk dat het voor eiseres vervelend en pijnlijk is als ze wordt herinnerd aan de gewapende overval. Daar staat tegenover dat het volgens de rechtbank tegenstrijdig is dat ze geen bezwaar zou hebben tegen de theatershow als iemand anders de vrouwenstem had ingesproken. Bij de afweging van belangen weegt verder mee dat ze geen bezwaar heeft tegen het feit dat het fragment uit Opsporing Verzocht nog op internet beschikbaar is.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de omstandigheden aan de zijde van eiseres van onvoldoende gewicht zijn om het recht op vrijheid van meningsuiting van verweerders, zoals gewaarborgd door artikel 10 EVRM, te beperken dan wel te ontnemen.

Ook de overige vorderingen, gegrond op onrechtmatige daad, kunnen niet slagen.

Proceskosten

Al met al worden de vorderingen van eiseres afgewezen. Belangrijk is nog dat de rechter moet oordelen of het bijzondere kostenregime in IE-zaken van toepassing is. Dit regime staat in artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en houdt in dat de in het gelijk gestelde partij in beginsel zijn proceskosten op de wederpartij kan verhalen.

De rechter oordeelt dat het regime niet van toepassing is. Het portretrecht staat weliswaar in de Auteurswet (Aw), maar valt niet onder het toepassingsbereik van artikel 1019h Rv.

De proceskosten worden daarom berekend via het (normale) liquidatietarief en komen uit op EUR 3.382,00.

Conclusies

Uit deze rechtszaak volgt allereerst dat een stem geen portret is. Niet zo verrassend zou je denken, maar toch hoeft een portret niet altijd te zien op een gelaat. Zo oordeelde de Hoge Raad in de zaak Breekijzer dat een portret ook kan worden afgeleid uit ‘hetgeen de afbeelding overigens toont’. In die zaak was de betreffende persoon ‘afgeblokt’ (onherkenbaar gemaakt) maar kon hij toch worden herkend door middel van de omgevingsfactoren. Het ging in die zaak dus niet meer over de toepassing van de definitie van ‘een gelaat’, en artikel 21 Aw (het portretrecht) was wél van toepassing.

In de onderhavige zaak blijft echter staan dat het alleen ging om een stem en dat er extra handelingen nodig zouden zijn, zoals het raadplegen van een zoekmachine, om eiseres te kunnen herkennen.

Verder volgt uit deze uitspraak dat een stem een persoonsgegeven kan zijn. Ook heeft de rechter bepaald dat een verwerking rechtmatig kan zijn als het gegeven wordt gebruikt ten behoeve van een artistieke uitdrukkingsvorm. In dat kader verwijst de rechter naar artikel 6 lid 1 onder f van de AVG.

In dat artikel staat dat de verwerking rechtmatig kan zijn als voldaan is aan de volgende voorwaarde:

de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.

Ik ben benieuwd of hier vaker een beroep op zal worden gedaan. Wat als artistiek heeft te gelden is immers net zo vaag als… die leipe mocro flavour.

Gerelateerde berichten